Betegelingen : van de farao's tot nu 2009/01.08

De eerste keramische voorwerpen werden zo'n 20.000 jaar geleden ontwikkeld. De oudste sporen van geglazuurde tegels werden op hun beurt gevonden in de graftombes van de Egyptische farao's. De keramische tegels hebben sedertdien een constante evolutie gekend en maken vandaag de dag, samen met de cementgebonden tegels en de meer recente agglomeraattegels, deel uit van een productengamma dat erg naar waarde geschat wordt omwille van hun uitstekende prestaties en mooie uitzicht.

Een rijk industrieel verleden

In België kwam de keramische industrie tot volle bloei in de 15e en de 16e eeuw door de toestroom van talloze Italiaanse pottenbakkers en majolicameesters. In de loop van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) sloeg een groot deel van deze handwerklieden echter op de vlucht, wat een ware braindrain voor de tegelsector teweegbracht.

Het duurde tot circa 1850 alvorens de Belgische tegelindustrie opnieuw aan belang begon te winnen. Nagenoeg alle fabrikanten exporteerden rond die tijd een groot deel van hun productie, en dit niet alleen naar de buurlanden, maar over de hele wereld. Naast de keramische tegels veroverden vanaf het einde van de 19e eeuw ook de in de massa gekleurde cementtegels en de marmercomposiettegels de internationale markt. Deze zouden tot aan de Tweede Wereldoorlog een veel gevraagd Belgisch product blijven. Daarna begon de keramische- en cementtegelproductie langzaam achteruit te gaan, wat de deur opende voor producten van buitenlandse makelij.

Een ruim productengamma

Of het nu gaat om keramische producten of om tegels op basis van cement, harsen of natuursteen, de fabricage- en plaatsingstechnieken voor harde muur- en vloerbekledingen hebben de afgelopen jaren een aantal grondige (r)evoluties gekend. Zo stelt men vandaag de dag een verschuiving van de traditionele plaatsing naar de gelijmde plaatsing met voornamelijk mortellijm - en voor speciale toepassingen ook met dispersie- of reactielijm - vast. Deze evolutie eist een alsmaar grotere techniciteit van de tegelzetter : teneinde de best geschikte plaatsingstechnieken en -producten te kunnen kiezen, dient hij immers kennis te hebben van de materiaaleigenschappen en hun ondergrond.

De werkvoorwaarden van de tegelzetter ondergingen daarentegen slechts weinig ingrijpende veranderingen. Toch verschenen er de jongste jaren enkele innovatieve hulpstukken ten tonele : draailasers voor het uitzetten van het niveau, toestellen met zuignappen om de hanteerbaarheid en de verlijming te vergemakkelijken, ...

De tegelzetters worden er ook steeds vaker toe aangespoord om zo snel mogelijk te beginnen met de plaatsing van de harde vloerafwerking. Een dergelijke verkorting van de plaatsingstermijn houdt evenwel risico's in, gelet op de aanzienlijke vervormingen waaraan bepaalde ondergronden gedurende de eerste maanden na hun uitvoering onderhevig zijn.

Ons land als voorbeeld

Als gevolg van het toenemende gebruik van beton in de wandopbouw en de gestage verkorting van de bouwtermijnen, nam het WTCB in de jaren '60 het besluit om een onderzoek op te zetten over de aanhechting van muurtegels. De resultaten hiervan werden in 1970 neergepend in een TV over het gedrag van muurbekledingen met faiencetegels. Door de opkomst van de mortellijmen moest de kennis in dit verband echter enigszins geactualiseerd worden. Zo verscheen in 2003 een TV over de plaatsing van muurbetegelingen, die weldra zal aangevuld worden door een TV over vloerbetegelingen.

Dankzij het recente WTCB-onderzoek naar de vorstbestendigheid van keramische materia­len kon men de vinger leggen op diverse lacunes in de Europese norm voor wat betreft de beoordeling van de duurzaamheid van deze producten in ons klimaat, dat omwille van zijn regenachtige en koude winters en de opeenvolging van vorst-dooicycli als streng beschouwd moet worden. Deze vaststelling maakte het bij tal van schadegevallen met terrastegels mogelijk om de rol van de materialen te onderscheiden van deze van de plaatsing. Dit was zeer belangrijk voor de tegelzetter, die tot dan toe vaak als enige verantwoordelijk gesteld werd voor het slechte gedrag van de vloerafwerking.

Op het gebied van dekvloeren wordt er tegenwoordig vooral aandacht besteed aan de meting van het vochtgehalte, de effecten van de krimp en de mogelijke gevolgen ervan voor het kromtrekken van de vloerbedekking. Dit kan men verklaren door het feit dat de sector, omwille van de thermische en akoestische reglementeringen, steeds vaker zwevende dekvloeren begint te gebruiken.

Een blik op de toekomst

Onderzoek naar tegellijmen.
Of het nu gaat om agglomeraattegels of producten op basis van aardewerk of natuursteen, deze elementen zullen ook in de toekomst een afwerkingsmateriaal bij uitstek blijven, en dit zowel voor binnen- als buitentoepassingen. De belangrijkste innovaties op korte termijn zullen waarschijnlijk betrekking hebben op de verbetering van de technische prestaties en de uitbreiding van het productengamma.

Wat de afmetingen van de elementen betreft, zal de 'XXL'-mode zich de volgende jaren vermoedelijk nog verder doorzetten, wat gepaard zal gaan met een verstrenging van de dimensionale toleranties.

Op langere termijn zal ook de betere beheersing van het energieverbruik een weerslag hebben op de gebouwafwerking, met een aantal grondige technologische innovaties tot gevolg. Gelet op de grote oppervlakte die ze vertegenwoordigen, kunnen de afwerkingsmaterialen hierbij een belangrijke rol gaan spelen. Door de integratie van fotovoltaïsche cellen of folies in de gevelbetegeling zou het bijvoorbeeld mogelijk kunnen worden het uitzicht van de huidige systemen te verbeteren en hun inwerking in de constructie te vergemakkelijken.

Voor de actieve comfortregeling zal men tenslotte steeds vaker zijn toevlucht gaan nemen tot automatische of programmeerbare technologieën, die een goede coördinatie tussen de bekabeling, de sensoren en de afwerkingsmaterialen vergen. Zo zou het concept van de stralingsverwarming, die niet alleen ingewerkt kan worden in de vloer, maar ook in de muren, aan belang kunnen gaan winnen. Vanuit deze optiek zou de ontwikkeling van 'stralende' keramiektegels, die toelaten om elektrische energie (laagspanning) om te zetten in warmte, een waardevolle innovatie kunnen betekenen.