De parketsector in de schijnwerpers
2008/02.03

Gelet op de constante evolutie van de parketsector en het stijgende aantal WTCB-interventies in dit domein, hebben onze medewerkers verschillende stappen ondernomen om de parketplaatsers van extra informatie te kunnen voorzien met betrekking tot de te treffen voorzorgsmaatregelen en de toe te passen combinaties.
In het kader van het prenormatieve onderzoek naar houten vloerbedekkingen dat momenteel binnen het WTCB gevoerd wordt met de financiële steun van de FOD 'Economie' werd een enquête opgestuurd naar de leden van de beroepsverenigingen 'Werkgroep Dé Parketplaatser' en 'Groupe de travail Parqueteur'. Deze enquête omvatte een reeks algemene vragen over de huidige Belgische parketplaatserpraktijk en enkele specifieke vragen met betrekking tot de courantste bouwplaatsproblemen teneinde een beter beeld te krijgen van de pathologieën. Ondanks het grote aantal publicaties over houten vloerbedekkingen moet men immers vaststellen dat deze niet zelden aan de bron liggen van meningsverschillen en steeds vaker de tussenkomst van onze medewerkers vereisen. Vermits het percentage antwoorden aan de hoge kant lag, konden we een redelijk representatieve analyse maken van de bedrijven uit de doelgroep. Een eerste belangrijke vaststelling was dat op 50 % van de bouwplaatsen gebruik gemaakt wordt van een gelijmde plaatsing (vaak uit technische overwegingen).

Toegepaste materialen

Om een beter zicht te krijgen op de huidige markt werden ook vragen gesteld over de toegepaste componenten. Ter verzekering van de representativiteit van de antwoorden, werden de ontvangen gegevens afgewogen volgens het marktaandeel van de bedrijven (jaarlijkse hoeveelheid geplaatst parket in m²).

Aperçu des problèmes rencontrés pendant et après exécution

Aard van de ondergrond

De meest gebruikte ondergrond is de zogenoemde traditionele cementgebonden dekvloer (80 %). Ook anhydrietgebonden dekvloeren beginnen hun opwachting te maken, maar zijn tegenwoordig nog steeds in de minderheid (3 %).

Lijmtype

De huidige lijmen kunnen in vier grote groepen ingedeeld worden : dispersielijmen, alcoholhoudende lijmen, polyurethaanlijmen (PU) en elastische lijmen (MS-polymeertechnologie). Volgens de enquête vertegenwoordigen de één- en tweecomponenten polyurethaanlijmen het leeuwendeel van de Belgische markt (60 %). Dit resultaat is waarschijnlijk toe te schrijven aan de door de fabrikanten vooropgestelde prestaties en het brede toepassingsgebied van PU-lijmen, evenals aan het feit dat de meeste parketplaatsers trouw blijven aan het lijmtype dat ze reeds jarenlang gebruiken. Met de technologische ontwikkeling verschenen ook de eerste MS-polymeerlijmen voor parket op de markt. Aanvankelijk gebeurde dit eerder voorzichtig omwille van het gebrek aan ervaring met en informatie omtrent dit lijmtype (de enige beschikbare gegevens werden verstrekt door de fabrikanten). Tegenwoordig maken deze lijmen 17 % van de markt uit.

Type houten vloerbedekking

Ondanks de grote diversiteit aan houten vloerbedekkingen blijft het massief houten parket de sector overheersen. Dit valt enerzijds te verklaren door het prestige en het nobele karakter waarmee dit materiaal geassocieerd wordt en anderzijds door de Belgische traditie.

Type afwerking

Uit de enquête blijkt dat vernis en olie de twee meest gebruikte afwerkingstypes zijn. De uiteindelijke keuze is afhankelijk van het gewenste uitzicht en de door de opdrachtgever bepaalde onderhoudsfrequentie.

Uitvoering

Bij de uitvoering van een houten vloerbedekking dient men een aantal voorzorgsmaatregelen te treffen en dit zowel vóór, tijdens als na de plaatsing. Om te komen tot een optimaal resultaat, somt de TV 218 verschillende parameters op die in aanmerking moeten genomen worden bij de controle van de ondergrond, het hout en de omgevingsvoorwaarden (vochtigheidsgraad en temperaturen).

Negen op de tien parketplaatsers werden reeds geconfronteerd met problemen bij een gelijmde uitvoering. Deze hebben meestal te maken met de ondergrond (slechte kwaliteit van de dekvloer), de materialen (fabricagefouten, onverenigbare producten, …), de ingebruikname en het binnenklimaat (temperatuur en vochtigheid). De systeemonafhankelijke problemen houden dan weer doorgaans verband met een aanvoer van vocht of met de vloerverwarming.

Dankzij de ontwikkeling van een aangepast en volledig normatief kader moet het mogelijk worden de normen aan te vullen en het vertrouwen van de gebruikers en ontwerpers te verhogen, bv. door ongeschikte en/of minder duurzame systemen van de markt te weren en zodoende systematische problemen te vermijden.


Volledig artikel


Y. Grégoire, ir.-arch., laboratoriumhoofd, en S. Charron, ir., onderzoeker, laboratorium 'Ruwbouw- en afwerkingsmaterialen', WTCB