Nieuwe richtlijnen voor de bescherming van werknemers 2004/02.05

Dankzij de nieuwe voorschriften zouden de werknemers bij de uitvoering van hun taken beter beschermd moeten zijn tegen lawaai.
Bouwarbeiders worden op de bouwplaats vaak blootgesteld aan lawaaihinder en trillingen. Twee nieuwe Europese richtlijnen met minimale veiligheids- en gezondheidseisen willen deze risico's inperken.
De richtlijn 2002/44/CE van 25 juni 2002 betreft de risico's tengevolge van blootstelling aan trillingen, terwijl de richtlijn 2003/10/CE van 6 februari 2003 de risico's tengevolge van lawaai behandelt. Deze laatste is een herziening van de richtlijn van 1986, die opgenomen werd in het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB). Deze twee nieuwe Europese richtlijnen zullen ten laatste drie jaar na hun uitvaardiging van kracht worden, d.w.z. respectievelijk op 1 juli 2005 en op 1 maart 2006.
De teksten leggen de minimale voorwaarden vast. Dit betekent dat de Lidstaten deze als dusdanig kunnen overnemen, of strengere voorwaarden kunnen hanteren. De bestaande toestand in een Lidstaat kan echter niet verslechteren.

Gebruikte begrippen

De voorschriften zijn gebaseerd op twee complementaire begrippen :
  • de blootstellingswaarden die de actie veroorzaken (in geval van lawaai onderverdeeld in hogere of lagere blootstellingswaarden), d.w.z. waarden vanaf dewelke bepaalde procedures of beschermingsmaatregelen toegepast moeten worden
  • de blootstellingsgrenswaarden die nooit mogen overschreden worden.
In elk van beide gevallen wordt rekening gehouden met een dagelijkse blootstelling van 8 uur.

Voor de evaluatie van het lawaai kan de te bepalen fysische grootheid ofwel het dagelijkse (in bepaalde gevallen wekelijkse) blootstellingsniveau aan het lawaai (uitgedrukt in dB(A)) zijn, ofwel de akoestische piekdruk (uitgedrukt in Pa). Voor de evaluatie van de trillingen maakt men gebruik van de equivalente continue versnellingswaarde, die uitgedrukt wordt in m/s².

Referentiewaarden

Voor de risico's tengevolge van lawaai heeft men het altijd (zoals in de richtlijn uit 1986) over de blootstellingsgrenswaarden. Deze zijn vastgelegd op een dagelijks blootstellingsniveau van 87 dB(A) of op een akoestische piekdruk van 200 Pa. Deze waarden mogen nooit overschreden worden. In de richtlijn van 1986 was deze grenswaarde vastgelegd op 90 dB(A) of 200 Pa.

Men heeft het echter ook over :
  • de hogere blootstellingswaarden die de actie veroorzaken. Deze zijn ofwel vastgelegd op een dagelijks blootstellingsniveau aan lawaai van 85 dB(A) ofwel op een akoestische piekdruk van 140 Pa
  • de lagere blootstellingswaarden die een actie veroorzaken. Deze zijn vastgelegd op een dagelijks blootstellingsniveau van 80 dB(A) of op een akoestische piekdruk van 112 Pa.
Deze waarden brengen dus de toepassing van bepaalde procedures of beschermingsmaatregelen teweeg. In de richtlijn van 1986 kwam dit laatste concept niet als dusdanig voor. Men beschreef er echter wel een aantal maatregelen die moesten getroffen worden indien de blootstellingsgraad groter was dan 85 dB(A).

Wat de risico's tengevolge van een blootstelling aan trillingen betreft, is de innovatie volledig. Het ARAB bevatte immers geen cijferwaarden hiervoor. Men merkt dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen trillingen, doorgegeven aan het “hand-arm-systeem”, en trillingen, doorgegeven aan het volledige lichaam. Ook hier bevat de richtlijn voor elk van deze belastingen twee voorschriften inzake de dagelijkse blootstellingsgrenswaarde en de dagelijkse blootstellingswaarde die de actie veroorzaakt.

Voor trillingen, doorgegeven aan het “hand-arm-systeem”, wordt de (eengetals-)waarde die de actie veroorzaakt vastgelegd op 2,5 m/s² en de grenswaarde op 5 m/s². Voor trillingen, doorgegeven aan het volledige lichaam, bedragen deze waarden respectievelijk 0,5 m/s² en 1,15 m/s².

Voorbeelden van voorschriften

Wat het lawaai betreft, wordt het dragen van persoonlijke beschermingen verplicht vanaf 85 dB(A). Daarnaast worden nog andere verplichte maatregelen beschreven :
  • evaluatie van de blootstelling
  • uitvoering van technische en/of organisatorische maatregelen
  • recht op informatie
  • preventief medisch onderzoek
  • voorzien van een uurrooster met rusttijden
  • aanduiding van de betrokken werkposten
  • controle op de doeltreffendheid van de maatregelen, …
De voorgeschreven waarden zijn strenger dan deze uit de richtlijn van 1986. De werknemers zouden dus beter beschermd moeten worden bij het uitvoeren van hun taken.

Wat de trillingen betreft, zijn de voorgeschreven waarden eveneens redelijk streng, zodanig dat de werknemers voldoende bescherming zouden moeten genieten.

Kernidee en prioriteiten

De kernidee bij de vermindering van de blootstelling aan lawaai en trillingen is het streven naar meer doeltreffendheid door de uitvoering van preventieve maatregelen vanaf het ontwerp van de werkposten. De juiste keuze van uitrustingen en werkmethoden is echter niet te onderschatten. De maatregelen aan de bron genieten evenwel de voorkeur.

De werkgever moet zich aanpassen aan de technische vooruitgang en aan de specifieke kennis inzake risico's met het oog op de verbetering van de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers.

De gedetailleerde inhoud

De twee richtlijnen hebben een gelijkaardig inhoudsplan, ingedeeld in vier secties :
  • algemene maatregelen
  • verplichtingen van de werkgever
  • diverse maatregelen
  • uiteindelijke maatregelen.
De richtlijn met betrekking tot de blootstelling aan trillingen bevat een bijlage waarin informatie vervat zit over de evaluatie- en meetmethode. Voor meer gedetailleerde uitleg verwijst deze bijlage naar de ISO-normen hieromtrent.





Daniel Soubrier, ir., diensthoofd, Dienst Kwaliteit Laboratoria, WTCB