De restauratie van het Martelarenmonument te Leuven 2004/02.01

Sinds de gedeeltelijke vernietiging van zijn bas-reliëfs tijdens de Tweede Wereldoorlog stond het Martelarenmonument aan het station van Leuven er verwaarloosd bij. In het kader van de stationsbuurtvernieuwing werd echter beslist over te gaan tot een grootschalige restauratie. Hierbij werd niet alleen een groot deel van de stenen vervangen en gerestaureerd, maar werden ook de bas-reliëfs gereconstrueerd.
Dit onderzoek gebeurde in het kader van de Technologische Adviseerdienst “Renovatie van gebouwen”, gesubsidieerd door de Gewesten.

Het vooronderzoek van de restauratie, uitgevoerd door het WTCB, omvatte niet alleen het onderzoek naar de eigenschappen van de oorspronkelijke steen en de vervangstenen, maar ook aspecten zoals de restauratiemortels, de steenverstevigers, de waterwerende oppervlaktebehandeling en de antigraffitibehandelingen. Dit artikel beperkt zich tot het onderzoek naar de stenen en hun verduurzaming, aangezien de overige behandelingen reeds aan bod kwamen in verschillende WTCB-publicaties.

Identificatie en fysische eigenschappen van de stenen

Het WTCB heeft in het kader van dit project vooral drie Franse steensoorten onderzocht :
  • de oorspronkelijke steen, geïdentificeerd als steen van Saint-Paul-Trois-Châteaux, een niet langer uitgebate groeve
  • twee vervangstenen : de steen van Estaillades (of steen van Oppède), oorspronkelijk gekozen voor de globale restauratie van het monument (met inbegrip van de beeldhouwwerken) omwille van zijn perfecte gelijkenis met de oorspronkelijke steen, en de steen van Senonville, gebruikt om de sokkel van het monument door te trekken tot op het niveau van de parkeergarage onder het plein.
Tijdens het onderzoek werden verschillende fysische karakteristieken van deze stenen bepaald. We gaan hier enkel in op hun vorstbestendigheid (vorst-dooicycli) en op hun bestandheid tegen zoutkristallisatie (drogings-bevochtigingscycli in water met opgelost natriumsulfaat). De resultaten na de vorstproef (tabel 1) en de zoutkristallisatieproef tonen aan dat de drie onderzochte stenen matig tot slecht presteren.

Verduurzaming

Aan de hand van de voornoemde resultaten en om een duurzame restauratie te bekomen, werd het nuttig geacht de eigenschappen van de drie stenen te verbeteren. Hiertoe werd de doeltreffendheid van producten bestaande uit ethylsilicaten nagegaan, die doorgaans gebruikt worden om verweerde en verpoederde stenen te 'verharden'. In dit geval werden deze producten echter toegepast op nieuwe en onverweerde stenen om de structuur van de materialen te verstevigen en om hun gedrag ten opzichte van vorst en kristalliserende zouten te verbeteren.

De producten werden toegepast in verschillende lagen 'nat in nat'. Het aantal lagen werd zodanig gekozen dat het steenachtige materiaal volledig behandeld werd. Een maand na deze behandeling werden de drie steensoorten opnieuw blootgesteld aan een zoutkristallisatieproef. Bovendien werd op de steen van Estaillades (die cruciaal was voor het project, omdat hieruit de dure reconstructies van de beeldhouwwerken zouden gehouwen worden) een bijkomende vorstproef uitgevoerd (tabel 1).

De tabel toont aan dat de onbehandelde steen van Estaillades na de vorstproef zijn samenhang verliest. Na verduurzaming blijft de steen echter volledig intact. Uit de resultaten kan men bovendien afleiden dat het massaverlies tengevolge van de zoutkristallisatieproef voor de drie steensoorten sterk gereduceerd wordt na de behandeling. De steen van Estaillades vertoont nauwelijks schade, terwijl de steen van Senonville volledig ongeschonden uit de proef komt.

Besluit

De verduurzaming van natuursteen met ethylsilicaten maakt het mogelijk om de historische en architecturale restauratie-eisen en de strenge technische eisen, die dikwijls met elkaar in conflict zijn, met elkaar te verzoenen. In het geval van het Leuvense Martelarenmonument hebben de proeven aangetoond dat het mogelijk is een vervangsteen te kiezen die de oorspronkelijke steensoort erg benadert en dat de karakteristieken en de duurzaamheid ervan kunnen verbeterd worden dankzij een geschikte behandeling.





Yves Vanhellemont, ir., onderzoeker, laboratorium Renovatie, WTCB
André Pien, ing., laboratoriumhoofd, laboratorium Renovatie, WTCB