Bepleisteringen : binnen decoreren, buiten ook isoleren
2009/01.14

Bepleisteren, opvoegen, decoreren, maar ook steeds vaker isoleren, beschermen, zuiveren en klimatiseren, ... Het is slechts een greep uit het ancestrale, hedendaagse en toekomstige takenpakket van de bouwprofessionelen die vertegenwoordigd worden door het jongste van onze Technische Comités.

Bepleisteringen door de eeuwen heen

Gips en kalk behoren tot de oudste bouwmaterialen die 'getransformeerd' worden door een menselijke interventie. Dit kan men verklaren door hun redelijk eenvoudige fabricageprincipe : om te komen tot een portie gips of kalk volstaat het immers om het natuurlijke mineraal op te warmen en vervolgens te vermalen tot poeder ...

De oudste sporen van bepleisteringen met gips of kalk stammen uit het 7e millennium vóór onze jaartelling. Ook tijdens de Egyptische beschaving nam men regelmatig zijn toevlucht tot gips als pleistermateriaal, zoals magistraal tot uiting komt in de piramide van Cheops.

Men trof eveneens sporen van bepleisteringen aan in de Griekse en Romeinse oudheid. Het gebruik ervan ging enigszins achteruit in het West-Romeinse rijk, maar kende een ware wederopbloei onder de Byzantijnse heerschappij. Ook tijdens de Karolingische dynastie werd er in heel wat religieuze gebouwen volop pleisterwerk aangewend.

De latere expansie en verspreiding van dit materiaaltype was voornamelijk te danken aan de industrialisatie van het ontginnings- en fabricatieproces, wat bovendien gepaard ging met een sterke kwaliteitsverbetering en een gestage uitbreiding van het productenpalet.

Daarnaast kwam er een verbetering van de verwerkingstechnieken voor de traditionele 'natte' pleisters, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van spuitpleisters. Ook wat de plaatsingswijzen betreft, kan men de vinger leggen op bepaalde veranderingen. Denken we maar aan het verdwijnen van de binnenbepleistering, aangebracht op houten latjes, en de opkomst van netvormige pleisterdragers en bepleisterbare gipsplaten, waarvoor in de Verenigde Staten reeds in 1894 een brevet gedeponeerd werd. In Europa kwam deze afwerkingstechniek daarentegen pas echt tot bloei na de Tweede Wereldoorlog.

De mortels en voegmortels voor metselwerk hebben eveneens een aantal ingrijpende evoluties ondergaan. Zo zag men zich bij het vermetselen van bepaalde steentypes genoodzaakt om de samenstelling van de stelmortel bij te sturen teneinde de vorstbestendigheid ervan te verbeteren en het uitstoten van het voegwerk te verhinderen. Ook ontstond de tendens om voegwerk in verschillende kleuren toe te passen.

Pleisters op een isolatie

Hechtingsproeven op een op een isolatie aangebrachte bepleistering.
Ondanks het feit dat het Technisch Comité 'Plafonneer- en voegwerken' van het WTCB dit jaar pas zijn 20e verjaardag viert, heeft het reeds heel wat onderzoeken en publicaties op zijn actief.

De activiteiten van dit TC zijn voornamelijk toegespitst op binnenbepleisteringen, het opvoegen van metselwerk en buitenbepleisteringen op een thermische isolatie. Laatstgenoemde techniek is immers zeer performant op hygrothermisch vlak, wat tal van perspectieven opent voor de verbetering van de energieprestaties van onze nieuwe en bestaande gebouwen.

De jaren '90 werden gekenmerkt door de toenemende tendens om plafondbepleisteringen op ondergronden van relatief jong en alsmaar gladder beton aan te brengen. Dit vormde de aanzet voor een grootschalig onderzoek naar de aanhechting van plafondbepleisteringen. Deze complexe parameter wordt namelijk beïnvloed door een heleboel factoren, die niet alleen product- maar ook bouwplaatsgebonden kunnen zijn.

Inrichtbare zolders

Gelet op het huidige streven naar een optimaal gebruik van de beschikbare binnenruimte (bv. door ook de vertrekken onder het dak in te richten), zijn er recentelijk een aantal bepleisterbare ondergronden (netvormige pleisterdragers of gipsplaten) op de markt verschenen. De applicatie van een dergelijk afwerkingssysteem aan de onderzijde van een hellend dak, gecombineerd met een performante thermische isolatie, vereist uiteraard een correcte hygrother­mische dakopbouw.

Toekomstperspectieven

Vermits de binnenmuren en plafonds een groot contactoppervlak met de binnenomgeving vertegenwoordigen, zouden ze een interessante bijdrage kunnen leveren tot de zuivering van de binnenlucht. Zo wordt er momenteel gewerkt aan de ontwikkeling van gipsplaten en pleisters die de onzuiverheden uit de lucht zouden kunnen neutraliseren.

De binnenafwerking zou ook een rol kunnen gaan spelen in de regeling van de relatieve luchtvochtigheid, terwijl het gebruik van fase­overgangsmaterialen (PCM) een reeks interessante mogelijkheden biedt op het vlak van energieverbruik en binnenluchtkwaliteit.

Dankzij de nieuwe technologieën zou het bin­nenkort tevens mogelijk kunnen worden af­werkingen te creëren die - naargelang van het humeur van de bewoners - een welbepaalde geur verspreiden in het gebouw of een zekere verlichting uitstralen. Slaapkamers zouden bovendien bijkomend afgeschermd kunnen worden door middel van (elektromagnetische) stralingswerende pleisters.

Door de ontwikkeling van binnenbepleisteringen met een snelle afwerkbaarheid zou het dan weer mogelijk moeten worden de bouwtermijnen te verkorten.

Buitenpleistersystemen worden tenslotte niet alleen uitermate gewaardeerd omwille van hun warmte-isolerende eigenschappen, maar worden ook verondersteld een zelfreinigend karakter te hebben en in staat te zijn schadelijke stoffen uit de buitenlucht te verwijderen. Dit opent dus interessante perspectieven voor de verbetering van de kwaliteit van de buitenlucht.