Onderhoud van ETICS 2009/03.10

Buitenbepleisteringssystemen op isolatie (ETICS) hebben talloze perspectieven te bieden op het vlak van energieprestaties en worden alsmaar vaker gebruikt [1]. Teneinde de duurzaamheid van dergelijke systemen te kunnen verlengen, is het van belang om ze aan een regelmatig onderhoud te onderwerpen.
Indien men opteert voor een buitenbepleisteringssysteem op isolatie (ETICS), moet men weten dat een dergelijke afwerking zowel om esthetische als om technische redenen meer onderhoud vergt dan bijvoorbeeld gevelmetselwerk. De onderhoudsfrequentie is in grote mate afhankelijk van de correcte opvatting en uitvoering van de detailleringen.

Om op termijn te kunnen komen tot specifieke onderhoudsrichtlijnen voor ETICS en alle betrokkenen (met inbegrip van de bouwheer) te sensibiliseren voor de vereiste behandelingen, werd in eerste instantie overgegaan tot een uitgebreide literatuurstudie. Dit artikel geeft een overzicht van de huidige aanbevelingen en heeft tot doel de weg te effenen voor toekomstige geactualiseerde criteria.

Normale veroudering

Na de uitvoering van een buitenbepleisteringssysteem op isolatie moet de opdrachtgever ervoor zorgen dat dit op correcte wijze onderhouden wordt. Na verloop van tijd zal het systeem immers onvermijdelijk een zekere atmosferische vervuiling ondergaan en kan er mos- en algengroei ontstaan.

De omvang van dit verschijnsel is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de omgeving, de oriëntatie, de poreusheid van het pleister, …  [3]. Een weldoordachte keuze van het pleistertype is daarom uiterst belangrijk.

De ETAG 004 'Buitengevelisolatiesystemen met pleisterwerk', die beschouwd kan worden als dé referentie voor de CE-markering van ETICS, voorziet een minimale levensduur van 25 jaar indien het systeem correct gebruikt en onderhouden wordt.

In deze context dient men een onderscheid te maken tussen een normaal onderhoud, waarbij men overgaat tot de reiniging en verwijdering van de atmosferische vervuiling en de even­tuele mos- en algengroei, enerzijds, en de uitvoering van herstellingen (scheurtjes, blazen, ...), anderzijds. In tegenstelling tot gevelmetselwerk, waarbij de scheurvorming voornamelijk optreedt in de voegen en de vervuiling minder zichtbaar is, springen deze problemen bij een buitenbepleistering veel sneller in het oog (a fortiori bij aanwending van een lichtgekleurde afwerkpleister). In dit artikel wordt enkel het normale onderhoud belicht.

Belgische aanbevelingen

Proef ter bepaling van de gevoeligheid van pleistersystemen tegen vergroening.
Proef ter bepaling van de gevoeligheid van pleistersystemen tegen vergroening.
Hoewel de norm NBN EN 13914-1 [2] strikt genomen niet van toepassing is op ETICS, kan men zich er wel op baseren voor de beoordeling ervan. Het onderhoud start met een grondige inspectie van het uitzicht en de eventuele schade, die bij voorkeur uitgevoerd wordt door een gekwalificeerde persoon. Fijne scheurtjes (≤ 0,2 mm volgens de NBN EN 13914-1 en ≤ 0,3 mm volgens de TV 209 'Buitenbepleisteringen') zijn eigen aan het systeem en worden niet als schade beschouwd.

Net zoals in de TV 209 wordt in voornoemde norm aangegeven dat men eerst en vooral de mos- en algengroei dient te verwijderen, waarna men kan overgaan tot de reiniging van het gevelvlak. Vervolgens kan men het pleister behandelen met een water-, mos- en/of algenwerend product en/of er een verfsysteem op aanbrengen. De gekozen behandeling moet uiteraard verenigbaar zijn met het pleistertype.

In de 'Praktische gids voor het onderhoud van gebouwen' [4] wordt een jaarlijkse controle van het uitzicht aangeraden. In geval van bevuiling, kunnen de gevels gereinigd worden door middel van natte, verzadigde stoom. Voor meer informatie hieromtrent dient men de TV 197 'Gevelreiniging' te raadplegen.

Wij zijn overigens ook van mening dat er voldoende aandacht moet uitgaan naar het onderhoud van de aansluitingsdetails (bv. tussen het pleisterwerk en de dorpels of het schrijnwerk), die doorgaans verwezenlijkt worden met soepele voegen.

Volgens de STS 56.1 'Dichtingskitten voor gevels' dienen dergelijke soepele voegen minstens driejaarlijks onderhouden te worden. Indien ze de waterdichtheid verzekeren, is een jaarlijks onderhoud vereist, waarbij niet alleen een visueel onderzoek van de kitvoeg uitgevoerd wordt, maar ook een controle van de hechting en een vervanging van de eventuele defecte delen.

Besluit

Uit de Belgische aanbevelingen blijkt duidelijk dat een regelmatig onderhoud noodzakelijk is om een buitenbepleisteringssysteem op isolatie in goede staat te houden. Om deze reden werd er binnen de WTCB-werkgroep 'Buitenbepleisteringen' een actie opgestart die tot doel heeft gedetailleerde en geactualiseerde criteria op te stellen voor het onderhoud ervan.


Volledig artikel


I. Dirkx, ir., onderzoeker, laboratorium 'Ruwbouw- en afwerkingsmaterialen', WTCB
S. Eeckhout, ing., hoofdadviseur, afdeling 'Technisch advies', WTCB
Y. Grégoire, ir.-arch., adjunct-afdelingshoofd, afdeling 'Materialen', WTCB


Literatuurlijst
  1. Boes C. en Grégoire Y.
    De ETICS in de schijnwerpers. Brussel, WTCB-Dossiers nr. 2/2009, Katern nr. 1, 2009.


  2. Bureau voor Normalisatie
    NBN EN 13914-1 Ontwerp, voorbereiding en uitvoering van stukadoorwerk. Deel 1 : buitenpleisterwerk. Brussel, NBN, 2005.

  3. Loutz S. en Dinne K.
    Vervuiling en verwering van steenachtige materialen door micro-organismen. Brussel, WTCB-Tijdschrift, nr. 2, 2000.


  4. Wagneur M.
    Praktische gids voor het onderhoud van gebouwen. Brussel, NCB-FAB-SECO-WTCB, 1991 (in herziening).