Geluidsisolatie van gevels 2007/02.07

Naar aanleiding van de nieuwe norm NBN S 01-400-1, waarvan de ontwerpversie op 15 maart 2007 ter kritiek gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad, werd een speciale katern over de akoestische criteria voor woongebouwen toegevoegd aan het magazine WTCB-Contact nr. 13. In dit artikel gaat de aandacht specifiek uit naar de eisen die in deze nieuwe norm gesteld worden aan de geluidsisolatie van gevels.
Een goede gevelisolatie is niet alleen belangrijk om het toenemende omgevingslawaai buiten te houden, maar ook om de privacy binnen te waarborgen of om omloopgeluid via de gevels naar de buurwoningen te vermijden.

1. Vermijden van akoestische lekken

Een gemiddelde woning vertoont tegenwoordig een typische gevelisolatiewaarde van 27 dB. Uit onderzoek is echter gebleken dat deze DAtr,w-waarde door het afdichten van alle lekken en kieren gemakkelijk zou kunnen oplopen tot meer dan 30 dB. Akoestische lekken ontstaan gewoonlijk aan de aansluiting tussen opendraaiende schrijnwerkdelen en een vast kader, maar ook aan de aansluiting tussen de bouwelementen onderling. In bepaalde gevallen zijn ze bovendien inherent aan het bouwelement zelf.

Bij het luchtdicht maken van dergelijke akoestische lekken dient men rekening te houden met het feit dat de oppervlaktemassa van het dichtingsmateriaal hoger moet zijn naarmate het lek belangrijker is (massawet). Vermits kleine lekken vooral tot hoogfrequente geluidsisolatieverliezen leiden, kan de luchtgeluidsisolatie in dit geval reeds sterk verbeterd worden door gebruik te maken van lichte materialen. Spleten tot 6 mm kunnen met andere woorden probleemloos afgedicht worden door kitvoegen. Openingen van 6 tot 15 mm laten echter ook middenfrequent geluid door, zodat hier een grotere oppervlaktemassa nodig is om de geluidsisolatie te waarborgen (bv. oliehoudende stopverven, …). Indien de spleet nog breder is, is het aanbevolen over te gaan tot het aftimmeren of dichtpleisteren ervan. Tussen vaste en opendraaiende delen dient men dan weer samendrukbare voegdichtingen aan te wenden.

Naast het streven naar lekdichte constructies dient men ook de nodige luchtverversing in de ruimten te verzekeren. De toepassing van ventilatievoorzieningen kan evenwel problemen opleveren voor de geluidsisolatie van de gevel. Een doordachte keuze van het ventilatiesysteem is dan ook onontbeerlijk.

2. Invloed van zware gevelmuren

Gevelwanden uit metselwerk bestaan gewoonlijk uit een buitenspouwblad dat via talrijke spouwankers verbonden is met het binnenspouwblad. Het geheel werkt bijgevolg niet als een akoestische dubbele wand. De keuze van de thermische isolatie in de gevelspouw heeft dan ook geen invloed op de prestaties van dergelijke wanden. De geluidsisolatie van gevels uit massief metselwerk is echter dermate hoog op zich, dat de geluidstransmissie erdoorheen verwaarloosbaar is.

Het voorzien van voorzetwanden aan de binnenzijde van een gevelwand uit massief metselwerk ter verbetering van de geluidsisolatie is met andere woorden zinloos, vermits de geluidstransmissie voornamelijk plaatsgrijpt via de gevelopeningen (schrijnwerk en ventilatieopeningen).

3. Een goed ontwerp vereist een correcte berekening

Vensters, ventilatieroosters, lichte dakconstructies en lichte invulwanden kunnen de gevelisolatie negatief beïnvloeden. De akoestische prestaties van deze bouwelementen zijn immers frequentieafhankelijk en worden in het laboratorium opgemeten en gekarakteriseerd door een spectrum van geluidsverzwakkingsindices R. Deze spectrale informatie kan samengebundeld worden in een zogenoemde 'gewogen' waarde Rw(C;Ctr).

Voor een berekening van de gevelisolatie volgens de Belgische norm NBN S 01-400-1 is de waarde Rw + Ctr zeer belangrijk. Dankzij de kennis van de Rw + Ctr-waarde van elk afzonderlijk gevelelement is het immers mogelijk om de resulterende isolatiewaarde van de volledige gevel (DAtr,w) te bepalen. De ontwerper moet voor de verschillende bouwelementen dan ook de juiste keuze maken om te waarborgen dat de berekening een waarde oplevert die voldoet aan de eisen uit de nieuwe norm.

Tabel 1 Eisen voor de gevelisolatie.
Type omgeving, afhankelijk van het buitenlawaai waaraan het geveloppervlak i is blootgesteld Vereiste gevelisolatiewaarde (*)
DAtr,w,i = D2m,nT,w,i + Ctr [dB]
Woonkamer, keuken Slaapkamer
Normaal comfort Verhoogd comfort Normaal comfort Verhoogd comfort
Type 1 : LA1,2m,i ≤ 60 dB (bv. rustige landelijke wegen, verkavelingen met plaatselijk verkeer, stadsstraten met beperkt verkeer, sterk afgeschermde gevelvlakken in andere omgevingen) ≥ 30 dB ≥ 30 dB ≥ 30 dB ≥ 30 dB
Type 2 : 60 dB < LA1,2m,i ≤ 65 dB (bv. geasfalteerde stadsstraten met normaal verkeer op één rijvak per rijrichting) ≥ 30 dB ≥ 32 dB ≥ 32 dB ≥ 35 dB
Type 3 : 65 dB < LA1,2m,i ≤ 70 dB (bv. druk en zwaar verkeer) ≥ 34 dB ≥ 36 dB ≥ 36 dB ≥ 39 dB
Type 4 : 70 dB < LA1,2m,i (bv. stadsstraten met zeer intens verkeer, wegen met een betonnen wegdek en met druk verkeer, nationale wegen, invalswegen naar grotere steden, verbindingswegen met regelmatig zwaar verkeer naar industrieterreinen) ≥ 38 dB ≥ 40 dB ≥ 40 dB ≥ 42 dB
(*) Deze waarde moet met 2 dB verhoogd worden indien de ruimte minstens twee gevelvlakken heeft die uitgeven op een omgeving van hetzelfde type.


B. Ingelaere, M. Van Damme, L. De Geetere, C. Crispin en D. Wuyts, afdeling 'Akoestiek', WTCB