Brandreactie van elastische vloerbekledingen : aandacht voor de plaatsingsvoorwaarden ! 2009/02.11

In het kader van de Europese harmonisatie verscheen er een nieuwe classificatie voor de brandreactie. Dit nieuwe systeem, dat reeds in 2003 aan bod kwam in een artikel uit het WTCB-Tijdschrift, zal tot 1 januari 2013 naast de huidige Belgische classificatie blijven bestaan (¹).
De nieuwe Europese classificatie onderscheidt zeven hoofdklassen van vloerbekledingen : A1FL, A2FL, BFL, CFL, DFL EFL en FFL (de index FL staat voor flooring of vloerbekleding). Naast deze hoofdklassen wordt er een bijkomende klasse s1 of s2 (smoke) toegevoegd om de rookontwikkeling van de vloerbekleding te verduidelijken.

De Belgische reglementering met betrekking tot de brandveiligheid werd reeds aangepast aan deze nieuwe classificatie en zou binnenkort officieel gepubliceerd moeten worden.

1. Invloed van de plaatsingsvoorwaarden op de beoordeling van de brandreactie

Proef ter bepaling van de brandreactie van een vloerbekleding.
De brandreactieprestatie van een elastische vloerbekleding wordt bepaald aan de hand van laboratoriumproeven. De verkregen classificatie kan echter gewijzigd worden door de plaatsingsvoorwaarden, voornamelijk door het type ondergrond waarop de vloerbekleding aangebracht wordt, het gebruikte lijmtype, de toegepaste primer en de egalisatielaag.

1.1. Ondergrond van de vloerbekleding

De geldende normen (²) geven aan dat vloerbekledingen getest kunnen worden op twee genormaliseerde ondergronden, meer bepaald :
  • een onbrandbare standaardondergrond (vezelcementplaat); de aldus bekomen brandreactieklasse van de vloerbekleding kan uitgebreid worden tot alle ondergronden die volgens de Euroklassen onbrandbaar zijn (klasse A1FL of A2FL)
  • een brandbare standaardondergrond (houtspaanplaat); de aldus bekomen brandreactieklasse van de vloerbekleding kan uitgebreid worden tot alle onbrandbare en houten ondergronden.
De proef met een brandbare standaardondergrond levert voor de gebruikte vloerbekleding in principe een minder goede brandreactieclassificatie op dan deze met een onbrandbare standaardondergrond.

1.2. Lijmtype

Het lijmtype en de lijmhoeveelheid die gehanteerd worden bij de laboratoriumproeven dienen, in de mate van het mogelijke, te beantwoorden aan de voorziene eindtoepassingsvoorwaarden. De norm NBN EN 14041:2004, die verwijst naar de proefnorm NBN EN 9239-1, bepaalt dat de proefresultaten van verlijmde proefstukken enkel gelden voor de aan de proef onderworpen vloerbekleding en het hierbij gebruikte lijmtype (of lijmen van hetzelfde generische type). Indien de proefstukken getest worden zonder lijm, gelden de resultaten zowel voor de beproefde vloerbekleding met als zonder lijm.

We willen erop wijzen dat een vrij geplaatste vloerbekleding minder goede proefresultaten zal opleveren dan eenzelfde vloerbekleding met verlijmde plaatsing.

1.3. Primer en egalisatielaag

De proefvoorwaarden moeten in principe overeenstemmen met de eindtoepassingsvoorwaarden in situ. De invloed van de primer en de egalisatielaag op de brandreactie van de vloerbekleding zou niettemin verwaarloosbaar moeten zijn. Men kan bijgevolg stellen dat de uitvoering van bijkomende proeven doorgaans overbodig is.

2. Brandreactieprestatie zonder proeven

De fabrikant kan beslissen om geen brand­reactieprestaties te declareren. Hij kan er met andere woorden voor opteren om een vloerbekleding of een gamma vloerbekledingen op de markt te brengen van klasse FFL. In dit geval is er geen enkele proef vereist voor dit product of voor deze productreeks. De klasse EFL kan op haar beurt zonder proeven gegarandeerd worden voor vloerbekledingen die voldoen aan de voorwaarden uit de Beslissing 2005/610/EG van de Europese Commissie.


(¹) Deze datum staat vermeld in het huidige wijzigingsontwerp van Bijlage 5 van het Koninklijk Besluit tot vaststelling van de basisnormen inzake brandveiligheid. Het is niet uitgesloten dat deze datum nog gewijzigd wordt bij de officiële publicatie van de tekst.
(²) NBN EN 14041:2004 'Elastische vloerbekledingen, tapijten en laminaatvloerbekledingen. Essentiële eigenschappen' en NBN EN 13238:2001 'Beproeving van het brandgedrag van bouwwaren. Voorbehandelingswerkwijzen en algemene regels voor de keuze van ondergronden'.


Volledig artikel


Y. Martin, ir., adjunct-afdelingshoofd, afdeling 'Materialen'
V. Pollet, ir., adjunct-departementshoofd, departement 'Materialen, Technologie en Omhulsel'