Steen en marmer Harde muur- en vloerbekledingen

Randafwerking van betegelde buitenterrassen op de volle grond 2009/03.11

In 1990 verscheen er in het WTCB-Tijdschrift een artikel over de beschadiging van buitenterrassen op de volle grond. Hierin werden aanbevelingen geformuleerd om de kans op het ontstaan van dergelijke problemen te beperken. Gelet op het feit dat er ook vandaag de dag nog talloze schadegevallen de kop opsteken, leek het ons opportuun om voornoemd artikel te actualiseren. In deze bijdrage komt voornamelijk de randafwerking van betegelde buitenterrassen aan bod. Later volgt nog een tweede, meer uitgebreid artikel.
Buitenterrassen met keramische of natuursteentegels vormen niet zelden het toneel van oppervlakteschade (afschilfering van het tegeloppervlak, scheurvorming, …) of een versnelde veroudering (loskomen van de voegen, kalk­uitbloeiingen, vorming van kalkafzettingen, ontwikkeling van micro-organismen, …).

Betegelde buitenterrassen zijn immers onderhevig aan zware belastingen waarmee men bij de keuze van de afwerkingsmaterialen en hun plaatsingstechniek voldoende rekening dient te houden.

De vorstgevoeligheid van keramische tegels kwam reeds ter sprake in het artikel 'Vorstweerstand van keramische tegels : onaangepaste Europese norm' (WTCB-Contact nr. 2/2009), waarin dieper ingegaan werd op de normalisering terzake. Wat de gebruiksgeschiktheid van natuursteentegels voor buitentoepassingen betreft, verwijzen we dan weer naar de technische fiches van de TV 228 'Natuursteen', die online consulteerbaar zijn.

De plaatsingstechniek die tegenwoordig het vaakst gebruikt wordt, bestaat erin de tegels op de verharde dekvloer te verlijmen met behulp van een mortellijm die geschikt is voor buitentoepassingen. Een andere courante techniek is de traditionele uitvoering, waarbij de tegels met mortel op een gestabiliseerd zandbed geplaatst worden. Hoewel deze werkwijze minder aanbevolen is voor dunne tegels en grootformaattegels, wordt ze wel nog gehanteerd voor dikkere tegels, doorgaans van natuursteen.

De tegels worden bij voorkeur uitgevoerd met een helling van 1,5 %. De betonplaat die dienst doet als ondergrond, zou op haar beurt een helling van om en bij de 2 % moeten vertonen, tenzij deze opgebouwd is uit drainerend korrelbeton (wat overigens steeds aanbevolen is).

Afb. 1 Terras in rechtstreeks contact met de volle grond.
Afb. 1 Terras in rechtstreeks contact met de volle grond.
Bij betegelde buitenterrassen situeert de vastgestelde schade zich dikwijls ter hoogte van de randafwerking. Dit kan men verklaren door het feit dat de grond rondom het terras gewoonlijk tot tegen de tegels en de ondersteunende dekvloer reikt, wat tot gevolg heeft dat het regenwater dat op het terras terechtkomt en wegvloeit langs de omtrek ervan, de omliggende grond verzadigt (zie afbeelding 1).

Daarnaast kan de ontoereikende consolidering van de dekvloer en/of van het gestabiliseerde zandbed ter hoogte van de randen in contact met de grond ertoe leiden dat de kwaliteit ervan op deze plaatsen te wensen overlaat.

Om hieraan te verhelpen, zou men kunnen opteren voor de plaatsing van een goot aan de omtrek, die het oppervlaktewater opvangt en afvoert naar het riool (zie afbeelding 2). Deze goot zorgt voor de zijdelingse ondersteuning van de dekvloer tijdens de uitvoering en vormt een afwerkingselement dat de dekvloer afschermt van de omliggende grond.

Afb. 2 Plaatsing van een goot aan de omtrek.
Afb. 2 Plaatsing van een goot aan de omtrek.
  1. Tegels (helling ≥ 1,5 %)
  2. Mortellijm
  3. Gewapende dekvloer
  4. Draineerlaag met waterafvoer
  5. Betonplaat (helling ≥ 2 %)
  6. Drainerende laag steenslag
  7. Watergoot
  8. Volle grond
  9. Soepele voeg

Voornoemde goot kan zowel van het open type (watergoot zoals in afbeelding 2) als van het gesloten type (voorzien van een rooster of bedekt met elementen met open voegen) zijn.

Een andere mogelijkheid bestaat erin om aan de omtrek een drainerende laag steenslag te voorzien die het oppervlaktewater van het terras verzamelt en eventueel ook zorgt voor de drainering van de grond onder en rondom het terras (zie afbeelding 3). Deze oplossing wordt trouwens ook aanbevolen in de Franse norm NF P 61-202-1.

Afb. 3 Traditionele plaatsing op een drainerende laag steenslag.
Afb. 3 Traditionele plaatsing op een drainerende laag steenslag.
  1. Tegels (helling ≥ 1,5 %)
  2. Stelmortel
  3. Gestabiliseerd zandbed
  4. Korrelbeton
  5. Drainerende laag steenslag
  6. Soepele voeg
  7. Draineerzone aan de omtrek
  8. Geotextiel rondom de goot
  9. Draineerbuis (diepte afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden)
  10. Volle grond
  11. Boordsteen

De zijdelingse stabiliteit van de boordstenen kan gewaarborgd worden door deze elementen in een bedding van mager beton te plaatsen.

Indien de aanwezigheid van een goot of een zichtbare laag steenslag aan de rand van het terras om esthetische redenen ongewenst is, zou men ervoor kunnen opteren om de laag steenslag, die dienst doet als fundering onder de betonplaat, een vijftigtal centimeter verder te laten doorlopen en het terras simpelweg af te werken met betonnen boordstenen. Deze laatste mogen het afgewerkte niveau van het terras uiteraard niet overschrijden. Verder dient men erop toe te zien dat de aanvullende grond boven de doorgetrokken laag steenslag voldoende drainerend is (zie afbeelding 4).

Afb. 4 Verlenging van de laag steenslag die dienst doet als fundering.
Afb. 4 Verlenging van de laag steenslag die dienst doet als fundering.
  1. Tegels (helling ≥ 1,5 %)
  2. Stelmortel
  3. Gewapende dekvloer
  4. Korrelbeton
  5. Drainerende laag steenslag
  6. Soepele voeg
  7. Mager beton
  8. Volle grond
  9. Boordsteen

We willen onderstrepen dat de in dit artikel voorgestelde technische oplossingen enkel te beschouwen zijn als mogelijke constructieve schikkingen, die getroffen kunnen worden in samenspraak met de ontwerper en de bouwheer, en geen enkele verplichting inhouden.

Afb. 5 Vorstschade op een buitenterras.
Afb. 5 Vorstschade op een buitenterras.
Verder dient men in het achterhoofd te houden dat een betegeld oppervlak niet waterdicht is. Men dient er met andere woorden op toe te zien dat er geen water ingesloten raakt in de infrastructuur onder de tegels. Idealiter zou men ervoor moeten zorgen dat de permeabiliteit van de opeenvolgende lagen van boven (tegels) naar onder (fundering) toe in stijgende lijn gaat.

Tenslotte willen we eraan herinneren dat buitenterrassen onderhevig kunnen zijn aan uiterst zware belastingen (bv. vorst). Dit heeft tot gevolg dat hun goede gedrag in de tijd soms moeilijk kan gewaarborgd worden, ongeacht de voorzorgen die getroffen werden tijdens de uitvoering (zie afbeelding 5).


L. Firket, arch., adjunct-afdelingshoofd, afdeling 'Technisch advies', WTCB