Rendementen van meer dan 100 % 2009/01.06

De verwarming van woongebouwen behoort al eeuwenlang tot de hoofdbekommernissen van de mens, waarbij veel inventiviteit nodig was om comfort en energiezuinigheid met elkaar te verzoenen. Vandaag vertegenwoordigt het totale energieverbruik in gebouwen nog steeds 35 tot 40 % van de algehele uitstoot van broeikasgassen. De helft hiervan kan op rekening geschreven worden van het stoken met fossiele brandstoffen. De zoektocht naar een gezond binnenklimaat, meer comfort en betere prestaties heeft ertoe geleid dat de sector van de verwarming en de klimaatregeling in de afgelopen decennia belangrijke evoluties heeft ondergaan.

Rationeel energiegebruik

Thermostaatkranen : een eenvoudige oplossing voor de warmteregeling in elke ruimte.
Tot voor enkele generaties waren de meeste gebouwen totaal ongeïsoleerd en werden enkel de ruimten verwarmd waarin de mensen verbleven. Tot het midden van de vorige eeuw gebeurde dit vrijwel uitsluitend met individuele toestellen (haarden, kachels, ...), waarvoor hout en steenkool als voornaamste energiebron gebruikt werden. In de loop van de jaren '50 begon dan het petroleum- en aardgastijdperk. Deze grondstoffen waren destijds immers goedkoop en massaal beschikbaar.

Aan het begin van de jaren '60 kwam er door de groeiende vraag naar meer comfort ook een sterke toename van het aantal centrale-verwarmingsinstallaties. Dit ging gepaard met een aanzienlijke stijging van het energieverbruik, zonder de minste aandacht voor de te installeren vermogens en/of de werkelijke energiebehoeften van het gebouw. In de loop van de jaren '70 werd de Westerse wereld echter geconfronteerd met de eerste oliecrisis, waardoor huishoudens en bedrijven de energieprijzen snel zagen stijgen en de overheid een eerste omvangrijke informatiecampagne op touw zette om de burgers aan te sporen tot rationeel energiegebruik.

Aangezien de interesse voor de in die tijd niet-verplichte energiebesparende maatregelen na afloop van de energiecrisis snel verslapte, zagen de (regionale) overheden zich er vanaf de jaren '80 toe genoodzaakt om isolatiereglementeringen in te voeren, die in de loop van de jaren '90 aangepast werden en aangevuld met ventilatie-eisen.

De invoering van de in 2002 door de Europese Commissie gepubliceerde EPBD-Richtlijn heeft er in ons land voor gezorgd dat ook de energieprestaties van HVAC-systemen een belangrijk aandachtspunt geworden zijn in de beoordeling van de globale energieprestaties van het gebouw. Inmiddels zag men het rendement van de verwarmingsinstallaties met rasse schreden toenemen tot zelfs boven de 100 % en verschenen er nieuwe brandstoffen op de markt (bv. houtpellets).

Aandacht voor een gezond binnenklimaat

Om te kunnen genieten van een gezonde en comfortabele binnenluchtkwaliteit, is een gepaste ventilatiestrategie vereist. Dit neemt niet weg dat er in bepaalde woningen, ondanks de aanwezigheid van een ventilatiesysteem, toch nog klachten (die verband houden met de luchtkwaliteit) worden geuit. Onderzoek heeft aan het licht gebracht dat de vastgestelde tekortkomingen eerder zelden toe te schrijven zijn aan het ventilatieconcept. Het gaat hier immers veeleer om gebreken die de kop opsteken bij het ontwerp, de plaatsing, het gebruik en het onderhoud van het ventilatiesysteem. Een onoordeelkundige keuze van de bouwmaterialen of het meubilair kan ook aan de basis liggen van een ongezond binnenklimaat.

Condensatieketels

Het Technisch Comité 'Verwarming en Klimaatregeling' van het WTCB, dat binnenkort zijn 50e verjaardag viert, heeft in deze lange periode een uitgebreide reeks publicaties op zijn palmares geschreven. Zo werd er ten tijde van de eerste oliecrisis een volledig tijdschrift (WTCB-Tijdschrift nr. 4/1979) gewijd aan het thema 'Energiebesparing in de woning', met grote belangstelling voor onderwerpen zoals thermisch comfort, thermische isolatie, luchtdichtheid, ventilatie en verwarmingssystemen. Het valt op dat er destijds ook reeds aandacht besteed werd aan mechanische ventilatie met warmteterugwinning en aan de toepassing van zonne-energie en warmtepompen. Vandaag kennen deze technieken opnieuw een aanzienlijke opgang, wat verklaard kan worden door de sterke verbetering van hun energetische prestaties en de hiermee gepaard gaande potentiële energiebesparingen.

De meest recente publicatie, opgesteld in opdracht van het Technisch Comité, is de Technische Voorlichting nr. 235 over condensatieketels. Dit document bevat alle informatie die nodig is voor de correcte plaatsing van dit nieuwe keteltype, en dit zowel in nieuwe als bestaande gebouwen. Momenteel blijken 80 % van alle verkochte condensatieketels hun weg te vinden naar de renovatiemarkt, waar ze dienen ter vervanging van de oude standaardketels. In de wetenschap dat de vervanging van een dergelijke oude ketel kan leiden tot een energiebesparing van 12 %, is het globale energiebesparende potentieel van condensatieketels enorm.

Toekomstperspectieven

Om de wereldwijde klimaatopwarming een halt te kunnen toeroepen, zou de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 minstens 60 % lager moeten liggen dan nu. De noodzaak van een doorgedreven en verplicht rationeel energiegebruik staat dan ook buiten kijf. Op het vlak van thermische isolatie stelt men tegenwoordig reeds een veralgemeende toepassing van hoogrendementsbeglazing en superisolerende raamprofielen vast. Verder worden er innovatieve materialen op de markt gebracht die gebruik maken van vacuümtechnologie en faseovergang (PCM).

Door de verdere vermindering van de energiebehoeften van het gebouw zal de toepassing van lage-temperatuurverwarmingssystemen de standaard worden. De karakteristieken van deze installaties zullen hier uiteraard op afgestemd moeten worden (kleinere verwarmingsvermogens, moduleerbare systemen, ...).

Gelet op de nakende uitputting van de fossiele-brandstofvoorraden, ligt er tenslotte een grote uitdaging in de stimulering van het gebruik van alternatieve energiebronnen.