Maatvastheid van harsgebonden agglomeraattegels 2008/04.09

Maatvastheid van harsgebonden agglomeraattegels Agglomeraattegels voor vloeren en trappen worden erg naar waarde geschat omwille van hun uitgebreide kleurenpalet en homogene uitzicht en moeten sinds mei 2008 voldoen aan de eisen uit de norm NBN EN 15285. Deze geharmoniseerde norm heeft zowel betrekking op cementgebonden als harsgebonden tegels en zal weldra aanleiding geven tot de verplichte CE-markering ervan. De norm verwijst naar een twaalftal specifieke proefmethoden ter beoordeling van hun voornaamste eigenschappen. In dit artikel wordt dieper ingegaan op de maatvastheid, die vooral voor harsgebonden tegels van belang is.

Agglomeraattegels : samenstelling en voornaamste eigenschappen

Vloerbedekking die een aantal geschotelde tegels bevat.
Vloerbedekking die een aantal geschotelde tegels bevat.
Agglomeraattegels, soms ook aangeduid als kunststeentegels of composiettegels, zijn op­gebouwd uit een mengsel van granulaten (vooral afkomstig van natuursteen), toevoegsels en bindmiddelen.

Deze producten kunnen gefabriceerd worden in de vorm van blokken of schijven, die vervolgens verwerkt worden tot tegels of andere vlakke elementen. Ze kunnen tevens rechtstreeks gegoten worden op maat, als het om elementen met complexere vormen gaat.

Het gebruikte natuursteen- en bindmiddeltype heeft een belangrijke invloed op het uitzicht en de fysische karakteristieken van het materiaal. Zo zal de slijtsterkte van de vloertegels vooral afhankelijk zijn van de aard van de granulaten (marmer, graniet, kwarts), terwijl de maatvastheid eerder beïnvloed wordt door het bindmiddeltype.

Hoewel de drogingskrimp die teweeggebracht wordt door harsgebonden bindmiddelen gewoonlijk uiterst beperkt is, kunnen bepaalde producten in aanwezigheid van vocht aanleiding geven tot vervormingen in de tegels, wat tot uiting komt door een zekere schoteling. Indien er bij de plaatsing geen bijzondere voorzorgen genomen worden, kan deze schoteling leiden tot het loskomen van de elementen.

Bepaling van de maatvastheid en vervormingsklassen

De gevoeligheid voor vervorming in aanwezigheid van vocht moet beoordeeld worden volgens de norm NBN EN 14617-12. Het principe van de proef bestaat uit het meten van de verticale vervorming δ van een vrije hoek van de tegel ten opzichte van een referentievlak, bij blootstelling aan een langdurige bevochtiging.

Het materiaal kan vervolgens in één van de volgende klassen ingedeeld worden, op basis van de amplitude van de vervorming δ :
  • klasse A : δ < 0,3 mm
  • klasse B : 0,3 mm <δ< 0,6 mm
  • klasse C : δ > 0,6 mm.

Gevolgen voor de uitvoering

Deze classificatie heeft belangrijke gevolgen voor de uitvoering. Bijlage A van voornoemde norm beveelt dan ook de volgende voorzorgsmaatregelen aan :
  • de agglomeraattegels uit klasse A worden als stabiel beschouwd. De keuze van het plaatsingsproduct en de plaatsingstechniek kan bijgevolg gebeuren aan de hand van factoren die onafhankelijk zijn van de materiaaleigenschappen (type en staat van het oppervlak van de ondergrond, afmetingen van de tegels, gebruik van de ruimte, termijnen, ...)
  • de materialen uit klasse B zijn doorgaans gevoelig voor vocht. In dit geval zou het gebruik van plaatsingstechnieken of plaatsingsproducten die gepaard gaan met een grote vochttoevoer in de elementen (zoals bij een traditionele mortel) aanleiding kunnen geven tot vervormingen met een negatieve invloed op de hechting en de vlakheid van de vloerbedekking. Dit aspect zou bij de keuze van de plaatsingstechniek en het plaatsingsproduct dan ook voldoende in aanmerking moeten genomen worden
  • de klasse C is van toepassing op uiterst vochtgevoelige agglomeraattegels. Teneinde het ontstaan van vervormingen te vermijden, dient men voor de uitvoering ervan verplicht gebruik te maken van niet-watergedragen tegellijmen of producten van het type R (reactielijmen volgens de norm NBN EN 12004). De ondergrond zou bovendien voldoende droog en volledig vlak moeten zijn, wat overeenstemt met de strengste dekvloerklasse (minder dan 3 mm afwijking op de vlakheid onder de lat van 2 m volgens de TV 189). Lijmen van het type R worden immers dunlagig aangebracht, zodat het onmogelijk is grote vlakheidsverschillen weg te werken. Naarmate de tegels groter zijn, zal men ook meer aandacht moeten besteden aan de vlakheid van de ondergrond.
De klasse van vochtgevoeligheid is met andere woorden een zeer belangrijke eigenschap voor dit materiaaltype en zou dan ook steeds opgenomen moeten zijn in de technische fiches.

De norm NBN EN 15285 vermeldt in deze context overigens dat de maatvastheid van de tegels gedeclareerd moet worden zodra men vermoedt dat deze gevoelig zouden kunnen zijn voor de lijm die gebruikt wordt bij de plaatsing.


Volledig artikel


T. Vangheel, ir., onderzoeker, laboratorium 'Ruwbouw- en afwerkingsmaterialen', WTCB
F. de Barquin, ir., departementshoofd, departement 'Materialen, technologie en omhulsel', WTCB