Thermische isolatie van hellende daken bij renovatie 2008/04.10

Thermische isolatie van hellende daken bij renovatie De thermische reglementering is de laatste tijd sterk verstrengd en deze tendens zal zich ook in de toekomst nog doorzetten. Het WTCB krijgt bijgevolg steeds vaker vragen voorgeschoteld met betrekking tot thermische isolatie bij dakrenovatie. Hoe en tot op welk niveau moet men isoleren ? Wat moet men doen als er geen onderdak is ? Isoleert men het best langs binnen of langs buiten ?

1. Renovatie van een bestaand dak

De renovatie van een dak omvat gewoonlijk het onderzoek van de eventuele gebreken en het wegwerken van de oorzaak ervan, de herstelling of de vervanging van de beschadigde delen en de reconstructie van de nieuwe dakdelen volgens de regels van de kunst.

Men maakt doorgaans een onderscheid tussen twee renovatietypes, afhankelijk van het gewenste eindresultaat :
  • een getrouwe restauratie, waarbij men het oorspronkelijke uitzicht van het dak zo goed mogelijk tracht na te bootsen
  • een totale renovatie die tot doel heeft het dak een volledig nieuw uitzicht te geven.
De geplande werken kunnen beperkt blijven tot plaatselijke herstellingen, maar kunnen ook verregaander zijn : volledige vernieuwing van de dakbedekking, thermische isolatie van de dakschilden, vervanging en/of aanpassing van het timmerwerk, … Voor daken die aanzienlijke tekortkomingen vertonen, vormt de volledige renovatie en thermische isolatie van de dakopbouw doorgaans de beste oplossing.

2. Controle van de eventueel aanwezige isolatie

Bij de renovatie van een dak kan het gebeuren dat er geen isolatie aanwezig is, dat deze ontoereikend is of in slechte staat verkeert. In laatstgenoemd geval dient men de beschadigde isolatie te verwijderen en de draagstructuur te laten drogen. Verder dient men na te gaan of er een onderdak en/of een dampscherm voorhanden zijn en of deze aangepast zijn aan het binnenklimaat en de globale samenstelling van de dakopbouw, waarvan men tevens de luchtdichtheid dient te controleren. Indien het dampscherm ook dienst moet doen als luchtscherm, maar een groot aantal doorboringen vertoont, is het wenselijk dit scherm te verwijderen en door een nieuw exemplaar te vervangen.

3. Uitvoering van de thermische isolatie

De algemene richtlijnen voor de thermische isolatie van daken bij renovatie, zijn dezelfde als deze die gelden voor nieuwe constructies.

Naargelang van de reglementering die van kracht is in het Gewest waarin de werken uitgevoerd worden, zullen er specifieke maatregelen nodig zijn om te kunnen beantwoorden aan het opgelegde minimale thermische-isolatieniveau. Zo dient men bij de keuze van de isolatiedikte en het isolatiemateriaal voldoende rekening te houden met de houtfractie (zie WTCB-Dossiers 2008/3.9).

Als men bepaalde lagen van de oude isolatie wil behouden, dient men over te gaan tot een analyse van hun hygrothermische gedrag om elk risico op inwendige condensatie te vermijden. In principe zou de dampdichtheid van de componenten moeten verminderen van binnen naar buiten toe.
Voorbeeld van een sarkingdak bij renovatie
Voorbeeld van een sarkingdak bij renovatie
De plaatsing van de isolatie bij afwezigheid van een onderdak is afgeraden.
De plaatsing van de isolatie bij afwezigheid van een onderdak is afgeraden.
Indien er reeds een dampscherm (of een zeer dampdichte oude laag) aanwezig is, zou dit (deze) zich langs de warme zijde van de isolatie moeten bevinden. Uit de praktijk is echter gebleken dat het tevens mogelijk is om een bijkomende isolatielaag langs binnen te voorzien, voor zover deze minstens 1,5 keer dunner is dan de bovenliggende isolatielaag (uit hetzelfde materiaal). In geval van twijfel of bij gebruik van verschillende isolatiematerialen, wordt aanbevolen om het hygrothermische gedrag van het dak na te gaan door middel van de Glasermethode, of beter nog, door middel van een dynamische methode die steunt op numerieke berekeningen.

Inzake isolatie blijkt een sarkingdak bij renovatie tal van voordelen te bieden. Vermits de isolatie bij dit systeem bovenop de draagstructuur bevestigd is, dient men de bestaande binnenafwerking immers niet te verwijderen. Daarnaast kunnen koudebruggen makkelijker vermeden worden, gelet op de ononderbroken plaatsing van de isolatieplaten. Om de continuïteit van de thermische-isolatielaag en het luchtscherm te waarborgen, dient men te zorgen voor een goed ontwerp en een zorgvuldige uitvoering van de aansluitingen.

Bij de thermische isolatie van een dak dient men tevens toe te zien op de geluidsisolatie ervan. Dit geldt vooral in zones waar het verkeerslawaai (bv. vliegtuigen) aanzienlijk is.

Tot slot zouden we erop willen wijzen dat het steeds aanbevolen is een onderdak te voorzien, en dit zowel bij de vervanging van een bestaande dakbedekking, als bij een vernieuwing van de binneninrichting waarbij er geen onderdak aanwezig is (plaatsing van isolatie en een binnenafwerking, ...).

Volledig artikel


F. Dobbels, ir.-arch., projectleider, afdeling 'Energie en klimaat', WTCB