Het groendak is geen onbekende meer 2006/03.09

Na succesvolle besprekingen binnen het Technische Comité 'Afdichtingen' legde het WTCB de laatste hand aan de Technische Voorlichting 229 betreffende groendaken. Deze TV is gebaseerd op de resultaten van een tweejarig WTCB-onderzoek dat in 2002 van start ging in het proefstation te Limelette.

1. Typologie

Om de vegetatie van een groendak in de meest ideale omstandigheden aan te leggen en te onderhouden, moet men zorgen voor een geschikte voedingsbodem (substraat) en een goede waterhuishouding. De nieuwe TV 229 is toegespitst op daken met een helling begrepen tussen 2 % (1°) en 15 % (8,5°). Voor toepassingen met dakhellingen groter dan 15 %, is men er immers nog niet in geslaagd algemeen geldende voorschriften op te stellen, aangezien men in dergelijke gevallen rekening dient te houden met enkele bijkomende moeilijkheden.

2. Voordelen

Uit de gestage toename van het aantal realisaties en de talrijke stimuleringsmaatregelen van de lokale overheden blijkt dat het groendak in de stedenbouw en de architectuur geen onbekende meer is. Dit succes is te danken aan de diverse voordelen die dit daktype met zich meebrengt in vergelijking tot een traditioneel plat dak.

Naast
Naast andere voordelen levert het groendak een grote bijdrage tot de waterhuishouding.
Naast andere voordelen levert het groendak een grote bijdrage tot de waterhuishouding.
De TV 229 'Groendaken'
De TV 229 'Groendaken' kan hier gedownload worden (gratis voor bouwaannemers) en is ook op papier verkrijgbaar.
de ecologische invloed behoren ook het aangename uitzicht en het gevoel van ruimte tot de belangrijkste pluspunten voor de bewoners. Zo hebben sociologische en medische studies aangetoond dat het rustgevoel dat teweeggebracht wordt door het zicht op een groendak een positieve invloed heeft op de samenleving (bv. minder vandalisme) en het genezingsproces van patiënten in verzorgingsinstellingen. Verder kunnen deze daken een financiële meerwaarde en een groter prestige opleveren voor de eigenaars of gebouwinvesteerders.

Wat de stedelijke of gemeentelijke waterhuishouding betreft, kunnen (intensieve) groendaken tot een aanzienlijke vermindering van het totale jaarlijkse waterafvoervolume leiden (tot 50 %). Daarnaast zorgen groendaken, in vergelijking tot klassieke platte daken, voor een grotere spreiding van het piekdebiet bij stortbuien. Het aldus afgevoerde regenwater kan bovendien hergebruikt worden, op voorwaarde dat het gezuiverd wordt met actieve-koolstoffilters (zie artikel "Regenwaterafvoer op groendaken").

Op energetisch vlak hebben groendaken sterke troeven in handen voor het zomer- en wintercomfort. De thermische inertie en de aanwezigheid van vegetatie zorgen er immers voor dat de temperatuur ter hoogte van de dakvloer op jaarbasis relatief constant blijft. Toch moet men de dakopbouw steeds van voldoende isolatie voorzien om te kunnen beantwoorden aan de reglementaire eisen en om een U-waarde ≤ 0,4 W/m².K te kunnen waarborgen.

Wat het akoestische comfort aangaat, speelt de massawet een doorslaggevende rol in de luchtgeluidsisolatie tegen lawaai van buitenaf.

Inmiddels werden ook de meeste problemen met betrekking tot de brandveiligheid van groendaken de wereld uitgeholpen.

3. Materiaalkeuze

Het ontwerpen en plaatsen van groendaken is een multidisciplinaire aangelegenheid, waarbij het succes grotendeels afhangt van het inzicht en de expertise van de persoon die de dakwerken uitvoert en de groenaanleg verzorgt.

Aangezien groendaken onderhevig zijn aan zwaardere belastingen dan klassieke platte daken, is het logisch dat er strengere eisen gesteld worden aan de isolatie, de afdichting en de wortelweerstand ervan.

Samen met de universiteit van Gembloux voert het WTCB in dit kader wortelweerstandsproeven uit volgens de norm prEN 13948. De resultaten van dit twee jaar durende onderzoek zouden op termijn aanleiding moeten geven tot de ontwikkeling van verschillende ATG voor de afdichting van groendaken.

Hoewel de BUtgb (Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw) reeds een aantal aanbevelingen gepubliceerd heeft voor de dakisolatie en de dakafdichting, blijft het - zeker voor intensieve groendaken - raadzaam om voor elk afzonderlijk project een speciale studie uit te voeren ter beoordeling van de stabiliteit en het draagvermogen van de samenstellende componenten.

Groendaken worden steeds afgewerkt met specifieke lagen ter verzekering van de bescherming van het dichtingsmembraan, de waterafvoer, de filtratie, de waterophoudbaarheid, de wortelgroei en de vegetatie. Voornoemde lagen worden verder toegelicht in de TV 229, waarin ook diverse bouwdetails zijn opgenomen.

P. Vitse, ir.-arch., ex-medewerker van het WTCB
F. Dejonghe, ir., hoofdadviseur, afdeling 'Technische goedkeuringen en Normalisatie', WTCB