Specificatie van beton voor bedrijfsvloeren 2009/03.03

De in 1997 gepubliceerde TV 204 heeft betrekking op industriële binnenvloeren uit ter plaatse gestort en afgewerkt beton. Om te voldoen aan de eisen op het vlak van mechanische sterkte en duurzaamheid, moet het te gebruiken beton op geschikte manier gespecificeerd worden.
Het zesde hoofdstuk van de TV 204 gaat dieper in op de specificatie van de prestaties van beton voor bedrijfsvloeren en verwijst hiervoor naar de norm NBN B 15-001 uit 1992. Deze norm werd evenwel vervangen door de Europese norm NBN EN 206-1 (2001) en haar Belgische aanvulling, de norm NBN B 15-001 uit 2004. Dit artikel heeft dan ook tot doel om de informatie uit de TV 204 te actualiseren op basis van deze recente normen.

In het kader van kwaliteitsbeheer is het aanbevolen een BENOR-gecertificeerd of gelijkwaardig beton te gebruiken. Een dergelijke certificatie waarborgt dat het beton in overeenstemming is met de normen NBN EN 206-1 en NBN B 15-001 (2004), maar is evenwel niet van toepassing op de uitvoering. De aannemer heeft er met andere woorden alle belang bij om hiervoor zijn eigen kwaliteitsprocedures op punt te stellen. Een specifieke controle kan zich bijvoorbeeld opdringen indien de aannemer zelf het initiatief genomen heeft om de samenstelling van het geleverde beton te wijzigen. In voorkomend geval verliest het gecertificeerde beton bovendien zijn BENOR-label.

Door de verschijning van deze nieuwe normen heeft de specificatie van het beton een aantal grondige wijzigingen ondergaan. Parallel hiermee werden de vroegere blootstellingsklassen in de nieuwe versie van de norm NBN B 15-001 vervangen door omgevingsklassen. Er zijn eveneens aanpassingen te noteren voor wat betreft de keuze van de sterkteklasse. Deze wordt voortaan gespecificeerd door het studiebureau, aan de hand van de ontwerphypothesen. Voor de uitvoering van bedrijfsvloeren leidt de keuze op grond van de mechanische belastingen doorgaans tot één van de volgende drie klassen : C20/25, C25/30 of C30/37.

In de nieuwe versie van de norm NBN B 15-001 bestaat er overigens een duidelijk verband tussen de omgevingsklasse en de minimale sterkteklasse. Teneinde de duurzaamheid (chemische weerstand, vorstbestendigheid, weerstand tegen wapeningscorrosie, ...) te waarborgen, kan het bijvoorbeeld nodig zijn om - afhankelijk van de omgevingsklasse - een betontype met een hogere sterkteklasse te gebruiken.

Het beton moet gespecificeerd worden naargelang van zijn prestaties. Dit gebeurt in overeenstemming met de norm NBN EN 206-1 en haar Belgische aanvulling uit 2004, wat betekent dat men steeds - en in de juiste volgorde - de volgende gegevens dient te vermelden :
  • de overeenstemming met de normen NBN EN 206-1 en NBN B 15-001
  • de sterkteklasse (C X/Y)
  • het gebruiksdomein van het beton : gewapend, niet-gewapend, voorgespannen
  • de omgevingsklasse (EI, EE1 tot EE4 en ES1 tot ES2); bij contact met een agressieve chemische omgeving dient men daarenboven één van de volgende omgevingsklassen aan te geven : EA1, EA2 of EA3
  • de consistentieklasse : S1 tot S5 of F1 tot F6
  • de nominale grootste korrelafmeting (Dmax in mm)
  • eventuele aanvullende gegevens (cementtype, wateropslorping bij onderdompeling, gehalte aan fijne stoffen, ...).
Tabel 1 geeft de betonspecificaties voor een gevlinderd beton met instrooilaag.

Tabel 1 Specificaties voor een gevlinderd beton met instrooilaag.
Afwerking van de top- laag van het verse beton Belas-
tings-
klasse
Gebruik Specificaties voor beton voor bedrijfsvloeren
(het beton is in overeenstemming met de normen NBN EN 206-1 en NBN B 15-001)
Sterkte-
klasse
Ge-
bruiks-
domein
Omge-
vings-
klasse
Consis-
tentie-
klasse
Dmax (1) Bijkomende eisen
Gevlinderd met instrooilaag I Binnen zon-
der water
C20/25 (3) C25/30 GB EI F4/S4 20 (steen-
slag) of 32 (grind)
Korrelverdeling/gehalte fijne stoffen (1)
Parking C35/45 (2) (5) EE4 (5) Korrelverdeling/gehalte fijne stoffen (1)
WAI(0,45) (5)
Andere (4)
II/III Binnen zon-
der water
C25/30 C30/37 EI Korrelverdeling/gehalte fijne stoffen (1)
Parking C35/45 (2) (5) EE4 (5) Korrelverdeling/gehalte fijne stoffen (1)
WAI(0,45) (5)
Andere (4)
(1) Controleren of de desbetreffende regels uit de integrale versie van dit artikel gerespecteerd werden.
(2) Deze sterkteklasse is onlosmakelijk verbonden met de omgeving, meer bepaald met de aanwezigheid van dooizouten.
(3) Enkel voor de slijtageklasse Ia.
(4) LA-cement in aanwezigheid van water en HSR-cement in aanwezigheid van sulfaten.
(5) In geval van slechts zeer occasionele doortocht van wagens met dooizouten, kan men zijn toevlucht nemen tot een sterkteklasse C30/37 en een omgevingsklasse EE2. De klasse WAI(045) is dan niet meer van toepassing.
Nuttige informatie
Dit artikel werd opgesteld in het kader van de Normen-Antenne 'Beton-Mortel-Granulaten', met de financiële steun van de FOD Economie.


Volledig artikel


V. Pollet, ir., en E. Noirfalisse, ir., departement 'Materialen, technologie en omhulsel', WTCB
J.-F. Denoel, ir., en Cl. Ployaert, ir., Febelcem