Een dak renoveren ? Eerst isoleren !Een dak renoveren ? Eerst isoleren ! 2008/03.09

De vaststelling is alarmerend : uit een socio-economische enquête die in 2001 uitgevoerd werd door het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS) blijkt dat het dak van een derde van de Belgische woningen niet thermisch geïsoleerd is. Bovendien is het zo dat daken verantwoordelijk zijn voor zo'n 20 % van de totale warmteverliezen bij individuele woningen, terwijl dit cijfer bij rijwoningen nog kan oplopen.
Gelet op de alsmaar stijgende energieprijzen en de sociale rol die eenieder te spelen heeft bij de bestrijding van de klimaatopwarming, bestaat er een enorm verbeteringspotentieel. Dit geldt met name voor al wie zijn dak wenst te renoveren. Het dak moet immers niet alleen regendicht, maar ook correct geïsoleerd zijn. Daarenboven dient men naast het comfort van de gebruikers in de winter ook hun zomercomfort te waarborgen. De rol van de aannemer, die vaak als enige zijn klant adviseert, is in deze context van kapitaal belang.

Keuze van het isolatiemateriaal en de isolatiedikte

Tegenwoordig zijn er heel wat warmte-isolatiematerialen van diverse aard en vorm op de markt. Hun belangrijkste eigenschap is hun warmteweerstand (uitgedrukt in m²K/W), d.w.z. hun vermogen om de doorgang van warmte te beperken.

Vermits de meeste isolatiematerialen voornamelijk een invloed hebben op de warmteoverdracht door geleiding, is hun warmteweerstand R (m²K/W) recht evenredig met hun dikte d (m) en omgekeerd evenredig met de warmtegeleidingscoëfficiënt λ (W/mK) van de stof waaruit ze opgebouwd zijn : R = d/λ (m²K/W).

Dunne reflecterende producten (DRP)
Zelfs bij een optimale plaatsing - d.w.z. gecombineerd met twee niet-geventileerde luchtspouwen van 2 cm dik (over een totale dikte van ≈ 5 tot 6 cm) - komen de prestaties van een DRP hoogstens overeen met deze van een traditionele isolatie (bv. minerale wol, geëxpandeerd polystyreen, ...…) met een equivalente dikte (4 tot 6 cm). Een DRP kan bijgevolg nooit alleen voldoen aan de thermische reglementeringen voor daken. Voor meer informatie : zie Rapport nr. 9.

De totale warmteweerstand Rtot van een dak, ongeacht het plat of hellend is, wordt berekend door de warmteweerstand van de verschillende samenstellende lagen op te tellen bij de warmteovergangsweerstand aan het binnen- en het buitenoppervlak. De warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) van het dak is dan gelijk aan het omgekeerde van de totale warmteweerstand : U = 1/Rtot (W/m²K).

De gewestelijke thermische reglementeringen leggen voor de verschillende wanden van de gebouwschil (dak, buitenmuren, …) Umax-waarden op die niet overschreden mogen worden (zie tabel 1). De toekenning van premies of fiscale voordelen in het geval van renovatiewerken wordt tevens gelinkt aan het respecteren van een minimale warmteweerstand. De keuze van een isolatiemateriaal zou bijgevolg moeten gebeuren aan de hand van zijn thermische prestaties, waarbij vooral de warmtegeleidingscoëfficiënt (λ) van belang is. Deze laatste is immers bepalend voor de te voorziene isolatiedikte, een criterium dat doorgaans doorslaggevend is in het kader van renovatiewerken waarbij de beschikbare binnenruimte beperkt is.

Tabel 1 Umax-waarden volgens de gewestelijke thermische reglementeringen en overeenkomstige Rmin-waarden.
Tabel 1 Umax-waarden volgens de gewestelijke thermische reglementeringen en overeenkomstige Rmin-waarden.


De vereiste isolatiedikte wordt sterk beïnvloed door de positie van het isolatiemateriaal in het dak en de aanwezigheid van doorgaande mechanische bevestigingen of houten elementen die de isolatielaag op regelmatige afstanden onderbreken (bv. kepers). Dit geldt evenzeer voor het risico op bevochtiging onder normale gebruiksomstandigheden (bv. plat dak met omgekeerde isolatie). Bij wijze van voorbeeld zijn in tabel 3 de isolatiediktes opgenomen waarmee het mogelijk is te voldoen aan de huidige thermische reglementeringen. De karakteristieken van de beschouwde isolatiematerialen werden onttrokken uit de nieuwe norm NBN B 62-002 en de door de drie Gewesten erkende EPB-productgegevensdatabank (online beschikbaar op www.epbd.be).

Luchtdichtheid en uitvoering

Een goede thermische dakisolatie - ongeacht de dakopbouw en de aard van het isolatiemateriaal - is enkel mogelijk op voorwaarde dat ook de luchtdichtheid verzekerd is. Indien er koude buitenlucht of wind kan infiltreren in de dakopbouw, of indien deze door convectie warme binnenlucht doorlaat, worden de voordelen, geboden door de aangebrachte warmte-isolatie, immers grotendeels tenietgedaan. Om dit te vermijden, dient men de volgende principes te respecteren :
  • de aanwezigheid van luchtlagen of lege ruimten in de dakopbouw moet tot een minimum beperkt worden om te vermijden dat er luchtcirculatie zou optreden (cf. Infofiche nr. 24)
  • men moet ervoor zorgen dat minstens één van de lagen van de dakopbouw luchtdicht is, door toe te zien op de goede aansluiting van de elementen waartussen onderbrekingen kunnen ontstaan (timmerwerk, gordingen, doorboringen, …). Bij lichte constructies, zoals hellende daken waarvan de dakbedekking niet luchtdicht is, impliceert deze eis dat men uiterst zorgvuldig tewerk moet gaan bij de uitvoering van het dampscherm, dat gewoonlijk ook de luchtdichtheid moet waarborgen (cf. Katern nr. 9 van de WTCB-Dossiers 3/2007). In bepaalde gevallen kan het nuttig zijn te kiezen voor een capillair en/of zeer dampdoorlatend onderdak (bv. houtvezelplaten), teneinde het risico op afdruppelend condensatiewater te beperken.
Hoewel elke interventie in het kader van een renovatie specifiek is, kunnen er toch een aantal algemene aanbevelingen geformuleerd worden ter verbetering van de thermische isolatie van bestaande daken (zie tabel 2).

Tabel 2 Aanbevelingen voor de isolatie van een bestaand dak.
Werken
Hellend dak
Plat dak
uitgevoerd langs binnen
Het complex 'dampscherm-bijkomende isolatie' wordt aangebracht aan de onderkant van de structuur en/of in de dikte van de structuur. Deze techniek wordt gewoonlijk afgeraden (cf. Infofiche nr. 26).
uitgevoerd langs buiten
  • Het isolatiemateriaal wordt langs buiten aangebracht in de dikte van de bestaande structuur (na ontmanteling van de oude dakbedekking). Indien men ook de luchtdichtheid van de dakopbouw moet waarborgen, kan er langs buiten een dampscherm aangebracht worden, vóór de plaatsing van het isolatiemateriaal (*). en/of
  • Er wordt langs buiten een isolatiesysteem (sandwichpanelen, sarkingdak, …) aangebracht, waarbij men vooral toeziet op de luchtdichtheid van de aansluitingen (voet van het dakschild, dakrand, …). Deze techniek heeft het voordeel dat men over een ononderbroken ondergrond beschikt voor de plaatsing van het dampscherm en dat de correctie van de eventuele koudebruggen (bv. niet-geïsoleerde muurkop) makkelijker wordt.
Behoud van de afdichtingsfunctie van het bestaande membraan
Indien de hoogte van de randen en de opstanden van de afdichting toereikend is (eventueel mits aanpassing) en de ondergrond stevig genoeg, kan het isolatiemateriaal (XPS - geëxtrudeerd polystyreen) op het dak geplaatst worden en geballast (omkeerdak). In dit geval dient men bij de berekening van de te voorziene isolatiedikte rekening te houden met het risico op bevochtiging van de isolatie (zie tabel 3).
Plaatsing van een nieuw dichtingsmembraan
Het aanwezige dichtingsmembraan kan behouden worden (afhankelijk van zijn toestand) en de rol van dampscherm vervullen voor de bijkomend aangebrachte isolatie (cf. Infofiche nr. 26) (*).
(*) Indien men een dampscherm aanbrengt tussen twee isolatiediktes en er geen enkel ander performant dampscherm aanwezig is, moet de warmteweerstand van de bovenste isolatielaag minstens 1,5 keer hoger zijn dan deze van de onderste isolatielaag.


Tabel 3 Vereiste isolatiedikte (in cm) (afgerond tot op de volgende cm) om te beantwoorden aan de reglementaire eisen, naargelang van de aard van het isolatiemateriaal en de positie ervan in de dakopbouw.
Tabel 3 Vereiste isolatiedikte (in cm) (afgerond tot op de volgende cm) om te beantwoorden aan de reglementaire eisen, naargelang van de aard van het isolatiemateriaal en de positie ervan in de dakopbouw.

Besluit

Vandaag de dag zou de strijd tegen de opwarming van het klimaat niemand onverschillig mogen laten. Daken staan in deze context meer dan ooit in de belangstelling, vermits ze een uitgelezen ondergrond vormen voor allerhande zonnesystemen (zonnepanelen, fotovoltaïsche cellen,...). Opdat de hierdoor gegenereerde energie voordelig zou zijn, is het echter essentieel dat men eerst zorgt voor een vermindering van de energiebehoeften. De goedkoopste energie is immers deze die men niet gebruikt! Dat een overdaad aan isolatie niet schaadt, maar baat, is dus de boodschap voor al wie zijn dak wenst te renoveren.

O. Vandooren, ing., departementshoofd 'Communicatie en Beheer', WTCB