Ontmanteling van elementen uit asbestcement in buitenomstandigheden
2008/02.08

Ontmanteling van elementen uit asbestcement in buitenomstandigheden.
Bij de ontmanteling van elementen uit asbestcement die zich in de open lucht bevinden, is het van belang de hoeveelheid vrijgekomen asbestvezels sterk te beperken. Om deze reden heeft de Confederatie Bouw Dak het WTCB de opdracht gegeven een studie uit te voeren over dit onderwerp.

Beschrijving en resultaten van de studie

De metingen gebeurden op negen bouwplaatsen waarbij de dakbedekking uit asbestcement (onder de vorm van leien of golfplaten) verwijderd werd. Deze werkzaamheden vonden plaats onder diverse klimatologische omstandigheden : droog weer, droog maar winderig weer en mistig weer (met lichte regen). Hierbij werden er zowel luchtstalen genomen op de drie uitvoerders als in de rechtstreekse nabijheid van de afvalcontainer.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bekomen waarden.

Uit deze resultaten kan men de volgende zaken afleiden :
  • voor de uitvoerders :
    • gewoonlijk is het de uitvoerder die het dak ontmantelt (uitvoerder 1), die het meest blootgesteld wordt aan de stofdeeltjes. Dit kan men verklaren door het feit dat slechts een deel van de dakelementen zichtbaar is (respectievelijk 55 % of 37 % van het oppervlak van elke lei, naargelang de leien ruitvormig geplaatst werden of niet). De rest wordt bedekt door andere dakelementen en blijft bijgevolg droog en stoffig. Het is dit stof dat vrijkomt bij de ontmanteling van het dak
    • het blootstellingsniveau van de uitvoerder die de golfplaten of de leien naar de afvalcontainer brengt (uitvoerder 3), is sterk afhankelijk van zijn werkmethode. Indien hij de dakelementen rechtstreeks vanuit de bak van de goederenlift in de kruiwagen stort en deze vervolgens rechtstreeks in de speciale zak kiepert, komt er heel wat stof vrij en kunnen er verschillende golfplaten of leien breken
  • voor de klimatologische omstandigheden :
    • de hoeveelheid vrijgekomen asbestvezels is het grootst indien het dak droog is (bouwplaats 1) en het laagst bij mistig weer (bouwplaats 5). De beste resultaten worden dus behaald wanneer het dak lichtjes vochtig is en bij een hoge luchtvochtigheid. We willen er wel op wijzen dat enkel het zichtbare deel van het dak vochtig is
    • de windsnelheid en de windrichting lijken geen beduidende invloed te hebben op het vrijkomen van stof tijdens de ontmanteling
    • vermits de buitentemperatuur de toestand van het dak beïnvloedt (droog of vochtig), kan deze onrechtstreeks zorgen voor een toename van het risico op het vrijkomen van asbestvezels
  • voor het daktype en de oriëntatie ervan :
    • bij de ontmanteling van golfplaten uit asbestcement (bouwplaats 9) komen niet meer asbestvezels vrij dan bij de verwijdering van leien, voor zover men hierbij voorzichtig tewerk gaat
    • de oriëntatie van het dak heeft vooral een invloed op de verweringsgraad (belangrijker in het zuiden) en op de vervuiling (korstmossen, mossen, …) van de dakelementen (vooral in het noorden).

Methodologie en wettelijke verplichtingen

Steunend op de conclusies die uit deze studie getrokken werden en de huidige reglementering konden onze medewerkers (in samenspraak met de CBD en de Administratie) een methodologie op punt stellen die - mits deze nauwgezet gevolgd wordt - zou moeten toelaten de vrijgekomen hoeveelheid asbestvezels bij ontmantelingswerken sterk te beperken.





Volledig artikel


E. Rousseau, ing., hoofdadviseur, departement 'Communicatie en beheer', WTCB