Thermische isolatie van leidingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2008/04.08

Thermische isolatie van leidingen in het Brussels Hoofdstedelijk GewestHet Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen legt in zijn Bijlage VIII een aantal specifieke eisen op voor technische installaties. Deze eisen, die niet voorkomen in de EPB-reglementering van de twee andere Gewesten, werden van kracht op 2 juli 2008.
In dit artikel gaan we dieper in op de nieuwe eisen met betrekking tot de thermische isolatie van verwarmings- en warmwaterleidingen, vermits deze niet alleen een belangrijke impact kunnen hebben op de dagelijkse praktijk van de verwarmingsinstallateurs, maar ook op het ontwerp van het gebouw.

1. Leidingen buiten het beschermde volume

Verwarmings- en warmwaterleidingen, gelegen in ruimten die geen deel uitmaken van het beschermde volume van het gebouw, moeten thermisch geïsoleerd worden, rekening houdend met een kLmax-waarde (maximale lineaire warmtedoorgangscoëfficiënt in W/mK, berekend volgens de norm NBN D 30-041). Het Besluit bevat een tabel waarin voor elke nominale diameter (DN) van de leiding de kLmax-waarden opgenomen zijn, evenals de overeenkomstige minimale isolatiedikten (mm), gelet op de warmtegeleidingscoëfficiënt λ (W/mK).

2. Leidingen binnen het beschermde volume

De verwarmings- en warmwaterleidingen die gelegen zijn in verlaagde plafonds, verhoogde vloeren, technische kokers, ononderbroken behuizingen van eindapparaten, ..., of die ingewerkt werden in bouwelementen (bv. in vloerpanelen, muren, dekvloeren, ...), moeten zodanig geïsoleerd worden dat ze beantwoorden aan de kLmax-waarden, opgenomen in tabel 1.

Tabel 1 Minimale isolatiedikten (mm) voor leidingen, gelegen binnen het beschermde volume van het gebouw.
DN kLmax
(W/mK)
Warmtegeleidingscoëfficiënt van de isolatie :
λ in W/mK (volgens de norm NBN D 30-041)
0,020 0,025 0,030 0,035 0,040 0,045
10 0,146 9,3 13,6 19,1 26,1 34,8 45,8
15 0,157 10,7 15,3 21,1 28,4 37,4 48,5
20 0,169 12,3 17,4 23,7 31,5 40,9 52,5
25 0,186 13,7 19,2 25,8 33,7 43,3 54,7
32 0,205 15,4 21,2 28,1 36,3 45,9 57,3
40 0,215 16,7 22,9 30,1 38,6 48,6 60,2
50 0,240 18,2 24,6 32,1 40,6 50,5 61,8
65 0,265 20,4 27,4 35,4 44,5 54,8 66,5
80 0,283 22,1 29,5 37,9 47,4 58,0 70,0
100 0,319 24,8 32,9 41,9 51,9 63,0 75,3

Voor de leidingen, gelegen in het beschermde volume, maakt men een onderscheid tussen leidingen die andere ruimten bedienen dan deze die ze doorkruisen enerzijds (geval 1) en leidingen die, naast andere ruimten, ook de ruimte bedienen die ze doorkruisen anderzijds (geval 2) :
  • alle leidingen met een diameter groter dan DN 40 (6/4''), worden geïsoleerd, conform de kLmax-waarden, opgenomen in tabel 1
  • voor leidingen met een diameter kleiner dan of gelijk aan DN 40 (6/4''), wordt de equivalente lengte Leq van de aanwezige leidingen berekend volgens de formule :

    Leq = (0,56 x L15) + (0,67 x L20)
    + (0,81 x L25) + (0,9 x L32) + (1 x L40)

    waarbij L15, L20, L25, L32 en L40 de lengte voorstellen van de leidingen met een dia­meter DN15, DN20, DN25, DN32 en DN40 die aanwezig zijn in de betreffende ruimte (geval 1), of de lengte van de leidingen in de betreffende ruimte waarvan de warmwatercirculatie niet onderbroken wordt bij stopzetting van het debiet in de warmtelichamen (geval 2). Indien Leq groter is dan of gelijk is aan 4 m, moeten alle in de berekening beschouwde leidingen geïsoleerd worden, rekening houdend met de waarden uit tabel 1.
De leidingen die zich bevinden in ruimten, gekoeld door een airconditioningsysteem, worden geïsoleerd volgens de waarden uit tabel 1.

3. Opmerkingen

De in het Besluit opgenomen tabellen werden klaarblijkelijk opgesteld voor stalen leidingen (DN volgens de normen NBN A 25-103 en NBN A 25-104), wat de toepassing ervan op leidingen uit andere materialen sterk bemoeilijkt. Deze leidingen zijn immers niet altijd gekarakteriseerd door een DN en hebben andere buitendiameters, die normaalgesproken overeenstemmen met een andere kLmax-waarde. Vermits de interpolatieprocedure niet vastgelegd is, kan dit problemen opleveren bij de uitvoering en de controle van de eisen.

Deze reglementering is erg streng en leidt tot een aanzienlijke toename van de totale diameter van de leidingen, wat hun doorgang, inwerking en/of plaatsing in de bouwelementen kan belemmeren. Bovendien zullen de architecten waarschijnlijk hun gebouwontwerpen moeten aanpassen, gelet op het feit dat de leidingen meer plaats gaan innemen in de schachten, de kokers en de technische ruimten.


Volledig artikel


J. Schietecat, ing., laboratoriumhoofd, laboratorium 'Verwarmings- en klimatisatietechnieken', WTCB
K. De Cuyper, ir., afdelingshoofd, afdeling 'Technische uitrustingen en automatisatie', WTCB
C. Delmotte, ir., laboratoriumhoofd, laboratorium 'Luchtkwaliteit en ventilatie', WTCB