Luchtdichtheid : een noodzakelijke aanvulling op de thermische isolatie

Als een gebouw weinig luchtdicht is, ondervindt de wind nauwelijks moeilijkheden om er doorheen te migreren via de kieren en spleten op zijn weg. In de winter kan de koude lucht rechtstreeks doordringen tot in het hart van het gebouw, waardoor het afkoelt en er tocht kan ontstaan. De aldus door de lucht doorspoelde of omzeilde thermische isolatie biedt geen weerstand meer tegen de wegstromende warmte en verliest een groot deel van haar doeltreffendheid. De goede prestaties van de thermische isolatie kunnen daarom niet gewaarborgd worden als de luchtdichtheid ontoereikend is.
Energiebesparingen mogen echter geen aanleiding geven tot een beperking van de binnenluchtkwaliteit. De ongecontroleerde ventilatie die niet meer kan plaatsgrijpen als gevolg van de luchtdichtheid van het gebouw moet dus vervangen worden door een geschikte gecontroleerde ventilatie. Op deze wijze wordt een onafscheidelijk trio gevormd : thermische isolatie, luchtdichtheid en gecontroleerde ventilatie.

1. Hoe de luchtdichtheid verbeteren in de praktijk

Tussen juni 2005 en maart 2006 hadden wij de gelegenheid om de constructie van een nieuwe woning, waarbij veel aandacht werd besteed aan de luchtdichtheid, van nabij te volgen. In dit artikel bespreken wij enkele details die bij de voltooiing van het gebouw erg bemoedigende resultaten opleverden.

1.1. De vloer

De
Afb. 1 Afdichting van een doorboring in de vloer, vóór de plaatsing van de thermische isolatie.
Afb. 1 Afdichting van een doorboring in de vloer, vóór de plaatsing van de thermische isolatie.
Afb. 2 Luchtdichtheid van het dak, door het vastnieten van een polyethyleenfolie aan het timmerwerk.
Afb. 2 Luchtdichtheid van het dak, door het vastnieten van een polyethyleenfolie aan het timmerwerk.
vloer werd opgebouwd uit welfsels van geprefabriceerd beton, een thermische isolatielaag, een dekvloer en een betegeling. Ondanks zijn intrinsieke luchtdichtheid vertoonde de vloer een aantal doorboringen die aanleiding konden geven tot luchtlekken :
  • openingen voor afvalwaterafvoerleidingen
  • openingen voor diverse leidingen (water, elektriciteit, stookolie, …).
Om lekken te vermijden, werden alle doorboringen afgedicht met in situ gespoten poly­urethaanschuim. Naargelang van het geval gebeurde dit vóór de plaatsing van de thermische isolatie of tijdens de afwerking (zie afb. 1).

1.2. De muren

Metselwerk uit snelbouwsteen (of betonblokken) vertoont doorgaans een beperkte luchtdichtheid tengevolge van de permeabiliteit van de gebruikte blokken (of stukken van blokken) en de onvolledige vulling van bepaalde voegen. De minerale wol en het gevelmetselwerk (dat open voegen bevat) kunnen evenmin de rol van een luchtscherm vervullen. De bepleistering kan dit daarentegen wel. Hiertoe dient men erop toe te zien dat het volledige binnenoppervlak van de muren bepleisterd is. Deze werkzaamheden werden dus uiterst zorgvuldig uitgevoerd.

Wat de deuren en vensters betreft, moet men een onderscheid maken tussen de luchtdichtheid van de deur of het venster zelf en de luchtdichtheid van de aansluiting met de muur. In dit geval werd deze laatste uitgevoerd met een gipsbepleistering (idealiter had men voor de verbinding moeten werken met een elastische voeg die de continuïteit van de luchtdichtheid verzekert). De met pleister bevestigde venstertabletten, die afgewerkt werden met een kitvoeg, verzekeren op hun beurt de luchtdichtheid van de onderkant van de vensters.

1.3. Het dak

De luchtdichtheid van het dak werd uitgevoerd met een polyethyleenfolie die op het timmerwerk werd vastgeniet (zie afbeelding 2). De voegen tussen de PE-foliebanen werden zorgvuldig afgekleefd. De folie die net onder de thermische isolatielaag geplaatst werd (d.w.z. aan de warme zijde van het isolatiemateriaal), combineert de functies van een damp- en luchtscherm. De meest delicate opdracht lag in de aansluiting van de polyethyleenfolie met de muren. Hiertoe werden twee technieken gebruikt :
  • verlijming met kit
  • tussenplaatsing van een samendrukbare schuimband.

2. Resultaten

Het luchtverversingsdebiet van het gebouw bij een drukverschil van 50 Pa (bij benadering 5 kg/m²) bedraagt 1,4 vo­lumes per uur (n50-waarde). Dit stemt overeen met een equivalent lekoppervlak van 215 cm². Bij wijze van vergelijking willen we erop wijzen dat een WTCB-onderzoek op recente woningen van dit type melding maakt van een gemiddelde luchtdoorlatendheid van 9,5 volumes per uur. Het criterium dat aangenomen werd voor passiefhuizen stelt op zijn beurt een maximum van 0,6 volumes per uur voorop.

Men kan ervan uitgaan dat de gerealiseerde luchtdichtheid de gemiddelde luchtinfiltratie tot ongeveer 30 m³/h beperkt. Dit laat toe de energieverliezen, tochtproblemen en vochtige-luchtlekken te beperken, maar impliceert dat het gebouw uitgerust dient te zijn met een gecontroleerd ventilatiesysteem dat in dit specifieke geval een debiet van 292 m³/h verse lucht moet kunnen leveren.

Volledig artikel Volledig artikel
Luchtdichtheid van gebouwen
Een casestudy
Luchtdichtheidsmeting van gebouwen volgens de norm NBN EN 13829 : enkele toelichtingen


C. Delmotte, ir., adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium 'Luchtkwaliteit en Ventilatie', WTCB