Verhoogd akoestisch comfort voor appartementen en rijwoningen 2009/02.17

Uit diverse enquêtes blijkt dat een goede geluidsisolatie zowel bij de bewoners van rijwoningen als van appartementen bovenaan het verlanglijstje staat. Op 29 januari 2008 werd de nieuwe norm NBN S 01-400-1 gepubliceerd die de regels van goed vakmanschap vastlegt voor de gevelgeluidsisolatie, de lucht- en contactgeluidsisolatie tussen woningen en de beperking van het installatielawaai.

1. Nieuwe eisen sinds 2008

De nieuwe norm NBN S 01-400-1 hanteert twee kwaliteitsniveaus : een normaal akoestisch comfort enerzijds en een verhoogd akoestisch comfort anderzijds.

De eisen voor een normaal akoestisch comfort zijn van toepassing indien er geen bijzondere bepalingen vastgelegd werden in de contractuele documenten en men de tevredenheid van minstens 70 % van de gebruikers wil verzekeren. Bij een verhoogd akoestisch comfort dient daarentegen meer dan 90 % van de bewoners tevreden te zijn met het bereikte akoestische comfort (wat doorgaans een aantal bijzondere constructieve schikkingen vergt).

Wat de luchtgeluidsisolatie betreft, zijn de nieuwe eisen voor een normaal akoestisch comfort in appartementen ongeveer even streng als de eisen voor de aanbevolen categorie uit de oude norm NBN S 01-400-1. De eisen voor een verhoogd akoestisch comfort (DnT,w ≥ 58 dB) zijn daarentegen een stuk strenger geworden. Bij rijwoningen liggen zowel de eisen voor een normaal als voor een verhoogd comfort aanzienlijk hoger (DnT,w ≥ 58 dB / 62 dB).

2. hoe kan men een verhoogd akoestisch comfort bereiken ?

Met elastische lagen kan men de akoestische isolatie aanzienlijk verhogen.

2.1. Ankerloze spouwconstructies met onderbroken vloerplaten

De ruwbouw wordt opgetrokken uit ontdubbelde ankerloze gemene muren met een spouwbreedte van minstens 4 cm. De vloerplaten worden onderbroken ter hoogte van de gemene muur en opgelegd op de verschillende dragende wanden. Om elk trillingscontact tussen aangrenzende appartementswanden of -vloeren te voorkomen, mogen er geen spouwhaken gebruikt worden tussen de deelwanden en dient men er bij het aanbrengen van de thermische isolatie op toe te zien dat er geen mortelbruggen gevormd worden. Deze constructie is uitermate geschikt voor toepassing in rijwoningen en appartementen, maar dient in dit tweede geval wel nog aangevuld te worden met de volgende elementen (om de isolatie in verticale richting te waarborgen) : zware vloerplaten (min. 500 kg/m²), een uiterst performante zwevende dekvloer en zware wanden (> 200 kg/m²) of elastische lagen tussen de wanden en de bovenzijde van de vloerplaat.

2.2. Ankerloze spouwconstructies met doorlopende vloerplaten

De gemene muur bestaat uit twee ankerloze deelwanden met een spouwbreedte van minstens 4 cm zonder harde koppelingen. Deze deelwanden worden van de vloer- en plafondplaat ontkoppeld door middel van elastische lagen. De zware doorlopende vloerplaat (min. 500 kg/m²) wordt bekleed met een uiterst performante zwevende dekvloer die voldoet aan de eisen voor een verhoogd akoestisch comfort.

2.3. Constructies met voorzetwanden

Deze constructies bestaan uit een dragende enkelvoudige deelwand en een lichte voorzetwand.

2.4. Skeletbouw met invulwanden

Bij skeletbouw worden zware vloerplaten of vloerplaten waarop een verlaagd plafond uit gipsplaten aangebracht werd, gecombineerd met periferisch elastisch ontkoppelde invulwanden, lichte akoestisch ontdubbelde plaatconstructies en uiterst performante zwevende dekvloeren.

2.5. Massiefbouw

Bij deze methode maakt men gebruik van enkelvoudige zware gemene muren (> 650 kg/m²) en binnenwanden van meer dan 300 kg/m².

2.6. Fabrieksmatige oplossingen

Er zijn reeds enkele efficiënte fabrieksmatige systeemoplossingen op de markt waarmee het mogelijk is de eisen voor een verhoogd akoestisch comfort te overtreffen.


B. Ingelaere, ir.-arch., adjunct-departementshoofd, departement 'Bouwfysica en Uitrustingen'