Een goede ventilatie vereist een goede samenwerking 2008/02.04

In België moeten de meeste nieuwe gebouwen verplicht uitgerust worden met ventilatievoorzieningen. Hiervoor zijn er verschillende oplossingen voorhanden, gaande van natuurlijke ventilatiesystemen tot en met volledig mechanische ventilatiesystemen met warmteterugwinning. Hoewel deze installaties op zich niet zo complex zijn, wordt de praktische uitvoering ervan vaak bemoeilijkt door het feit dat ze een multidisciplinaire aanpak vereisen.

1. De betrokkenen

Doorgaans zijn er bij de installatie van een ventilatiesysteem verschillende aannemers betrokken. Zo worden de kanalen voor de natuurlijke afvoer in de regel geplaatst door de ruwbouwaannemer, moet de dakwerker zorgen voor de waterdichte aansluiting van de dakdoorvoeren, is de buitenschrijnwerker verantwoordelijk voor het aanbrengen van de regelbare toevoeropeningen voor de systemen A en C en worden de doorvoeropeningen uitgevoerd door de binnenschrijnwerker. Indien het gaat om een mechanisch systeem, opgebouwd uit kanalen, ventielen en een ventilator, doet men dan weer een beroep op een ventilatie-installateur. Als men tenslotte te maken heeft met een systeem met elektrische sturing, komt er veelal ook een elektrotechnische installateur aan te pas.

Deze veelheid aan specialisten heeft tot gevolg dat de architect een belangrijk deel van zijn aandacht moet toespitsen op de coördinatie van de werkzaamheden. Uiteindelijk moet de opdrachtgever immers kunnen beschikken over ventilatievoorzieningen die resulteren in een gezond en comfortabel binnenklimaat, met een zo laag mogelijk energieverbruik.

Afbeelding 1 geeft een beeld van de diverse stappen die men zou kunnen onderscheiden bij het tot stand komen van een ventilatie-installatie. Hoewel het niet altijd mogelijk is om voor elk van deze stappen een verantwoordelijke aan te stellen, is het wel duidelijk dat er steeds een intense samenwerking moet zijn tussen de ontwerper en de verschillende uitvoerders. Zo dient de architect rekening te houden met de praktische uitvoeringsmoeilijkheden en zal de installateur diens eisen nauwgezet moeten opvolgen. Indien deze laatste van het oorspronkelijke ontwerp wenst af te wijken, dient hij de mogelijke alternatieven eerst te bespreken met de ontwerper.

Om te vermijden dat er discussies zouden ontstaan omtrent de verantwoordelijkheden van de verschillende betrokkenen, is het belangrijk dat eenieders taken duidelijk afgebakend worden. De correcte oplevering van de diverse deeltaken is in deze context cruciaal.

Indien de plaatsing van de ventilatie-installatie gebeurt zonder tussenkomst van een architect (bv. bij kleinere verbouwingen), zal de aannemer een aantal bijkomende taken op zich moeten nemen.

2. Samenwerking en coördinatie : een must

Hierna gaan we dieper in op een aantal aspecten uit het stappenplan die een correcte samenwerking en coördinatie vereisen.

2.1. Verzekering van de luchtdichtheid

Bepaling van het debiet met een debietmeter.

De luchtdichtheid van de gebouwschil is een belangrijke voorwaarde om een efficiënt ventilatiesysteem te bekomen. Ongecontroleerde luchtlekken doorheen de gebouwschil kunnen namelijk leiden tot lawaai- en tochtproblemen, warmteverliezen en schade aan de isolatie. Bovendien kunnen ze de goede werking van de gecontroleerde ventilatie verhinderen.

Om de luchtdichtheid van de gebouwschil te waarborgen, moet de architect bepaalde ontwerpmatige ingrepen voorzien, die vervolgens door de verschillende aannemers gerealiseerd worden. Zo is de luchtdichtheid van wanden uit metselwerk sterk afhankelijk van de erop uitgevoerde pleisterwerken, komt de luchtdichtheid van hellende daken tot stand dankzij het lucht- of dampscherm dat aangebracht wordt aan de binnenzijde van de isolatielaag, …

Bij deze werkzaamheden dient men voldoende aandacht te besteden aan :
  • de correcte aansluiting tussen de afzonderlijke bouwdelen, en dan vooral indien ze uitgevoerd werden door verschillende aannemers (muur en vloer, dak en gevel, schrijnwerk en gevel, …)
  • de goede informering van alle betrokkenen, met inbegrip van deze die zelf geen luchtdichtingswerken uitvoeren, maar soms ongewild de gebouwschil beschadigen (bv. elektrische en sanitaire installateurs)
  • de luchtdichtheid van de doorboringen, aangebracht voor de technische leidingen (bv. door deze correct af te werken of reeds vooraf te voorzien).

2.2. Opstelling van het basisontwerp

In het basisontwerp dient de architect de vereiste debieten voor te schrijven, het ventilatiesysteem te kiezen en de globale regelstrategie vast te leggen. Deze keuzes kunnen een aantal belangrijke implicaties hebben. Zo kan het voorzien van een verticale ventilatieschacht een invloed uitoefenen op de ligging van de (vochtige) ruimten. In het geval van een mechanisch ventilatiesysteem moet de ontwerper bovendien rekening houden met de plaats die ingenomen wordt door de kanalen en de ventilatiegroep. Hierbij dient hij niet alleen de kanaaldiameter en de erin aanwezige bochten in aanmerking te nemen, maar ook de ruimte, nodig voor de plaatsing en het latere onderhoud.

2.3. Opstelling van het detailontwerp

Het detailontwerp wordt meestal opgesteld door (of in samenspraak met) de aannemer en omvat de volgende aspecten :
  • de keuze van de ventielen en de toevoer-, afvoer- en doorstroomopeningen
  • de bepaling van het kanalentracé
  • de berekening van de drukverliezen van de kanalen
  • de selectie van de ventilator(en) en de filter
  • de uitwerking van de regel- of warmteterugwinningsstrategie
  • de beschrijving van de onderhoudswerkzaamheden, …
Ook in dit geval is overleg met de ontwerper geen overbodige luxe. Deze kan immers bepaalde wijzigingen of verbeteringen voorstellen en nuttig advies verstrekken met betrekking tot de aan te wenden producten.

2.4. Montage van de installatie

Vermits de montagewerkzaamheden - zelfs indien ze uitgevoerd worden door dezelfde aannemer - in opeenvolgende fasen verlopen, is het noodzakelijk te zorgen voor een goede coördinatie tussen de verschillende bouwtechnieken.

Zo moeten de uitvoeringsvoorwaarden de correcte plaatsing van de kanalen in de hiertoe voorziene ruimte toelaten. Teneinde de luchtdichtheid van de gebouwschil veilig te stellen, dient men er bovendien op toe te zien dat de binnenbepleistering niet onderbroken wordt achter de kanalen. Een goede planning van de bezettingswerken is dan ook onontbeerlijk.

Het voorkomen van vervuiling is een ander belangrijk aandachtspunt : als er in het gebouw nog grote werkzaamheden (bv. breek- en slijpwerk, …) moeten plaatsvinden, is het raadzaam de kanalen en/of andere componenten voorlopig af te dichten.

2.5. Oplevering van de installatie

De oplevering kan beschouwd worden als de bekroning van de installatiewerkzaamheden. Op dit ogenblik stelt de installateur de debieten van de mechanische ventilatie af, wordt overlopen of de componenten en de plaatsingswijze overeenstemmen met de eisen uit het bestek en wordt de algemene werking van het systeem gecontroleerd. Verder geeft de installateur de gebruikers de nodige toelichtingen over de werking van de installatie en zorgt hij voor de correcte afstelling ervan. Tenslotte overhandigt de installateur de EPB-verslaggever alle gegevens die hij nodig heeft ter vervollediging van de EPB-aangifte (overzicht van de gemeten debieten, technische documentatie, …).

2.6. Onderhoud van de installatie

Om lang van een goede luchtkwaliteit te kunnen genieten, is het belangrijk dat de bewoner zijn installatie regelmatig laat onderhouden. Hoewel de architect en de installateur slechts weinig invloed hebben op het eigenlijke onderhoud, kunnen ze hiertoe wel een gunstig kader creëren door :
  • de gebruikers bewust te maken van de noodzaak van een regelmatig nazicht
  • te zorgen voor een onderhoudsvriendelijk ontwerp (doordachte plaatsing van de verschillende onderdelen van de installatie, voorzien van filters met onderhoudsindicatie, keuze van reinigbare kanalen, …)
  • de opstelling van duidelijke onderhoudsvoorschriften, waarin een onderscheid gemaakt wordt tussen het onderhoud dat de gebruiker zelf kan uitvoeren en dat waarvoor een professioneel moet worden aangesproken.

3. Besluit

Om te komen tot een efficiënte, comfortabele en energiezuinige ventilatie-installatie moeten verschillende stappen doorlopen worden.

Door van bij het ontwerp van de woning een duidelijke ventilatiestrategie vast te leggen en toe te zien op de goede communicatie tussen de verschillende betrokkenen (opdrachtgever, architect, verslaggever, aannemer, installateur, …) kan men dit doel doorgaans zonder al te veel problemen bereiken.
Nuttige informatie
Eind vorig jaar stelde het WTCB, in samenwerking met het De Nayer Instituut en met de financiële steun van het IWT, zijn zogenoemde 'Ventilatiegids' op. Deze rijkelijk geïllustreerde brochure, bestemd voor architecten en installateurs, licht de diverse stappen toe die doorlopen moeten worden bij de realisatie van een ventilatie-installatie en kan gedownload worden via onze website.


P. Van den Bossche, ing., projectleider, afdeling 'Energie en klimaat', WTCB