Europese specificaties voor de duurzaamheid van buitenbepleisteringen 2006/02.04

Buitenbepleisteringen kwamen reeds uitgebreid aan bod in enkele vorige publicaties en maken regelmatig het voorwerp uit van conferenties, georganiseerd ten behoeve van de bouwprofessionelen. Dit artikel stelt kort de inhoud van de Europese specificaties inzake de duurzaamheid van deze afwerkingssystemen voor.

Bepleistering op isolatie op de gevel van een woning.

1. Specificaties

1.1 Bepleisteringen op steenachtige ondergronden

Het CEN TC 125 (Producten voor metselwerk) werkt momenteel aan de ontwikkeling van de ontwerpnorm prEN 998-3 over bepleisteringen op basis van organische bindmiddelen en lag aan de grondslag van de publicatie van de geharmoniseerde norm EN 998-1, die de CE-markering regelt voor buitenbepleisteringen op basis van niet-organische bindmiddelen (voor meer informatie : zie 'Nuttige link').

Wat het vochtgedrag betreft, moeten de waterdampdoorlaatbaarheidscoëfficiënt en de waterabsorptie door capillariteit bepaald worden voor de zes morteltypes die gedefinieerd werden in de voornoemde geharmoniseerde norm.

Inzake
Nuttige informatie
Nuttige documenten
Nuttige link
http://info.benoratg.org/: website van het InfoPoint BENOR-ATG
duurzaamheid bestaat er tegenwoordig enkel een Europese methode voor eenlagige bepleisteringen. Deze verouderingsproef, die opgenomen is in de norm EN 1015-21, omvat een opeenvolging van vier warmte-vorstcycli en vier bevochtigings-vorstcycli. De proefmonsters bestaan uit twee soorten ondergronden, die in twee verschillende diktes bepleisterd werden met het te beproeven product. De waterdoorlaatbaarheid en de hechtsterkte worden gemeten na twee reeksen van cycli. De gedeclareerde waarde van de hechtsterkte wordt hierbij echter niet in verband gebracht met een specifiek criterium.

Voor de 5 andere types bepleisteringen wordt enkel de initiële hechting aan een specifieke ondergrond opgemeten en gedeclareerd. De productnorm stelt immers dat men bij gebrek aan een Europese methode de vorst-dooiweerstand dient te evalueren en te declareren volgens de plaats (het land) van gebruik van de mortel. Totnogtoe bestaat er in ons land geen dergelijke procedure.

1.2 Bepleisteringen op isolatie

Het CEN TC 88 heeft onder meer de Europese normen EN 13499 en EN 13500 opgesteld met betrekking tot bepleisteringen op isolatie (ook aangeduid als ETICS). Deze zijn niet geharmoniseerd, maar de richtlijnen zijn wel opgenomen in de ETAG 004 (zie 'Nuttige link' voor meer informatie hieromtrent). In deze context vormt de Europese Technische Goedkeuring (ETA) de noodzakelijke referentie voor de CE-markering.

De duurzaamheid van deze bepleisteringen wordt beoordeeld via proeven op een grote verouderingsmuur; de gebruikte methode voorziet een opeenvolging van 80 warmte-regencycli en 5 warmte-vorstcycli.

De gevoeligheid voor vorst-dooicycli bij vocht (30 vorst-dooicycli met vochtwerking) wordt afzonderlijk bepaald. De uit te voeren proeven en de te evalueren afwerkpleisters zijn afhankelijk van de waterabsorptie door capillariteit (basispleister met en zonder afwerkpleister). Na deze versnelde verouderingsproeven gaat men over tot de uitvoering van hechtingsproeven en schokproeven, die geassocieerd worden met een aantal criteria.

2. Homologatie met certificering

Er geldt op Belgisch niveau geen enkel goedkeuringssysteem (van het BENOR-type) voor buitenbepleisteringen op steenachtige ondergronden. Voor de ETICS bestond er wel een dergelijke homologatie met certificering (ATG, afgeleverd door de BUtgb), maar deze wordt momenteel omgezet naar een nationaal toepassingsdocument (TDA).

Voor de evaluatie van de duurzaamheid van de bepleisteringen, voorziet deze vrijwillige complementaire Belgische procedure de opeenvolging van cycli met thermische schokken en vorst-dooicycli met vochtwerking, rekening houdend met ons klimaat en de reeds opgedane ervaring. Er worden bovendien hechtingsproeven uitgevoerd ter hoogte van de wapening.

3. WTCB-onderzoeksproject

Gezien de verschillen tussen de diverse methoden, het feit dat de ETAG 004 bepaalde klimaattypes buiten beschouwing laat en de vaststelling van talrijke schadegevallen, is het WTCB onlangs van start gegaan met een onderzoeksprogramma dat tot doel heeft de procedures ter beoordeling van de duurzaamheid (afhankelijk van de blootstelling) te verbeteren.

Een bijkomend oogmerk is de opstelling van een bijlage bij de Technische Voorlichting 209. In dit kader werd binnen het Technisch Comité 'Plafonneer- en voegwerken' van het WTCB een werkgroep opgericht die deze onderzoeksactiviteiten moet begeleiden. 


Volledig artikel


Y. Grégoire, ir.-arch., adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium "Ruwbouw- en afwerkingsmaterialen", WTCB