Contactgeluidsisolatie bij elastische vloerbedekkingen :
een belangrijk punt bij de herziening van de TV 165
2008/02.06

Als gevolg van de talrijke evoluties die zich de laatste jaren voordeden op het vlak van de normalisering en de samenstelling van vloerbedekkingen kon de vernieuwing van de TV 165 over soepele vloerbedekkingen uit 1986 niet langer uitblijven. Een werkgroep bestaande uit fabrikanten en leden van de UVV (1), de VCB (2) en de CCW (3) heeft zich daarom toegelegd op de herziening van dit document. De contactgeluidsisolatie bij elastische vloerbedekkingen was hierbij een belangrijk aandachtspunt.

1. TV 165 : nood aan een update

Het bestaande gamma aan vloerbedekkingen werd de laatste jaren uitgebreid met een groot aantal nieuwe producten, terwijl bepaalde oudere vloertypes (bv. vinylasbestsystemen) van de bouwproductenmarkt verdwenen zijn. Parallel met deze evoluties werden er de jongste jaren een twintigtal nieuwe Europese productnormen gepubliceerd, die allemaal verwijzen naar de norm NBN EN 685 (2007). Deze maakt het mogelijk om elastische vloerbedekkingen, textielvloerbedekkingen en gelamineerde vloerbedekkingen in te delen volgens het gebruiksniveau van de vloer (zie tabel 1).
tabel 1
De nieuwe TV werd in twee delen opgesplitst : een eerste over elastische vloerbedekkingen en een tweede over textielvloerbedekkingen. Het eerste deel (in voorbereiding) gaat dieper in op de prestatie-eisen en de plaatsing van elastische vloerbedekkingen, waarbij onder meer de eisen voor de ondergrond (bv. het vochtgehalte) en de voegproblematiek besproken worden, en behandelt tevens het gebruik van enkele nieuwe egalisatieproducten en lijmen.

Al deze aspecten zullen uitvoeriger uit de doeken gedaan worden in een aantal toekomstige WTCB-artikels.

2. Contactgeluidsisolatie bij elastische vloerbedekkingen

De contactgeluiden die gegenereerd worden in gebouwen (bv. voetstappen, vallende voorwerpen, verschuiven van meubilair) vertegenwoordigen doorgaans een belangrijke hoeveelheid energie die zich tot op grote afstand in de structuur kan voortplanten. Ze kunnen dan ook aanleiding geven tot aanzienlijke geluidshinder in de onder- of naastgelegen ruimten. Textielvloerbedekkingen en elastische vloerbedekkingen (zoals vinyl, linoleum, kurk en rubber) verzachten het contact met het oppervlak en zorgen bijgevolg voor een betere contactgeluidsisolatie dan traditionele harde vloerbedekkingen (zoals tegels, natuursteen of gelijmd parket).

De mate waarin de vloerbedekking bijdraagt tot de verbetering van de contactgeluidsisolatie wordt weergegeven door de productkarakteristiek ΔLw. Deze grootheid geeft het aantal decibel aan waarmee de contactgeluidsisolatie wordt opgedreven door het voorzien van een vloerbedekking op een standaard naakte betonvloer. Naarmate de ΔLw-waarde groter is, zal de door de vloerbedekking teweeggebrachte geluidsdemping efficiënter zijn.

In het algemeen zullen hardere vloerbedekkingen (zoals tegels uit halfsoepel PVC, linoleum of homogeen PVC) een lagere ΔLw-waarde vertonen dan hun zachtere tegenhangers (bv. vloerbedekkingen uit meerlagig PVC of rubber) en bijgevolg ook minder goed contactgeluid dempen.

Door het aanbrengen van een elastische vloerbedekking zullen hoofdzakelijk de 'scherpe', hoogfrequente contactgeluiden (die bijvoorbeeld ontstaan bij het vallen van harde, lichte voorwerpen, het verschuiven van stoelen, …) gedempt worden. De invloed van een dergelijke vloerbedekking op de laagfrequente componenten van contactgeluid, onder meer gegenereerd door het vallen van zwaardere voorwerpen, blijft daarentegen gering.

3. Het sonoriteitsaspect

Een ander akoestisch aspect van vloerbedekkingen betreft hun sonoriteit. Het gaat hier om het lawaai dat in de ruimte zelf geproduceerd wordt bij het belopen van de vloer, een fenomeen dat vooral in landschapskantoren, gangen van hotels, scholen, ziekenhuizen, … voor de nodige hinder kan zorgen. Het gegenereerde lawaai hangt voornamelijk af van de aanwezige bemeubeling, het volume van de ruimte en de aard van de vloerbedekking. Naarmate de ruimte groter, kaler en leger is, zal het belopen van de vloerbedekking meer lawaai teweegbrengen. In een standaard bemeubelde ruimte kan het geluidsniveauverschil tussen de 'stilste' en 'meest luidruchtige' vloerbedekking oplopen tot 40 dB. Ook in dit geval merkt men dat elastische vloerbedekkingen (zoals kurk, rubber, linoleum en vinyl) doorgaans beter presteren dan hun hardere tegenhangers (bv. tegelvloeren).

CE-markering
De in augustus 2004 gepubliceerde Europese norm NBN EN 14041 kreeg op 8 juni 2005 het statuut van een geharmoniseerde norm door zijn verschijning in het Publicatieblad van de Europese Unie. Hierdoor zijn alle elastische vloerbedekkingen tegenwoordig onderworpen aan de wettelijke voorschriften, opgenomen in de Bouwproductenrichtlijn uit 1989. Zo zijn de fabrikanten sinds januari 2007 verplicht de CE-markering op hun producten aan te brengen.
De nieuwe norm NBN S 01-400-1
Hoewel elastische vloerbedekkingen een belangrijke bijdrage kunnen leveren tot de verbetering van de contactgeluidsisolatie, stelt de nieuwe Belgische norm NBN S 01-400-1 'Akoestische criteria voor woongebouwen' (2008) dat de vloerbedekking - lettend op het feit dat deze achteraf steeds kan gewijzigd worden - geen bepalende factor mag zijn om aan de vooropgestelde akoestische criteria te voldoen. Daarom formuleert de norm een aantal eisen voor de contactgeluidsisolatie in het afgewerkte gebouw. Zo wordt systematisch aanbevolen een beroep te doen op een zwevende dekvloer, waardoor de contactgeluidsisolatie onafhankelijk wordt van de gekozen vloerbedekking.
Renovaties
Bij renovatiewerken kan men gemakkelijker ingrijpen op de vloerafwerking dan op de structuur zelf. Om hiermee rekening te houden, worden in de norm NBN S 01-400-1 een aantal afwijkingen op de algemene voorschriften voorzien. Het is dan ook niet uitzonderlijk dat elastische vloerbedekkingen in de renovatiepraktijk toegepast worden ter verbetering van de contactgeluidsisolatie.


D. Wuyts, ir., projectleider, afdeling 'Akoestiek', WTCB
V. Pollet, ir., afdelingshoofd, afdeling 'Beton en bouwchemie', WTCB
P. Steenhoudt, ir., onderzoeker, laboratorium 'Bouwchemie', WTCB

(¹) UVV : Unie van Vlaamse Vloerenbedrijven.
(²) VCB : Vlaamse Confederatie Bouw.
(³) CCW : Confédération Construction Wallonne.