Steen en marmer : tijdloos en modern 2009/01.15

Natuursteen wordt al sinds mensenheugenis als bouw- en afwerkingsmateriaal toegepast. Zo werd voor de architecturale meesterwerken van de antieke Griekse beschaving dankbaar gebruik gemaakt van het marmer dat in de omgeving van Athene werd ontgonnen. Ook de Romeinen waren grootverbruikers van natuursteen, met name voor de bekleding van hun vloeren, metselwerk en kolommen.

Natuurlijk en edel

In België wordt al meer dan 2000 jaar lang natuursteen gewonnen. Ons land wordt dan ook traditioneel beschouwd als een gerenommeerde natuursteenleverancier. Zo is de Belgische blauwe hardsteen tot ver buiten onze landsgrenzen gegeerd.

Tijdens de mid­del­eeuwen kende het natuursteenverbruik echter een dipje, om gedurende de Renaissance wederom tot volle bloei te komen. De echte revival kwam er in de 18e eeuw, door de tendens om in zowat alle kastelen, kerken en prestigieuze openbare gebouwen natuursteen te verwerken. In het midden van de 19e eeuw werd de vraag naar bepaalde natuursteensoorten (bv. witte steen) zelfs zo groot, dat de invoer vanuit Frankrijk fors moest worden opgedreven.

Tegenwoordig merkt men tevens een toenemende invoer vanuit verder afgelegen con­treien, met een exponentiële uitbreiding van het kleurenpalet en de afwerkingsmogelijkheden tot gevolg, wat soms echter ten koste gaat van de materiaalkennis.

Onder invloed van de industriële evoluties die gepaard gingen met de overschakeling van paardenkracht op de stoommachine en later ook op elektriciteit, hebben de ontginnings- en bewerkingstechnieken van dit natuurlijke, edele materiaal in de loop der eeuwen een aantal ingrijpende veranderingen ondergaan.

Interactief en evolutief

Het Technisch Comité 'Steen en marmer' werd vrij snel na de oprichting van het WTCB in het leven geroepen en heeft intussen een heleboel onderzoeken en publicaties over natuursteen op zijn naam geschreven. Zo werd er reeds in 1962 een Technische Voorlichting gewijd aan blauwe hardsteen, een onderwerp dat ook in de daarop volgende decennia nog meermaals aan bod zou komen. Andere geprivilegieerde onderzoeksthema's van dit TC zijn : specifieke steentoepassingen (zoals binnenbevloeringen en gevelbekledingen), gevelreinigingstechnieken en waterwerende oppervlaktebehandelingen.

Als gevolg van de toenemende ontginning van natuursteen, met name in de Aziatische landen, is er tegenwoordig een ruim aanbod aan 'exotische' steensoorten op de markt beschikbaar. Het zal dan ook niemand verwonderen dat de keuze van het meest geschikte steentype voor een welbepaalde toepassing alsmaar moeilijker wordt.

Deze overvloed aan steensoorten zette onze medewerkers ertoe aan een reeks basiscriteria te formuleren om de keuze van het steentype te oriënteren naargelang van zijn bestemming. In 2006 werd vanuit deze optiek de eerste interactieve en evolutieve TV van het WTCB ontwikkeld, met als thema ... natuursteen.

Dit document werd in een gloednieuwe vorm gegoten : het bestaat uit een databank met fiches, die opgesteld konden worden dankzij de analyse van een groot aantal aan het WTCB geleverde proefstukken.

Dankzij het innovatieve elektronische formaat van deze TV kan men in een mum van tijd één of meerdere stenen selecteren op basis van verschillende criteria (fysische en mechanische kenmerken, commerciële benaming, soort gesteente, tint, …). Zodoende krijgt men niet alleen toegang tot de karakteristieken en de gebruiksinstructies van de betreffende steen, maar ook tot de eventuele technische goedkeuringen, de referentiepublicaties en de beschrijving van de genormaliseerde proeven die erop van toepassing zijn.

ATG en BENOR

Kwaliteitsbewaking is een essentieel punt bij natuursteen. Het is immers uiterst belangrijk dat men zich bij de steenkeuze kan beroepen op gefundeerde technische gegevens. In België kan men hiervoor terugvallen op de technische fiches uit de TV 228 of op het systeem van de Technische Goedkeuringen (ATG).

Momenteel beschikt ongeveer een dozijn (hoofdzakelijk Belgische) blauwe-hardsteengroeves over een door de BUtgb afgeleverde ATG, waarin de oorsprong en de karakteristieken van het ontgonnen materiaal opgenomen zijn. Een groot deel van de sector lijkt bovendien nog verder te willen gaan, door deze ATG's aan te vullen met een certificaat van het BENOR-type voor de afgewerkte producten.

Toekomstige ontwikkelingen

Nagespannen kolommen in het station 'Saint-Charles' te Marseille.
Vermits natuursteen per definitie een natuurlijk materiaal is, zijn de mogelijkheden op het gebied van mate­riaaltechnologie logischerwijze beperkt.

Mits voldaan wordt aan enkele voorwaarden (duurzaam beheer van de steenontginning, afvalbeheer, ratio­neel watergebruik, aandacht voor geluids- en stofhinder, …), opent dit materiaal - dankzij zijn beperkte grijze energie - echter wel belangrijke perspectieven op milieuvlak.

Zo zou er onder impuls van de energieprestatieregelgeving werk gemaakt kunnen worden van de ontwikkeling van buitengevelisolatiesystemen, bestaande uit een dunne, op een thermisch isolatiemateriaal verlijmde laag natuursteen.

Daarnaast zou men - zoals nu reeds volop gebeurt in de Verenigde Staten - gevelpanelen kunnen fabriceren door een fijne laag natuursteen te verlijmen op een honingraatvormige ondergrond.

Het gebruik van 'massieve' natuursteen in de binnenafwerking zou dan weer van pas kunnen komen om een eventueel tekort aan thermische massa te compenseren.

Tenslotte ligt er ook nog een groot innovatiepotentieel in de ontwikkeling van naspantechnieken, wat het ontwerp van slankere constructies mogelijk maakt.