Inbraakbeveiliging 2006/02.07

Als gevolg van de recente golven van inbraken ziet de bouwsector zich ertoe verplicht te zoeken naar technisch volwaardige en betaalbare oplossingen voor het beveiligen van gebouwen en goederen. In dit kader verlenen het WTCB, de Bouwunie en de Confederatie Bouw Vlaamse Schrijnwerkers sedert 2002 hun medewerking aan het TIS-project 'Inbraakbeveiliging', dat tot doel heeft technische innovaties te stimuleren bij schrijnwerkers die actief zijn in dit domein.

1. Een geïntegreerde aanpak

Indien men een afdoende mate van inbraakbeveiliging wenst te bereiken, is een geïntegreerde aanpak vereist. Men dient met andere woorden zowel aandacht te schenken aan de organisatorische, bouwkundige, mechanische als elektronische aspecten van dit probleem.

2. Risicoanalyse

Om het risico op inbraak voor een gebouw in te schatten, kan een risicoanalyse uitgevoerd worden. Deze laat toe om via een eenvoudige checklist (www.tis-inbraak.be) te beoordelen tot welke risicoklasse het gebouw behoort. Aan de hand van deze risicoklasse kan men de inbraakvertragende maatregelen bepalen die dienen getroffen te worden via het schrijnwerk. Dit gebeurt door middel van een typebestek.

3. Typebestek

De idee achter het typebestek (te downloaden via www.tis-inbraak.be) is dat er bij een groter inbraakrisico (afhankelijk van de risicoklasse) strengere maatregelen vereist zijn en dat het betreffende schrijnwerkelement bijgevolg ook moet beantwoorden aan een hogere weerstandsklasse (WK). Het typebestek somt per materiaalsoort de mechanische maatregelen op die moeten genomen worden opdat het element zou voldoen aan de beoogde weerstandsklasse uit de Europese ontwerpnormen prEN 1627 tot 1630 (zie ook tabellen 1 en 2).

Tabel 1 Verband tussen de risicoklassen en de te treffen mechanische beschermingsmaatregelen.
Risicoklasse Gebouwtype Vereiste weerstandsklasse
(prEN 1627)
Klasse 1 Zichtbare rijwoning in een dorp 1 (WK 1)
Klasse 2 Niet-zichtbare woning in een dorp 2 (WK 2)
Klasse 3 Niet-zichtbare woning nabij een autosnelweg 3 (WK 2)
Klasse 4 Winkel met waardevolle en aantrekkelijke goederen 4 (WK 3)

Tabel 2 Inbraakvertragende maatregelen voor een houten raam in een woning (risicoklasse 2; beoogde weerstandsklasse 2).
Mogelijke inbraakvertragende maatregelen
Houtsoorten Voor de vervaardiging van inbraakvertragend buitenschrijnwerk kunnen alle houtsoorten uit klasse 1 (volumieke massa ³ 550 kg/m³ en/of langsvlakke Jankahardheid ³ 3000 N) en uit klasse 2 (volumieke massa < 550 kg/m³ en/of langsvlakke Jankahardheid < 3000 N) gebruikt worden, met uitzondering van Western red cedar (WRC) (Thuya plicata) en Californian redwood (Sequoia sempervirens). Het hout mag zowel massief als gelijmd-gelamelleerd zijn.
Profielen De doorsnede van de profielen is afhankelijk van de windbelasting, de sneeuwbelasting en de gebruiksbelastingen. Het gebruik van de gangbare profielen (kaderdoorsnede van 68 mm) is toegestaan.
Hoekverbindingen De uitvoering van de hoekverbindingen van de profielen en het raamkader kan als volgt gebeuren :
  • met een gelijmde pen- en gatverbinding
  • met een gelijmde deuvelverbinding (deuvels in een duurzame houtsoort)
  • met een gelijmde vingerlasverbinding
  • met een mechanische verbinding (van buitenaf slechts moeilijk bereikbaar).
De kwaliteit van de gelijmde verbindingen moet minstens voldoen aan de klasse D3 volgens de norm NBN EN 204.
Glaslatten De loutere vernageling van de glaslatten is niet toegelaten. Ze moeten bijkomend vastgeschroefd worden.
Maximale afmetingen De maximale afmetingen worden vastgelegd volgens de STS 52.0 en mede bepaald door de leveranciers van de profielen en het hang- en sluitwerk. Ze zijn afhankelijk van het aantal ophangpunten, het eigengewicht van de materiaalsoort en het gewicht van de beglazing.
Hang- en sluitwerk Het hang- en sluitwerk moet beveiliging bieden tegen het uitlichten van de vleugel. Zo dient elke hoek van de vleugel voorzien te worden van een paddenstoelnok met bijhorende veiligheidssluitplaat met gepaste vorm, uitgevoerd in gegalvaniseerd staal of een gelijkwaardig materiaal. De bevestiging van het hang- en sluitwerk in de profielen, afhankelijk van de lengte, het aantal schroeven en de plaatsing ervan, is aangewezen. Indien de profielen uit hout bestaan, wordt bij voorkeur schuin geschroefd. De raamkruk moet door middel van een cilinder kunnen afgesloten worden.
Beglazing De beglazing moet geplaatst worden overeenkomstig de voorschriften uit TV 221, rekening houdend met de plaatsingszin (bij aanwezigheid van coatings en gelaagd glas). De gebruikte kitten moeten beantwoorden aan de klasse G 25 LM uit de STS 56.1. De buitenramen worden voorzien van een inbraakvertragende beglazing met een minimum glasblad 44.2 (2 PVB-folies). Andere bereikbare ramen kunnen desgewenst uitgerust worden met een traliewerk of een rolluik.


Volledig artikel


G. Dekens, lic., E. Kinnaert, ir., en V. Detremmerie, ir., onderzoekers, laboratorium "Structuren, Schrijnwerk en Gevelelementen", WTCB