Literatuurlijst
1. Martin Y., Vandooren O. en Van de Sande W.
Afwerkingsgraad en uitvoeringstoleranties van lichte wanden. Brussel, WTCB, WTCB-Dossiers, Katern nr. 5, 2/2006.

2. Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf
Binnenbepleisteringen (Deel 1). Brussel, WTCB, Technische Voorlichting, nr. 199, 1996.

3. Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf
Binnenbepleisteringen. Deel 2 : uitvoering. Brussel, WTCB, Technische Voorlichting, nr. 201, 1996.

4. Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf
Leidraad voor de goede uitvoering van schilderwerken (gebouwen en burgelijke bouwkunde). Ondergronden, systemen, schilderwerken. Brussel, WTCB, Technische Voorlichting, nr. 159, 1985.

Afwerkingsgraad voor gipsplaten en verfsystemen
… onlosmakelijk verbonden eisen 2007/04.01

De afwerkingsgraden en uitvoeringstoleranties voor lichte wanden uit gipsplaten kwamen reeds aan bod in een artikel uit de WTCB-Dossiers [1]. Hierin werd destijds een overzicht gegeven van de eerste aanbevelingen van de werkgroep die belast was met de opstelling van drie Technische Voorlichtingen over het thema lichte wanden. Nu de TV's 232 en 233 betreffende verlaagde plafonds en lichte binnenwanden bijna klaar zijn voor druk, leek het ons nuttig een nieuwe stand van zaken op te maken.

1. Algemene beschouwingen

In dit artikel (dat het hiervoor vermelde artikel vervangt) wordt de aandacht specifiek toegespitst op de droge afwerking van gipskartonplaten (en gelijkaardige platen). Het bestrijkt dan ook, meer nog dan de voornoemde TV's, alle wandtypes die afgewerkt worden met dergelijke platen (met inbegrip van plafonds die rechtstreeks aan de ruwbouw bevestigd zijn).

Een groot deel van de adviezen die verstrekt worden door de afdeling 'Technisch advies' van het WTCB hebben te maken met afwerkingen. Het aantal vragen omtrent het uitzicht en de uitvoeringstoleranties gaat hierbij in stijgende lijn. De kwaliteit van het bekomen resultaat en de klanttevredenheid zijn vaak afhankelijk van het feit of de architect al dan niet duidelijke voorschriften geformuleerd heeft en van het goede begrip en de correcte uitvoering van de werken door de aannemer. Om het vroegere gemis aan voorschriften te verhelpen, worden er hierna enkele aanbevelingen geformuleerd om de professionelen uit de sector te helpen bij de uitvoering van hun respectievelijke taken.


De zogenoemde 'droge' afwerkingen omvatten onder meer vliespleisters (*) en ultradunne pleisters die plaatselijk aangebracht worden (ter hoogte van de voegen tussen de platen of van de bevestigingen) of over de gehele oppervlakte. Sommige gipsplaten moeten een dikkere bepleistering krijgen (dunne pleisters van enkele millimeter dik - zogenoemde 'vochtige' afwerkingen) en worden hiertoe bedekt met een karton van speciale kwaliteit. De uitvoerings- en afwerkingstoleranties van dergelijke wanden worden beschreven in de Technische Voorlichtingen 199 en 201 over binnenbepleisteringen [2, 3].


Opmerking
We willen erop wijzen dat de aanduiding van de afwerkingsgraad van een wand door de term 'schilderklaar' niet eenduidig is en de gewenste afwerkingsgraad onvoldoende nauwkeurig omschrijft. Dit geldt tevens voor voorschriften zoals 'de vlakheid is perfect of vereist geen enkele voorbereiding door de schilder'. Het is eveneens belangrijk te weten dat een afwerking in geen geval mag opgeleverd worden onder tegenlicht of scherend licht.

Men dient een onderscheid te maken tussen :

  • de uitvoeringstoleranties van de wand
  • de afwerkingsgraad die gewenst wordt in functie van de latere bekleding ervan.
Terwijl het in het eerste geval gaat om de bepaling van de geometrische karakteristieken van de wand (vlakheid, loodrechtheid, hoekafwijking), heeft de afwerkingsgraad betrekking op de homogeniteit van het oppervlak. Het belang van de oppervlakteafwerking van de wand is immers afhankelijk van de aard van de later aan te brengen bekleding. Indien de wand voorzien moet worden van een betegeling, zal het respecteren van de uitvoeringstoleranties vaak een bepalende voorwaarde zijn om de vereiste tolerantieklasse op de afwerking te kunnen behalen (vooral voor grootformaattegels). Daar waar het uitzicht en de homogeniteit van het wandoppervlak in dit geval niet zo belangrijk zijn, geldt het tegenovergestelde als men de wand wenst af te werken met een satijnverf of glansverf.

De bouwheer moet vooraf de eisen met betrekking tot de uitvoeringstoleranties en de afwerkingsgraad vastleggen. Bij ontstentenis van andersluidende bepalingen zijn de normale tolerantieklasse en de afwerkingsgraad F2a van toepassing (zie verder).

2. Uitvoeringstoleranties - Vlakheid

Tabel 1 Vlakheidstoleranties.
Tolerantieklasse Controle onder de regel van
0,2 m 2 m
Normaal
(bij ontstentenis)
1,5 mm 4,0 mm
Speciaal 1,0 mm 2,0 mm
Naar analogie met de vlakheidstoleranties op plafonneerwerken (¹), maar ook rekening houdend met het feit dat het makkelijker is te beantwoorden aan strengere eisen voor een wand die opgebouwd is uit samengestelde en opgevoegde platen, kan men twee verschillende uitvoeringsklassen onderscheiden (zie tabel 1). Om aan de strengste vlakheidsklasse te kunnen voldoen (te preciseren in de contractuele documenten), is het aanbevolen gebruik te maken van platen met afgeschuinde langs- en dwarsranden, of het navoegproduct breder aan te brengen ter hoogte van de voegen (minstens 60 cm). Bij ontstentenis van eisen dient men de normale tolerantieklasse te beschouwen.


(¹) Normale tolerantieklasse : respectievelijk 2 mm en 5 mm voor de controle onder de regel van 0,2 m en 2 m.
     Speciale tolerantieklasse : respectievelijk 1,5 mm en 3 mm voor de controle onder de regel van 0,2 m en 2 m.

3. Afwerkingsgraad voor gipsplaten (en gelijkaardige platen) …

Zoals hiervoor vermeld, is de afwerkingsgraad van het oppervlak van gipsplaten onlosmakelijk verbonden met de aard van de latere bekleding. Men kan drie belangrijke afwerkingsgraden onderscheiden :

  • de afwerkingsgraad F1 stemt overeen met een minimale opvoeging
  • de afwerkingsgraad F2 kan ingedeeld worden in twee categorieën :
    • de afwerkingsgraad F2a, die overeenstemt met een standaardopvoeging
    • de afwerkingsgraad F2b, die overeenstemt met een standaardopvoeging, aangevuld met een door schrapen volvlakkig aangebracht afwerkingsproduct, zoals soms voorgeschreven wordt door de contractuele documenten of de fabrikanten. Een dergelijke uitvoering leidt gewoonlijk tot een afwerkingsgraad die toelaat verfsys­temen aan te brengen of afwerkingen die gelijkaardig zijn aan deze die beschouwd worden voor afwerkingsgraad F2a
  • de afwerkingsgraad F3 is op zijn beurt voorbehouden voor de volvlakkige bedekking van de gipsplaten met een vliespleister (afwerkplamuur).
De eisen inzake de afwerkingsgraad zijn bij voorkeur opgenomen in de contractuele documenten. Bij ontstentenis van eisen moet de plaatster van de platen een werk afleveren dat beantwoordt aan de standaardafwerkingsgraad F2a. Indien de afwerkingsgraad F2 geëist wordt, stemt dit overeen met de standaardafwerking F2a.

4 … onlosmakelijk verbonden met de afwerkingsgraad voor verfsystemen

De verdeling van de taken tussen de plaatser van de platen en de schilder of de persoon die de gewenste wandafwerking uitvoert, is niet altijd even eenvoudig. Zo gebeurt het niet zelden dat een gebrek aan duidelijkheid in de voorschriften van de opdrachtgever aan de grondslag ligt van eindeloze discussies op de bouwplaats, en dan vooral indien er schilderwerken moeten gebeuren.


Opmerking
Tengevolge van hun ligging in het gebouw kunnen bepaalde oppervlakken meer blootgesteld zijn aan scherend licht of tegenlicht dan andere.
Vermits de aanwezige onvolkomenheden van het oppervlak bij een waarneming onder dergelijke omstandigheden sterk benadrukt worden, is het aanbevolen het speciale eisenniveau te hanteren (zie tabel 3).
Zodoende kan men de zichtbaarheid van de onvolkomenheden beperken (maar niet volledig uitsluiten).

De Technische Voorlichting 159 met betrekking tot schilderwerken [4] bepaalt de werkzaamheden die moeten uitgevoerd worden om de gewenste afwerkingsgraad te verkrijgen voor het beschouwde verfsysteem. Ook hier kan men drie afwerkingsgraden onderscheiden (aangeduid met de Romeinse cijfers I, II, III) (tabel 2).

Tabel 2 Voorbereiding van een ondergrond uit gips voor de uitvoering van de schilderwerken.
Bewerkingen van graad I Bewerkingen van graad II Bewerkingen van graad III
  1. Ontkorrelen, afborstelen en/of afstoffen
  2. Grondlaag
  3. Deklaag
  1. Ontkorrelen, afborstelen en/of afstoffen
  2. Grondlaag (primer)
  3. Bijwerken met plamuur
  4. Tussenlaag
  5. Deklaag
  1. Ontkorrelen, afborstelen en/of afstoffen
  2. Grondlaag (primer)
  3. Volvlakkig plamuren
  4. Schuren en afstoffen
  5. Bijwerken met plamuur
  6. Tussenlaag
  7. Deklaag

Tabel 3 stelt verschillende combinaties voor tussen de eisen die gelden voor de ondergrond en de eisen die van toepassing zijn op het verfsysteem, naargelang van het feit of men een normaal (bij ontstentenis) of speciaal uitvoeringsniveau wenst.

Tabel 3 Aanbevolen afwerkingsgraad voor gipsplaten afhankelijk van het verftype.
Verftype Afwerkingsgraad van de platen Uitvoeringsgraad volgens de TV 159
F1 F2 F3 Graad I Graad II Graad III
Matte en/of gestructureerde verf   x   x    
  x     x  
Satijnverf   x       x
    x   x  
    x     x
Glansverf (**)     x     x
Normaal eisenniveau, dat moet aangenomen worden bij ontstentenis van bijzondere voorschriften in het bestek.
Speciaal eisenniveau, dat moet voorgeschreven worden in het bestek.
(**) Bij toepassing van een glansverf dient men het strengste eisenniveau te beogen.

Indien de opdrachtgever wenst af te wijken van deze aanbevelingen, moet hij de werkzaamheden die moeten uitgevoerd worden door de verschillende betrokkenen duidelijk vastleggen. De schilder is bovendien niet bevoegd om de ondergrond op te leveren voor wat de uitvoeringstoleranties betreft, vermits deze taak gewoonlijk ten laste valt van de opdrachtgever. Hij moet echter wel de afwerkingsgraad controleren en, indien nodig, de vereiste bijzondere voorbereidende werken bepalen.

In voorkomend geval moet hij de opdrachtgever hiervan op de hoogte brengen, opdat deze de vakman zou kunnen aanduiden die de werken dient uit te voeren. De kostprijs ervan is voor rekening van de opdrachtgever, behalve indien het werken betreft die veroorzaakt werden door een uitvoering die niet in overeenstemming was met de criteria uit de contractuele documenten.


(*) De term 'vliespleister' werd in de TV 199 op foutieve wijze gebruikt. Een bepleistering van enkele mm dik (1 tot 3 mm) moet immers beschouwd worden als een bestrijkingsplamuur (volgens de terminologie uit TV 112).


Volledig artikel


Y. Martin, ir., O. Vandooren, ing., en W. Van de Sande, ing., WTCB