Duurzaam bouwen : bouwen aan de toekomst 2007/01.02

Alles in onze huidige maatschappij lijkt de laatste tijd met de term 'duurzaam' aangeduid te worden : duurzame vrede, duurzaam ondernemingsschap, duurzaam bouwen, … Maar wat houdt deze notie precies in? Dit artikel licht een tipje van de sluier op.

1. Duurzaam bouwen : één visie, drie pijlers …

Duurzaam
Duurzaam bouwen : de uitdaging voor de toekomst.
Duurzaam bouwen : de uitdaging voor de toekomst.
bouwen kan met een allesomvattende interpretatie omschreven worden als het streven naar gebouwen waarbij er een evenwicht bestaat tussen de volgende drie dimensies : Om als duurzaam beschouwd te worden, is het volgens deze benadering niet voldoende dat de gebouwen energiezuinig zijn of opgetrokken worden met gerecycleerde materialen. Daarnaast moet het gebouw een gezond en aangenaam binnenklimaat hebben en bovendien veilig en toegankelijk zijn. Tenslotte spelen ook de bouwkosten, de onderhoudskosten en levenscycluskosten een niet te onderschatten rol.

De interpretatie die in de loop van het door het WTCB gecoördineerde onderzoeksproject LEnSE (Methodology Development towards a Label for Environmental, Social and Economic Buildings) aan de term 'duurzame gebouwen' gegeven werd, is voorgesteld in tabel 1. In het kader van dit project werd tevens een enquête gevoerd naar de visie van een aantal belangrijke Belgische bouwactoren op het thema duurzaam bouwen (zie A).


Tabel 1 Duurzame gebouwen en hun belangrijkste aspecten volgens het LEnSE-project.
Milieuaspecten Sociale aspecten Economische aspecten
Klimaatveranderingen :
  • broeikasgassen
  • verzuring
  • ozondepletie
Welzijn van de gebruikers :
  • binnenklimaat en comfort
  • ruimtebeleving
  • gezondheid en gebruiksvriendelijkheid
Financiering en beheer :
  • analyse van de gebruiksfuncties
  • risicoanalyse
Biodiversiteit :
  • vermesting
  • behoud van de biodiversiteit
Toegankelijkheid :
  • het gebouw en zijn omgeving
  • openbaar vervoer
  • voetpaden en fietspaden
Levenscycluswaarde :
  • levenscycluskosten
  • gebouwwaarde en aanpasbaarheid
  • onderhoudsvriendelijkheid
Grondstoffen :
  • oorsprong en gebruik van materialen
  • afvalpreventie
  • watergebruik
  • ruimte- en landgebruik
Sociale en culturele waarde :
  • lokale tewerkstelling en sociale voorzieningen
  • ethisch aankoopbeleid
  • impact op de buurt
  • esthetische gebouwkwaliteit
Externe factoren :
  • gebruik van lokaal geproduceerde producten en diensten
  • imago van het gebouw
Milieubeheer en -risico's Veiligheid van het gebouw en zijn omgeving  

A/ Duurzaam bouwen : de LEnSE-enquête
Het Europese onderzoeksproject LEnSE (www.lensebuildings.com) ontwikkelt een evaluatiemethode voor de beoordeling van de duurzaamheid van gebouwen. In dit kader werd een enquête gevoerd naar de visie van een aantal belangrijke Belgische bouwactoren op het thema duurzaam bouwen.

Uit deze enquête is gebleken dat er een grote discrepantie bestaat tussen het belang dat gehecht wordt aan het thema duurzaam bouwen en de inschatting van de bereidwilligheid tot het implementeren ervan in de praktijk.

Zo vindt meer dan 70 % van alle ondervraagden dat de ontwikkeling van een dergelijke evaluatiemethode (zeer) belangrijk is, maar wordt de reële bereidwilligheid om duurzaam bouwen te implementeren in de Belgische bouwpraktijk een stuk lager ingeschat. Als doorslaggevende factor hiervoor wordt door de meeste respondenten de vrees voor extra investeringen aangehaald.

Velen zijn zich echter ook bewust van de voordelen die kunnen voortvloeien uit een duurzaamheidsevaluatie. In dit kader werd vooral gewezen op de mogelijkheid om gestandaardiseerde informatie over de duurzaamheid aan te kunnen bieden en op de eventuele verbetering van de duurzaamheidsprestaties van het gebouw. Een aantal ondervraagden denken dat een dergelijke methodologie eveneens kan leiden tot de ontwikkeling van innoverende oplossingen en tot een verbetering van de know-how inzake duurzaam bouwen (zie B).

De enquête bracht tenslotte aan het licht dat de milieudimensie van het thema duurzaam bouwen nog steeds de meeste aandacht krijgt, maar dat twee derde van de respondenten de sociale en economische aspecten minstens even belangrijk vindt.

1.1. De ecologische dimensie van duurzaam bouwen

Hoewel het thema duurzaam bouwen niet beperkt mag worden tot de ecologische dimensie ervan, kan men niet ontkennen dat het bouwgebeuren een belangrijke milieu-impact heeft :
  • de bouwsector is verantwoordelijk voor zo'n 50 % van het mondiale grondstoffenverbruik
  • in België is de verwarming en de verlichting van gebouwen goed voor 42 % van het totale energieverbruik
  • de bouwsector is een grote afvalproducent (bouw- en sloopafval).
Ook de biodiversiteit mag in deze context niet uit het oog verloren worden. Deze kan enerzijds beschermd worden door vooral terreinen met een lage milieuwaarde te bebouwen (bv. brownfields) en anderzijds door inspanningen te leveren om de fauna en flora te vrijwaren. De veralgemeende toepassing van milieubeheersystemen zoals EMAS (Eco-Management and Audit Scheme) en ISO 14001 kan in deze context interessante mogelijkheden bieden.

1.2. De sociale dimensie van duurzaam bouwen

Vermits
Het thema duurzaam bouwen mag niet beperkt worden tot de ecologische dimensie ervan.
Het thema duurzaam bouwen mag niet beperkt worden tot de ecologische dimensie ervan.
de mens zo'n 90 % van zijn tijd binnenshuis doorbrengt, is het niet verwonderlijk dat zijn levenskwaliteit in grote mate afhankelijk is van de kwaliteit van het gebouw waarin hij zich bevindt.

Om te kunnen beschikken over een gezond binnenklimaat, moet er in het gebouw aan een aantal voorwaarden voldaan zijn op het gebied van luchtkwaliteit en thermisch, visueel en akoestisch comfort.

In deze context willen we erop wijzen dat de eisen inzake thermisch comfort en luchtkwaliteit recentelijk opgenomen werden in de Energieprestatierichtlijn en dat ook de Belgische akoestische normen weldra zullen verstrengen. Voor meer informatie hieromtrent verwijzen we naar het dossier De nieuwe norm NBN S 01-400-1 'Akoestische criteria voor woongebouwen' dat aan deze uitgave van WTCB-Contact werd toegevoegd.

Naast het feit dat slecht ontworpen gebouwen een negatieve invloed hebben op de gezondheid van de gebruikers of bewoners, kunnen deze bovendien aanleiding geven tot zeer hoge onderhouds- en verwarmingskosten, wat extra nadelig is voor de sociaal zwakkere groepen. Een betaalbaar huisvestingsbeleid en een ethisch verantwoord aankoopbeleid van bouwmaterialen en diensten zijn in deze context zeker niet te versmaden. Ook de toegankelijkheid van het gebouw voor personen met beperkingen en de inbraakbeveiliging ervan zijn sociale aspecten die de kwaliteit ten goede kunnen komen.

1.3. De economische dimensie van duurzaam bouwen

Om de instandhouding en de vernieuwing van de bebouwde omgeving mogelijk te maken, moet men kunnen rekenen op een goede economische bedrijfsvoering, waarbij de nodige aandacht uitgaat naar innovatieve ontwikkelingen (zie B).

In het licht van de alsmaar toenemende verstedelijking, kan de omvorming van een kantoorgebouw tot een wooneenheid tot de toekomstige uitdagingen en wensen van de bouwheer behoren (zie ook het artikel inzake 'industrieel, flexibel en demontabel bouwen').

Een grondige functionele analyse van de bouwtechnische voorzieningen en van het prijskaartje dat aan de werkzaamheden vasthangt, moet uitmaken of het project al dan niet haalbaar is. Hierbij wordt onder meer rekening gehouden met de verwachte 'return on investment' en met de aan het project verbonden risico's. Het is immers belangrijk de economische gevolgen van de voorgestelde oplossing voor ogen te houden : de keuze voor een milieuvriendelijk bouwmateriaal of een sociaal verantwoord concept moet economisch rendabel blijven. In deze context wordt er ook steeds meer aandacht besteed aan de levenscycluskosten van het gebouw. Terwijl er vroeger voornamelijk getracht werd de initiële bouwkosten te minimaliseren, merkt men dat men tegenwoordig veeleer probeert te komen tot een goede balans tussen de bouwinvestering enerzijds en de gebruiks- en onderhoudskosten tijdens de totale levensduur van het gebouw anderzijds.

B/ Duurzaam bouwen : een motor voor innovatie in de bouw
De overheid tracht de evolutie naar duurzaam bouwen te stimuleren door het opleggen van bepaalde regels (bv. de Energieprestatieregelgeving) en de toekenning van subsidies, premies en fiscale maatregelen.

Dit heeft tot gevolg dat er een grote dynamiek bestaat in de bouwindustrie en de onderzoekscentra. Dankzij een goede marketingstrategie vinden deze vernieuwende ideeën (bv. kangoeroewoningen, passiefhuizen, condenserende wandgasketels, hoogrendementsglas, …) soms zeer snel hun weg naar de markt.

Ook het WTCB draagt in deze context zijn steentje bij, als drijvende kracht achter het Centrum Duurzaam Bouwen (CeDuBo te Heusden-Zolder) en de concrete ontwikkeling van innoverende toepassingen voor de bouwsector.

2. Een samenspel van diverse actoren op verschillende niveaus

De
Het gebruik van duurzame bouwmaterialen : een must.
Het gebruik van duurzame bouwmaterialen : een must.
concrete invulling van het begrip duurzaam bouwen impliceert de tussenkomst van diverse actoren (kredietverleners, ontwerpers, opdrachtgevers, aannemers, toeleveranciers, gebruikers, bewoners, wetenschappelijke wereld, overheid, …). Om de samenwerking tussen alle partners tot een goed einde te brengen, werden er op verschillende niveaus hulpmiddelen ontwikkeld.

Zo werd in het Waalse Gewest een platform opgericht (www.constructiondurable.be) dat de aannemers in hun streven naar duurzaam bouwen moet ondersteunen in hun relatie tot de opdrachtgever en wordt er eveneens gewerkt aan een charter waarin de aannemers zich ertoe verbinden de milieuprestaties van hun bouwactiviteiten te verbeteren. In Vlaanderen werd dan weer een transitieplatform opgestart rond het thema duurzaam wonen en bouwen (www.mina.be/duwobo.html), dat de steun geniet van het WTCB en CeDuBo. In Brussel wordt deze rol van innovator tenslotte vervuld door het samenspel van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, het project 'Ecobuild' en de TD 'Ecobouwen en duurzame ontwikkeling'.

3. Toekomstperspectieven

Hoewel de milieupijler reeds in het verleden op heel wat aandacht kon rekenen, staan de geharmoniseerde evaluatiemethoden zelfs voor dit aspect nog niet helemaal op punt. Deze worden momenteel verder uitgewerkt in de schoot van het Europese Technische Comité CEN TC 350 'Sustainability of construction works'.

Wat de sociale en economische pijler betreft, bestaat er daarentegen nog een belangrijke kennislacune. Zo is er dringend nood aan kennis omtrent de levenscycluskosten en de voordelen die gepaard kunnen gaan met onderhoudsstrategiën op langere termijn. De belangrijkste uitdaging ligt echter in de geïntegreerde benadering van deze drie dimensies en in de evenwichtige toepassing ervan.

Kwaliteitsbeheer en duurzaam bouwen voor de aannemer
Kwaliteit en beheersystemen
Construction QualityEen kwaliteitsbeheersysteem zet bedrijven ertoe aan de eisen van hun klanten (met inbegrip van deze inzake duurzaam bouwen) te analyseren, processen te definiëren die bijdragen tot de ontwikkeling van een product dat in overeenstemming is met de gestelde eisen en om deze goed te beheren. De bedrijfsleiders uit de bouwsector kunnen hiertoe een beroep doen op verschillende referentiesystemen, zoals de norm ISO 9001 of de kwaliteitslabels CoQual en Qualibouw. Deze laatste werden gegroepeerd onder de noemer Construction Quality (www.constructionquality.be).

Beheersystemen en duurzaam bouwen
Het streven naar duurzaam bouwen kan een belangrijke impact hebben, zowel op de eisen van de klant als op de verschillende bedrijfsprocessen. Zo kan de klant de wens uiten om de energieprestatie van zijn woning grondig te verbeteren of om gebruik te maken van innoverende technieken. De bedrijven kunnen er zich op hun beurt toe verbinden meer gerecycleerde materialen en energiezuinige uitrustingen toe te passen. Ook op het gebied van afvalbeheer en de beperking van de overlast voor de omgeving kunnen tal van maatregelen getroffen worden. De invoering van een beheersysteem kan ervoor zorgen dat de onderneming er gemakkelijker in slaagt haar doelstellingen om te zetten in concrete actieplannen.

J. Van Dessel, ir., adjunct-afdelingshoofd, afdeling 'Duurzame ontwikkeling en Renovatie', WTCB
K. Putzeys, ir.-arch., projectleider, laboratorium 'Duurzame ontwikkeling', WTCB