Meer comfort met minder energie 2009/01.17

Energie en klimaat waren dé thema's van het afgelopen decennium en zullen wellicht ook de volgende jaren nog hun stempel drukken op het maatschappelijke en bouwgebeuren. Het gaat hier om een echte horizontale of transversale problematiek, die tevens aan bod komt binnen diverse andere Technische Comités. Vanuit het besef dat de thematiek van bouwfysica en comfort alle bouwberoepen aanbelangt, werd in 1971 het horizontale TC 'Hygrothermie' opgericht.

Meer comfort heeft een prijs

De aanpassing van het wooncomfort aan de gebruikersbehoeften is altijd al een basisbekommernis van de bouwsector geweest. Per slot van rekening zoekt de mens in zijn gebouwen bescherming tegen weer en wind, tegen koude en hitte, ..., en wil hij er op een aangename en comfortabele manier wonen, werken, winkelen, ontspannen, les volgen, ...

De comforteisen hebben de afgelopen 50 jaar een aantal grondige wijzigingen ondergaan. Terwijl men vroeger veelal tevreden was met een goed verwarmde woonruimte en keuken, verwacht men tegenwoordig dat er in alle ruimten een aangepaste (en aanpasbare) temperatuur heerst. Bovendien is er de laatste jaren een groeiende interesse voor het thermische comfort in de zomer (beperking van het gevaar voor oververhitting, ...).

Verder wordt de mens zich meer en meer bewust van de noodzaak van een gezond binnenklimaat, waarin vervuilende stoffen, geurtjes, vocht, ... versneld worden afgevoerd en er een aangename lichtomgeving heerst, wat essentieel is voor de optimale uitvoering van zijn oogtaken.

Het zal dan ook niemand verwonderen dat de eisen ten aanzien van het ontwerp en de uitvoering van onze gebouwen en hun verwarmings-, koelings-, ventilatie- en verlichtingsinstallaties heel wat strenger geworden zijn.

Om deze verhoogde comforteisen te kunnen inwilligen, werd er aanvankelijk op grote schaal gebruik gemaakt van energieverslindende installaties voor centrale verwarming, airconditioning, ventilatie en verlichting.

Door de economische gevolgen van de oliecrisissen uit de jaren '70 en '80 en de dreigende klimaatsveranderingen zijn velen tot het besef gekomen dat het nodig is grondig na te denken over onze omgang met de eindige en vervuilende energiebronnen.

De 'trias energetica' kan hierbij een goede leidraad vormen :

  • stap 1 : beperking van de energievraag
  • stap 2 : gebruik van duurzame energiebronnen waar mogelijk
  • stap 3 : zo efficiënt mogelijke dekking van het restverbruik met eindige energiebronnen.

Verbetering van de prestaties

Nieuwe gevelconcepten kunnen zorgen voor een comfortabel en aanpasbaar binnenklimaat.
De afgelopen jaren werden er spectaculaire verbeteringen geboekt op het vlak van de energievraag van gebouwen. Zo is de U-waarde van de beglazing met een factor 10 gedaald, van 6 W/m²K voor gewoon enkel glas tot 0,6 W/m²K voor de meest performante driedubbele of vacuümbeglazingen.

Het isolatiepeil maakte een gelijkaardige sprong : terwijl de meeste oudere woningen een K-peil van om en bij de K150 vertonen, is een K-peil van K15 in de huidige passiefhuizen geen uitzondering meer.

De jongste jaren wordt er ook alsmaar meer aandacht besteed aan het vermijden van koudebruggen en aan de beperking van luchtlekken (n50 van 10 à 30 h-1 naar 0,6 à 1 h-1). Bij deze zoektocht kan men zich vandaag de dag overigens laten leiden door een aantal performante simulatiepakketten.

De nood aan artificiële koeling kan dan weer beperkt worden door de buffering van warmteoverschotten, door de toepassing van zonbeheersingstechnieken, door gebruik te maken van intensieve nachtelijke ventilatie, ...

Ook bij de beheersing van de luchtkwaliteit is het mogelijk de energievraag te beperken. Dit kan onder meer gebeuren door zijn toevlucht te nemen tot een gecontroleerd vraaggestuurd ventilatiesysteem.

De betere integratie van het daglicht in het ontwerp en het voorzien van een zuinige en vraaggestuurde kunstverlichting kunnen tenslotte een aanzienlijke daling van de energiebehoeften van het verlichtingssysteem teweegbrengen.

Het WTCB heeft voor al deze thema's performante onderzoeksfaciliteiten uitgebouwd en werkt samen met andere instellingen aan de ontwikkeling van evaluatietechnieken om meer vat te krijgen op de energievraag. Daarnaast gaat alsmaar meer belangstelling uit naar de integratie van duurzame energietechnieken in gebouwen (warmtepompen, grondkoeling, zonnepanelen voor warmwaterproductie en elektriciteitsvoorziening, warmteterugwinning bij ventilatie, ...).

Normalisatie en regelgeving

Normalisatie en regelgeving zijn belangrijke hulpmiddelen om de verscherpte prestatie-eisen ingang te doen vinden in de bouwsector.

Zo heeft het WTCB een belangrijke rol gespeeld bij de implementatie van de Europese Energieprestatierichtlijn in de drie Gewesten van ons land. Terwijl deze regelgeving voor nieuwbouw reeds heel wat vruchten afgeworpen heeft, ligt de grote uitdaging erin om ook het bestaande gebouwenpark op een beter energieprestatiepeil te brengen en tegelijkertijd het comfort en de leefbaarheid te verbeteren.

Er wacht dit Technisch Comité met andere woorden nog een mooie toekomst om de toenemende vraag naar onderzoek, ontwikkeling en ondersteuning van de bouwpraktijk in goede banen te leiden.