Infiltraties aan de voet van spouwmuren

Infiltraties aan de voet van spouwmuren worden vaak veroorzaakt door een minder geslaagde drainering onderaan de muur van het regenwater dat in de spouw afloopt. De negatieve invloed van deze ontoereikende spouwdrainering zal het grootst zijn voor gevels die zwaar worden belast door regen en wind (d.w.z. gevels met zuidwestelijke oriëntatie). De voet van de funderingsmuur kan ook bevochtigd worden door de toevoer van grondvocht en/of door zijdelings infiltrerend oppervlaktewater (via de aanaarding en/of de buitenverharding). In dit geval is het verschijnsel niet gebonden aan de geveloriëntatie.

Drainering van de spouwmuur

Onafhankelijk van de aard van het gebruikte materiaal en de zorg die besteed werd aan de uitvoering van de mortelvoegen zal het parement (tengevolge van zijn werkingsprincipe) bij zware regenval en winderig weer bijna onvermijdelijk regenwater doorlaten, dat afvloeit aan de spouwzijde van het gevelmetselwerk.

Afb. 1 Principeschets van de spouwdrainering.

1. gevelmetselwerk
2. spouw
3. spouwisolatie
4. cellenbeton
5. bepleistering
6. binnenspouwblad
7. binnenbepleistering
8. plint
9. vloerafwerking
10. kunststoffolie
11. isolatie
12. betonvloer
13. funderingsmuur

Om de infiltratie van dit aflopende water in de binnenruimten te vermijden, dient men het ter hoogte van de gevelonderbrekingen (bijvoorbeeld boven ramen en deuren en aan de muurvoet) op te vangen en naar buiten af te voeren. Daarom moet men aan de voet van spouwmuren een continu en trapsgewijs geplaatst dichtingsmembraan (a) (zie afbeelding 1) voorzien om het water te evacueren via open stootvoegen (b) (ten minste een per strekkende meter).

Deze afdichting kan verzekerd worden door een bitumineus membraan met een onrotbare wapening (glasvlies of polyester) of door een kunststoffolie (PE, EPDM, …), die bij voorkeur beschikken over een Technische Goedkeuring (ATG).

Het dichtingsmembraan moet vanaf het buitenspouwblad langs het binnenspouwblad omhooggeplooid worden (c). Het is zelfs aanbevolen om het een weinig (enkele mm) te laten uitsteken aan de binnenzijde van de ruimten, opdat het niet omzeild zou kunnen worden door eventueel capillair opstijgend bouwvocht (d).

(lees meer)

Tengevolge van de aanwezige spouwisolatie worden deze membranen meestal achter het isolatiemateriaal omhooggeplooid. Ze liggen bijgevolg eerder horizontaal of zelfs met een lichte tegenhelling in de spouw. Hierdoor dient men rekening te houden met een verhoogde kans op waterstagnaties op de membranen (e) en met een mogelijke omzeiling ervan ter hoogte van de gevelonderbrekingen.

In principe wordt de continuïteit van de dichtheid van de membranen ter hoogte van de overlappen verzekerd door verlijming (zonder de membranen te beschadigen). Men dient de nodige aandacht te besteden aan de continuïteit van de membranen in de binnen- en buitenhoeken. Om de waterdichtheid van deze aansluitingen te waarborgen, kan men voorgevormde hoekstukken toepassen. In de Technische Goedkeuringen en de documentatie van de fabrikanten kan men hierover de nodige informatie terugvinden.

Afb. 2 Onvoldoende geopende stootvoegen. Afb. 3 Stootvoegen, geopend tot op het onderliggende membraan (dat idealiter uit de muur zou moeten uitsteken).

De dichtingsmembranen moeten eveneens zijdelings omgeplooid worden aan de uiteinden van de lateien van deur- en vensteropeningen alsook aan de dorpel van deuren en vensterdeuren om te vermijden dat het spouwwater lateraal zou infiltreren langs de uiteinden van deze membranen.

De open stootvoegen (b) (zie afbeeldingen 2 en 3) moeten vrijgelaten worden tot op het onderliggende membraan (de lintvoeg in het metselwerk dient dus plaatselijk te worden onderbroken). Zoniet kan de drainering van het water dat in de spouw gedrongen is, langs daar verhinderd worden. Hierdoor kunnen er belangrijke hoeveelheden water op het membraan verzameld worden, die onvermijdelijk zullen wegvloeien (mogelijk naar de binnenomgeving).

Aangezien de aanaarding en/of de buitenverharding (f) onder het niveau van de drainering (en de open stootvoegen) moeten liggen, dient men hieraan bij het ontwerp de nodige aandacht te schenken, in het bijzonder bij hellende terreinen.

Grondvocht en zijdelings infiltrerend oppervlaktewater

Naast het belang van een adequate spouwdrainering dient men eveneens voldoende aandacht te schenken aan het grondvocht dat de funderingsmuren kan belasten.

Bouwmaterialen die in contact staan met water of met vochtige grond, kunnen vocht opnemen door capillariteit. Dit geldt onder andere voor het funderingsmetselwerk. Om te vermijden dat dit vocht door capillariteit zou opstijgen in het opgaande metselwerk, moet men een horizontaal membraan aanbrengen boven het funderingsmetselwerk, en dit over de volledige breedte van de muur (g).

Het membraan dient eveneens boven het peil van de aanaarding en/of de buitenverharding te liggen. Het niveau van het omliggende terrein zou zich bijgevolg onder de aanzet van het gevelmetselwerk moeten bevinden om te vermijden dat dit laatste door capillariteit zou kunnen bevochtigd worden.

Tenslotte moet men de continuïteit van dit horizontale membraan met het eerder vermelde spouwmembraan waarborgen. Het voorzien van een enkel membraan ter vervulling van beide functies is theoretisch mogelijk, maar wordt afgeraden uit praktische overwegingen.

(lees meer ...)

Afb. 5 Vochtmigratie via het metselwerk.
Indien het peil van de aanaarding en/of de buitenverharding rondom de woning hoger ligt dan het niveau van het membraan, dient men rekening te houden met een mogelijke infiltratie van water in de binnenmuren en binnenvloeren. Bij regen kan het hemelwater dat op de aanaarding en/of de buitenverharding terechtkomt immers - afhankelijk van hun doorlatendheid - een tijdelijke waterdruk tegen de muurvoet veroorzaken. Hierdoor kan het water zijdelings infiltreren en vervolgens capillair worden opgezogen door de eerste steenlaag van het binnenspouwblad enerzijds en/of zich lateraal over de betonplaat in het vloercomplex verspreiden anderzijds (zie afbeelding 5).

Besluit

De samenstelling van muurvoeten (dikte, toegepast materiaal), hun niveau, hun omgeving, … zorgen ervoor dat deze bouwelementen voor elk gebouw uniek zijn. De vochtproblemen die erin voorkomen, kunnen bovendien verschillende oorzaken hebben. Het is daarom steeds raadzaam het ontwerp ervan te bestuderen, rekening houdend met al de voornoemde principes.

Zo is de goede afstemming van het peil van de diverse vochtmembranen op het niveau van het omgevende terrein een absolute noodzaak. Dit laatste dient immers onder het niveau van de spouwdrainering (en in principe ook onder het peil van het horizontale membraan ter bescherming tegen opstijgend grondvocht) te liggen. De continuïteit tussen beide dichtingsmembranen moet bovendien gewaarborgd zijn.

Rekening houdend met het belang van het niveau van de aanaarding en/of de buitenverharding is het ten zeerste aanbevolen dit aan een grondig onderzoek te onderwerpen vanaf de ontwerpfase, en dan vooral bij hellende terreinen. In dit laatste geval zou men het in afbeelding 4 voorgestelde bouwsysteem in overweging kunnen nemen, waarbij de uitgevoerde muurvoet een zichtbaar hoogteverschil vertoont (afhankelijk van de helling van het terrein) en beschermd is door een dichtingsmembraan dat omhooggeplooid is tegen de achterkant.

Afb. 4 Principeschets van een spouwmuur op een hellend terrein.

1. spouwhaak
2. gevelmetselwerk
3. spouw
4. isolatie
5. membraan ter drainering van de spouw
6. open stootvoeg
7. stijve isolatie
8. dichtingsmembraan
9. bescherming van het draineersysteem
10. mechanische bescherming
11. filter
12. binnenspouwblad
13. binnenbepleistering
14. plint
15. vloerafwerking
16. dekvloer
17. betonvloer
18. cellenbeton
19. funderingsmuur
20. bepleistering






Eddy Mahieu, ing., adviseur bij de afdeling Technisch Advies, WTCB


Laatste update : 2 augustus 2004