De onderhoudsfactor van verlichtings­installaties 2006/04.03

De CIE (Commission internationale de l'éclairage) heeft in het begin van dit jaar een nieuw technisch rapport (CIE 97:2005) met betrekking tot het onderhoud van verlichtingssystemen gepubliceerd. Dit aspect is van groot belang om te waarborgen dat de verlichtingssterkte steeds zou beantwoorden aan de aanbevelingen.
Afb. 1 Vermindering van de relatieve verlichtingssterkte na verloop van tijd.
Afb. 1 Vermindering van de relatieve verlichtingssterkte na verloop van tijd.

1. Inleiding

Het begrip 'onderhoud' is erg belangrijk op het gebied van verlichting, en dan vooral bij de dimensionering van het ontwerp, vermits de verlichtingssterkte van de verlichtingsinstallatie na verloop van tijd afneemt.

De norm NBN EN 12464-1 legt echter minimale verlichtingsniveaus op die moeten gewaarborgd worden, onafhankelijk van het aantal werkingsuren van de installatie. Deze moet bijgevolg zodanig gedimensioneerd worden dat de geleverde verlichtingssterkte steeds beantwoordt aan de aanbevelingen.

2. Onderhoudsfactor

Om deze vermindering van de lichtstroom van de installatie in aanmerking te nemen, werd de onderhoudsfactor in het leven geroepen. Deze wordt uitgedrukt door een vermenigvuldigingsfactor (MF), vroeger aangeduid als de behoudsfactor, die bij de dimensionering van de installatie gecombineerd wordt met de initiële verlichtingssterkte (Ei) om de te verzekeren verlichtingssterkte (Em) te verkrijgen :
Em = Ei . MF.

De onderhoudsfactor is afhankelijk van verschillende parameters die verband houden met de veroudering van de installatie en de ruimten. Deze waarde vervangt de vroeger gebruikte globale verminderingsfactor en houdt rekening met :
  • de vermindering van de lichtstroom van de lamp
  • de frequentie van de defecten aan de lampen zonder onmiddellijke vervanging
  • de vermindering van het rendement van de armaturen (door vervuiling)
  • de vervuiling van de ruimte.
Deze vier parameters zitten in de definitie van de onderhoudsfactor vervat onder de vorm van vier vermenigvuldigingsfactoren :
MF = LLMF . LSF . LMF . RSMF
waarbij :
  • LLMF : onderhoudsfactor van de lichtstroom van de lamp
  • LSF : levensduurfactor van de lamp
  • LMF : onderhoudsfactor van de armatuur
  • RSMF : onderhoudsfactor van de wanden van de ruimte.

3. Evolutie van de verlichtingssterkte

De grafiek uit afbeelding 1 illustreert de relatieve evolutie van de verlichtingssterkte van een systeem voor verschillende configuraties. Uit de interpretatie ervan kan men het belang van de inspectie en het regelmatige onderhoud van de verlichtingsinstallatie afleiden.

Indien de installatie niet onderhouden wordt (afbeelding 1, configuratie A), is er een continue daling van de verlichtingssterkte.

Configuratie B stelt de verlichtingssterkte van dezelfde installatie voor, waarbij er een tweejaarlijks onderhoud van de armaturen voorzien wordt.

Configuratie C illustreert op haar beurt het gedrag van de verlichtingssterkte, indien het onderhoud van de armaturen (tweejaarlijks) gecombineerd wordt met een reiniging van de wanden van de ruimte (na 6 jaar).

Deze drie voorbeelden tonen het belang van een systematisch onderhoud van de verlichtingsinstallatie aan (er werden rendementsverminderingen van om en bij de 50 % opgetekend) en rechtvaardigen het feit dat men bij het ontwerp van de installatie een onderhoudsfactor in rekening brengt die representatief is voor de toekomstige situatie.

Hoewel men voor elk van de bovenvermelde configuraties een gedetailleerde berekening van de onderhoudsfactor MF kan uitvoeren, beveelt het Belgisch Instituut voor de Verlichtingskunde (BIV) in de praktijk aan om standaardwaarden te gebruiken.


Volledig artikel


A. Deneyer, ir., adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium 'Licht en Gebouw', afdeling 'Energie en Klimaat', WTCB