CE-markering van deuren en ramen 2008/04.17

CE-markering van deuren en ramenOvereenkomstig de Bouwproductenrichtlijn zullen alle fabrikanten van deuren en ramen hun producten die in de Europese handel gebracht worden vanaf 1 februari 2010 (*) van een CE-markering moeten voorzien, gebaseerd op de geharmoniseerde productnorm NBN EN 14351-1. In dit artikel richten we de schijnwerpers op de databank met proefresultaten die opgesteld wordt om de schrijnwerkers in dit kader bij te staan.

CE-markering : mogen of moeten ?

De laatste tijd zijn er een aantal discussies ontstaan over het al dan niet verplichte karakter van de CE-markering van deuren en ramen. Hierbij is het belangrijk een onderscheid te maken tussen de fabrikant en de aannemer. Voor fabrikanten van deuren en ramen is de CE-markering immers steeds verplicht, terwijl dit voor aannemers van schrijnwerken slechts een mogelijkheid is (¹). Door zijn producten toch van een CE-markering te voorzien, kan de aannemer echter aantonen dat deze aan de voorgeschreven prestaties voldoen, wat hem uiteraard een concurrentieel voordeel oplevert.

De CE-markering is een belangrijk richtinggevend kader om telkens opnieuw performante en kwalitatief hoogstaande producten op de markt te brengen. Ze houdt namelijk de verplichting in om de prestaties die in de landen van bestemming bij wet vastliggen, te declareren. In België gaat het hier enkel om de federale en regionale eisen die verband houden met de energieprestaties en gezondheid.

De databank met ITT-proefresultaten (2)

Beoordeling van de lucht- en waterdichtheid van een raam.
Beoordeling van de lucht- en waterdichtheid van een raam.
De prestatie-eisen voor schrijnwerk die gevraagd worden door de voorschrijvers gaan echter vaak verder dan het strikt wettelijke kader van de CE-markering. Om de gebruiksgeschiktheid van de producten te kunnen beoordelen, hebben zij immers ook nood aan informatie over de wind- en waterdichtheid, de inbraakwerendheid, ...

De bepaling van deze prestaties dient te gebeuren volgens een aantal Europese proefnormen, die ontwikkeld werden door het CEN en door het NBN omgezet werden in Belgische normen. Deze normen vormen bovendien een belangrijk uitgangspunt voor de STS 52.0, die in ons land gelden als dé referentie voor de voorschrijver van schrijnwerken.

Om te vermijden dat de uitvoering van ITT-proeven voor KMO's gepaard zou gaan met zware investeringen (3), heeft het WTCB, met de steun van de FOD 'Economie' en in samenwerking met een aantal andere instellingen, een onderzoek opgestart ter bepaling van de belangrijkste prestaties van houten vensters (windweerstand, thermische prestaties, ...), in functie van verschillende parameters (hang- en sluitwerk, profielen, ...).

Het collectieve gebruik van deze proefresultaten (bekomen op types met een zo groot mogelijke representativiteit) zou de schrijnwerker in staat moeten stellen snel de prestaties van zijn producten te weten te komen, terwijl het aantal uit te voeren proeven beperkt blijft.

We willen er bovendien op wijzen dat de databank (die overigens volledig gratis is), naast de proefresultaten die essentieel zijn voor de CE-markering, nog een heleboel extra informatie bevat, die vooral de gebruikers die verwijzen naar de STS 52.0 ten goede zal komen.

Shared ITT of cascading ITT ?

Nuttige informatie
Voor meer informatie omtrent de CE-markering van bouwproducten verwijzen we naar de betreffende rubriek op onze website : www.wtcb.be/go/ce.
Deze collectieve aanpak is mogelijk dankzij de productnorm NBN EN 14351-1 die buitendeuren en ramen zonder brandweerstands­eigenschappen behandelt. Deze stelt immers dat de beproeving van karakteristieken die vroeger reeds op betrouwbare wijze gedocumenteerd werden door andere partijen, overbodig is (4). De wijze waarop deze collectieve proefresultaten verdeeld moeten worden naar de individuele gebruikers toe, staat evenwel nog ter discussie.

Het is de bedoeling dat de databank van het WTCB zowel gebruikt zal kunnen worden volgens het principe van 'shared ITT' (waarbij individuele fabrikanten elkaar de toestemming verlenen om bepaalde proefverslagen te gebruiken) als van 'cascading ITT' (waarbij één enkel organisme de verantwoordelijkheid draagt voor de correctheid van de opgenomen prestaties). Zodra er in een herwerkte versie van de norm NBN EN 14351-1 een welbepaalde oplossing voorgeschreven wordt, zal de werking van de databank hieraan uiteraard aangepast worden. Het WTCB stelt immers alles in het werk om zijn leden te allen tijde van correcte informatie te voorzien.

(*)  Tijdens zijn vergadering van 10 en 11 november 2008 heeft het Europees Permanent Comité voor de Bouw (waarin de FOD Economie ons land vertegenwoordigt) beslist om de coëxistentieperiode met één jaar te verlengen. Dit moet toelaten om een amendement op de norm NBN EN 14351-1 te publiceren, waarvan de fabrikanten gebruik kunnen maken voordat de CE-markering definitief van toepassing wordt. Het einde van de coëxistentieperiode zal dus vallen op 1 februari 2010 en niet op 1 februari 2009, zoals vermeld werd in de gedrukte versie van het magazine WTCB-Contact nr. 20.
(1 Een persoon die in zijn atelier vensters maakt en vervolgens verkoopt, wordt in deze context beschouwd als een fabrikant en is als dusdanig verplicht om een CE-markering aan te brengen. Een persoon die de in zijn atelier gemaakte vensters zelf plaatst, wordt daarentegen beschouwd als een aannemer, zodat de CE-markering geen verplichting is.
(2) ITT = Initial Type Testing = initiële typeproeven.
(3) De meeste KMO's beschikken immers niet over dezelfde middelen als de systeemleveranciers, die systematisch proeven uitvoeren in het kader van de ontwikkeling van hun producten om de resultaten ervan ter beschikking te kunnen stellen van hun klanten.
(4) EN 14351:2006 (§ 7.2.1) : 'It may not be necessary for the manufacturer to re-test characteristics for which he can provide documentary evidence'.

N. Lens, ir., hoofdadviseur, afdeling 'Technische goedkeuringen en normalisatie', WTCB