Akoestische invloed van de afwerking van muren uit metselwerk 2004/02.07

Afb. 1 De bepleistering (afwerking) heeft een min of meer belangrijke invloed op de akoestische isolatie van muren uit metselwerk.
De akoestische isolatie tussen twee ruimten met muren van metselwerk verbetert naarmate de muren zwaarder zijn. Naast de oppervlaktemassa van de wand speelt echter ook de keuze van de afwerking een rol. Deze heeft namelijk een invloed op de luchtdichtheid van de wand, een bepalende akoestische parameter.
De akoestische isolatie van muren uit metselwerk steunt op een van de grote principes van de bouwakoestiek : de massawet. Deze stelt dat de akoestische isolatie van een muur verbetert, naarmate deze zwaarder is. Dit wordt bevestigd door de praktijk : een gemetselde muur uit zware betonblokken heeft een hogere geluidsverzwakkingsindex dan een muur met dezelfde dikte uit lichte betonblokken. De oppervlaktemassa speelt dus een belangrijke rol bij de akoestische isolatie van muren uit metselwerk. De luchtgeluidsisolatie van een bepaald bloktype verbetert, naarmate de muur dikker is.

De uiteindelijke geluidsverzwakkingsindex van een muur uit metselwerk is niet enkel afhankelijk van de oppervlaktemassa, maar ook van de keuze van de afwerking. De luchtdichtheid van de muur, die een belangrijke rol speelt voor de akoestiek, is immers mede bepalend voor de akoestische isolatie ervan. In de praktijk komt deze luchtdichtheid tot stand door de blokken enerzijds en door de bepleistering (afwerking) anderzijds. De luchtdichtheid van de basisblokken en het type afwerking zijn dus uiterst belangrijk voor de gewogen geluidsverzwakkingsindex (Rw) van muren uit metselwerk (*).

Op redelijk “poreuze” blokken (bv. uit geëxpandeerde klei) is de aanwezigheid van een bepleistering van kapitaal belang. De Rw-index stijgt namelijk van 25 dB voor een onbepleisterde muur van 140 mm tot 44 dB voor een muur met dezelfde dikte die aan beide zijden bepleisterd is. De bepleistering is dus noodzakelijk opdat de invloed van de massa van toepassing zou zijn op de volledige wand. Zonder de door de bepleistering gewaarborgde luchtdichtheid blijft de Rw-index van de blokken laag. Op muren uit tamelijk “luchtdichte” blokken zal de invloed van de bepleistering minder groot zijn. Een niet-bepleisterde muur van 175 mm uit kalkzandsteenblokken vertoont een Rw-index van 51 dB, terwijl de Rw-index van deze muur met een bepleistering 52 dB zou bedragen. Het verschil is dus miniem.

In vergelijking tot de verbetering die bekomen wordt door een van de muurzijden te bepleisteren, veroorzaakt de bepleistering van beide zijden slechts een beperkte verhoging van de geluidsverzwakkingsindex. Voor een muur uit geëxpandeerde kleiblokken van 140 mm zal de Rw-index stijgen van 25 dB (zonder bepleistering) tot 43 dB indien de muur aan een zijde bepleisterd is en tot 44 dB voor een muur met bepleistering langs beide zijden. Het verschil met de muur die langs beide zijden bepleisterd is, bedraagt dus slechts 1 dB. Men kan er bijgevolg van uitgaan dat de akoestische isolatie van de blokken optimaal is als deze langs een kant luchtdicht gemaakt worden. We willen erop wijzen dat de geluidsverzwakkingsindex symmetrisch is. Dit betekent dat deze identiek is, in welke richting men de meting tussen de emissieruimte en de ontvangstruimte ook uitvoert.

Het is voornamelijk de aanwezigheid van de bepleistering (en niet zozeer haar dikte) die de luchtdichtheid verzekert. Een meting op een muur uit blokken van 140 mm heeft aangetoond dat men door de dikte van de bepleistering op te drijven van 3 tot 10 mm langs beide zijden slechts een verbetering van 1 dB verkrijgt. De grotere dikte van een klassieke bepleistering brengt dus maar een beperkte bijkomende oppervlaktemassa ten opzichte van de rest van de wand met zich mee in vergelijking tot een dunne bepleistering. Aangezien de bepleistering vooral tot doel heeft de luchtdichtheid van de wand te waarborgen, volstaat de uitvoering van een dunne pleisterlaag.

We kunnen bijgevolg besluiten dat de geluidsverzwakkingsindex van muren uit metselwerk vooral bepaald wordt door hun oppervlaktemassa. Bij blokken met een redelijk “open” structuur is de geluidsverzwakkingsindex ook afhankelijk van de luchtdichtheid van de wand. Als de geluidslekdichtheid niet verzekerd is, zullen de akoestische prestaties van de muur minder goed zijn dan deze die men zou kunnen verwachten, rekening houdend met de oppervlaktemassa. Door de uitvoering van een dunne pleisterlaag op een van de muurzijden kan men een voldoende geluidslekdichtheid verkrijgen en dit probleem oplossen, zodat de verwachte akoestische prestaties van de geplaatste blokken gewaarborgd zijn.

(*) De gewogen geluidsverzwakkingsindex Rw karakteriseert de prestaties van de akoestische isolatie van bouwelementen als een eengetalsaanduiding, aangevuld met twee correctietermen (C en Ctr). Deze wordt bepaald aan de hand van metingen die uitgevoerd worden in het laboratorium, overeenkomstig de Europese norm EN ISO 140-3. Voor meer informatie hieromtrent verwijzen we naar Infofiche nr. 2 “Definities en principes uit de bouwakoestiek” op onze website.






Manuel Van Damme, ing., projectleider & technologisch adviseur, WTCB
Samenwerking : M. Blasco, C. Crispin, P. Huart, B. Ingelaere
C. Mertens, D. Soubrier, D. Wuyts