Glas en zijn toepassingen ... een succesverhaal ! 2009/01.09

Glasproducten worden in de meest uiteenlopende sectoren toegepast en hebben de afgelopen jaren een onwaarschijnlijke evolutie gekend. De verbetering van hun prestaties ging gepaard met de wens om te voldoen aan een groot aantal - soms tegenstrijdige - eisen (bv. een maximale lichttransmissie versus een minimale warmte-energietoevoer in de zomer). Glas moet tegenwoordig ook vaak een beveiligende (bv. schokken, inbraak) of structurele (bv. glazen vloeren of traptreden) functie vervullen.

Het ontstaan van glas

Glas heeft in de natuur altijd al bestaan onder de vorm van obsidiaan (een vulkanisch gesteente, gevormd door de snelle afkoeling van lava). Over de oorsprong van zijn fabricage door de mens (smelting) bestaat er evenwel nog enige onduidelijkheid, hoewel er parallellen kunnen getrokken worden met de ontstaansgeschiedenis van email.

Terwijl de oudste sporen van de glasgietkunst reeds rond 4000 vóór Christus aangetroffen werden in Syrië en de Egyptenaren de kunst van het gevormde glas perfect beheersten vanaf 2000 vóór Christus, maakte het geblazen glas pas zijn opwachting omstreeks het begin van onze jaartelling. Tezelfdertijd begon dit materiaal ook transparanter te worden, dankzij het gebruik van uiterst zuivere grondstoffen, wat de Romeinen toeliet de eerste producten uit vlak glas te produceren en toe te passen in hun gebouwen. Deze techniek kende bovendien een ware bloei in de middeleeuwen, door de uitvinding van twee nieuwe glasblaastechnieken : het plaatblazen en het cilinderblazen.

Voorbeeld van een glazen trap.
Toch bleef het gebruik van glas in gebouwen tot in de 19e eeuw eerder beperkt tot de rijkere klassen. Hierin kwam evenwel verandering door de opkomst van de industriële fabricagetechnieken, zoals het door de Belg Fourcault ontwikkelde mechanische trekprocédé. In 1959 zag tenslotte het fabricageprocédé voor floatglas het licht. Het gaat hier om een continue stroom van uitgegloeid, transparant, helder of gekleurd vlakglas, waarvan beide zijden effen en evenwijdig zijn.

In de loop van de 19e eeuw werden er talloze nieuwe glastoepassingen op punt gesteld. Het zal dan ook niemand verwonderen dat dit materiaal in deze periode het voorwerp uitmaakte van diverse ontwikkelingen om aan de nieuwe eisen te kunnen beantwoorden. Zo werd in 1875 het geharde glas uitgevonden om tegemoet te komen aan de noden van de automobielindustrie. Het eerste gelaagde glas verscheen dan weer in 1903, terwijl het gebruik van dubbel glas, ondanks het feit dat dit procédé reeds ontwikkeld werd omstreeks 1865, pas een ware doorbraak kende gedurende de energiecrisis van de jaren '70.

De thermische revolutie

De thermische isolatie van beglazingen heeft de laatste decennia een spectaculaire evolutie gekend. Door de overgang van enkel glas (U waarde van 5,8 W/m²K) naar gewoon dubbel glas (U-waarde van 2,9 W/m²K) konden de transmissieverliezen in het verleden reeds met 50 % verminderd worden. Dankzij de ontwikkeling van coatings met (zeer) lage emissiviteit konden deze verliezen de afgelopen jaren nogmaals met 60 % ingeperkt worden. In combinatie met een spouw, gevuld met een spe­ciaal gas, is het tegenwoordig zelfs mogelijk de U-waarde van dubbele beglazingen te verlagen tot zo'n 1,1 à 1,2 W/m²K.

Deze evolutie is niet meer te stuiten sinds de opkomst van de driedubbele beglazing (U-waarde van 0,6 W/m²K), die gekenmerkt wordt door een combinatie van coatings met lage emissiviteit en gasgevulde spouwen. Om de bouwprofessionelen met deze technologie vertrouwd te maken, is echter enige omkadering vereist.

Rol van het WTCB

Het Technisch Comité 'Glaswerken' werkt reeds jaar en dag aan de opstelling van artikels over de correcte plaatsing en vastzetting van beglazingen, teneinde het risico op scheurvorming en inwendige condensatie in te perken. Vanaf 1992 behoorde het WTCB tevens tot de eerste instanties die melding maakten van het fenomeen van uitwendige oppervlaktecondensatie, dat inherent is aan de nachtstraling (warmteverliezen naar de heldere hemel) en de thermische prestaties van hoogrendementsglas.

Terwijl de TV 221 'Plaatsing van glas in sponningen' (2001) twee jaar geleden aan de grondslag lag van de eerste interactieve e-learningmodule op onze website, wordt er tegenwoordig ook heel wat aandacht besteed aan het zomercomfort in kantoorgebouwen.

De toekomst is morgen !

Voorbeeld van een glazen vloer.
Het WTCB heeft altijd al getracht een voortrekkersrol te spelen bij de omkadering van de architecturale modes. De afgelopen jaren was het onderzoek dan ook toegespitst op thema's zoals het gebruik van glas in daken en gevels (met behulp van de meest uiteenlopende systemen), de beschermingsfunctie van glas ten opzichte van geluid, zon, valgevaar, inbraak, ...

Hoewel er momenteel vooral gewerkt wordt rond innovatieve beglazingen die een antwoord kunnen bieden op de klimatologische uitdagingen (integratie van fotovoltaïsche cellen, ontwikkeling van actieve of intelligente beglazingen), mag men niet vergeten dat ook het correcte gebruik van glas in structurele toepassingen nog steeds een ware uitdaging vormt. De nieuwe TV over bijzondere bouwwerken uit glas, die dit jaar zal verschijnen, zou in deze context moeten uitgroeien tot hét referentiedocument voor de sector.