Trillingen veroorzaakt door werfactiviteiten 2006/03.03

Eind 2005 moest een groot aantal palen aangebracht worden voor de fundering van een tijdelijke parking voor wagens in Zeebrugge. Het WTCB verleende zijn steun aan deze onderneming teneinde de door de heimachines veroorzaakte trillingen na te gaan.
Het WTCB staat bedrijven die dit vragen geregeld met raad en daad bij op welbepaalde werven. In dit geval betrof het de haalbaarheidscontrole van een werf, lettend op de trillingen die in de omgeving veroorzaakt werden. De economische gevolgen voor de belanghebbenden liggen voor de hand : indien de maximaal aanvaardbare grenswaarde in de omgeving overschreden wordt, moet men de werf stilleggen en overschakelen op (vaak duurdere) alternatieve uitvoeringstechnieken.

Het Centrum voerde een trillingsstudie uit op een bouwplaats te Zeebrugge, waar men tal van palen diende aan te brengen door middel van heien en trillen. Het werfterrein werd doorkruist door een rioolleiding die geen enkele schade mocht oplopen. Volgens het bestek moest de aannemer de trillingen permanent monitoren en moest de maximale trilling in de leiding beperkt blijven tot 5 mm/sec. Bij overschrijding van deze waarde diende men de werf stil te leggen.

De trillingen zijn theoretisch zeer moeilijk voorspelbaar, rekening houdend met het grote aantal invloedsparameters :
  • interactie tussen de bron en de grond
  • voortplantingseffecten in de grond volgens de eigenschappen
  • interactie tussen de grond en de structuren.
De voorgestelde benadering is een permanente monitoring waarbij een alarmsysteem (zowel licht- als geluidssignalen) in werking treedt in geval van overschrijding van de grenswaarde. Deze techniek biedt een betere reactiecapaciteit en onmiddellijke interactiviteit.

De haalbaarheid van de werf zonder risico voor de omgeving werd permanent gecontroleerd. Wat het aspect 'trillingen' betreft, kan het bestek als preventief en proactief beschouwd worden : het maakt de verschillende partijen a priori bewust van de problematiek, hetgeen de enige realistische benadering is voor dit complexe domein.

De studie heeft geleid tot een goede coördinatie tussen de algemene aannemer, het studiebureau en de onderaanneming, tot grote tevredenheid van de bouwheer.


Volledig artikel


E. Dupont, ir., directeur van NV Fundex
C. Mertens, ir., projectleider, laboratorium 'Monitoring', WTCB