C-Watch
Inschrijven op nieuwsbrief Inschrijven op nieuwsbrief

Zoeken op domein

Gebouwschil en afwerking
Intelligente systemen en technieken
Bebouwde stadsomgeving
Bouwproces en ICT

Print

Droogijsstralen als gevelreinigingstechniek

24/08/2017

Droogijsstralen laat toe gevels op een milieuvriendelijke en stofvrije manier te reinigen met bevroren gas. 

Figuur 1: Verwijdering van een verflaag die werd aangebracht bovenop een cementbepleistering d.m.v. droogijsstralen.
Figuur 1: Verwijdering van een verflaag die werd aangebracht bovenop een cementbepleistering d.m.v. droogijsstralen.

Droogijsstralen is een reinigingstechniek die zijn oorsprong in de vliegtuigindustrie vond, en wordt veelvuldig toegepast in de voedingsindustrie (bvb. voor het reinigen van silo’s) en voor het reinigen van machine-onderdelen, motoren, printplaten, lasposten en elektrisch materiaal. Het is een droge reinigingsmethode die geen stof veroorzaakt, en net omwille van hygiënische vereisten veel toepassing kent in bovenstaande industrietakken. Het gebruik van CO2 (onder de vorm van pellets of droogijspoeder) als straalmiddel voor het reinigen van gevels is echter innovatief en nog maar weinig toegepast.


Werkingsprincipe

Bij droogijsstralen of cryogeen reinigen vermengt men een droogijsabrasief op zeer lage temperatuur (circa -78,5°C) met perslucht. Dit mengsel wordt vervolgens met hoge snelheid tegen het geveloppervlak geprojecteerd. Van zodra het abrasief het geveloppervlak bereikt, verdampt of sublimeert het, waarbij het overgaat van vaste naar gasvormige toestand.


De reiniging die zo ontstaat, is gebaseerd op een combinatie van mechanische en fysische principes. De mechanische werking ontstaat nadat het droogijs met een druk van enkele bar op het vervuilde oppervlak geprojecteerd wordt en een mechanische impact veroorzaakt. Anderzijds is er het thermisch effect: de lage temperatuur zorgt voor een (beperkte) thermische schok en zal het vuil doen krimpen, waardoor het kan scheuren en loskomen van de ondergrond. Een derde reinigingseffect is te wijten aan de sublimatie van de droogijskorrels wanneer ze het oppervlak raken, waarbij er een volumevergroting plaatsvindt en het reeds losgemaakte vuil weggeslagen wordt.


Deze gevelreinigingstechniek is noch milieubelastend, noch schadelijk voor de uitvoerder door de afwezigheid van chemicaliën en het minimum aan stof of afval dat vrijkomt. (Echter, zoals bij alle gevelreinigingstechnieken, kan de ondergrond wél schadelijke stofpartikels vrijgeven bij reiniging. Dit is het geval indien de ondergrond asbest, loodhoudende verven, enz. bevat.)Doordat het om een droge reiniging gaat, is er geen extra droogtijd nodig en is het resultaat van de behandelde geveloppervlakken direct waarneembaar.


Het is echter nodig om te werken in een voldoende geventileerde ruimte of buitenruimte, want na sublimatie van de droogijskorrels ontstaat koolzuurgas. Dit is niet-brandbaar en geurloos maar een teveel aan koolzuurgas kan wel schadelijk zijn.


Net zoals bij andere straaltechnieken, wordt de effectiviteit van droogijsstralen bepaald door een aantal uitvoeringsparameters zoals de luchtdruk, het type spuitmond, de hoeveelheid droogijs per uur (het debiet), de afstand tot het geveloppervlak en het type vervuiling.


Impact op de gevelstenen

Droogijsstralen lijkt op het eerste gezicht niet agressief of abrasief, en men zou kunnen vermoeden dat het geen beschadiging aan het geveloppervlak kan veroorzaken zolang de ondergrond harder is dan de vuilafzetting. Vooral bij erfgoedgebouwen en relatief zachte gevelmaterialen is dit een groot voordeel tegenover andere straaltechnieken.


Nochtans wezen ervaringen in het verleden op een verhoogd risico tot schade aan het geveloppervlak, vooral door de thermische schok, waarbij er toch risico is tot afschilfering van het geveloppervlak (zie TV 197). Oriënterende metingen hebben aangetoond dat de grootte van het abrasief hierbij een erg grote rol speelt.


  • Droogijs onder de vorm van pellets heeft een relatief zware impact bij projectie op een gevel. Bovendien is de thermische schok (en het risico tot de ermee gepaard gaande schade) groter, aangezien de pellets in intensief contact komen met de gevel. Droogijsstralen met pellets is daarom doorgaans eerder af te raden.
  • Er is een voorkeur tot toepassing van droogijsstralen waarbij het droogijs vlak voor de projectie tot een fijn poeder wordt vermalen, alvorens in de luchtstroom geïnjecteerd te worden. De thermische schok wordt zodoende aanzienlijk gemilderd, de mechanische impact wordt tot quasi nul herleid. Het fijne poeder sublimeert immers veel sneller dan de pellets. Wellicht komt het poeder zelfs niet meer in fysiek contact met de gevel. Dit betekent echter dat de mechanische reinigende werking ook verwaarloosbaar wordt.

Het gevolg van de toepassing van droogijspoeder zal dan ook zijn dat de reinigingsintensiteit aanzienlijk zal dalen. Hetgeen niet noodzakelijk een nadeel is! Een trage reiniging zal immers een veel kleiner risico tot beschadiging van de gevelmaterialen met zich meebrengen.


Aangezien er dus vooral zal ingezet worden op de toepassing van droogijsstralen met droogijspoeder, wordt het toepassingsdomein van de methode ook wat beperkter. Men zal de methode daarom in de eerste plaats toepassen voor het verwijderen van ‘vervormbare’ verontreiniging of vervuiling met een enigszins ‘elastisch’ karakter. Door de thermische schok zal deze vervuiling immers bros worden, waardoor ze eenvoudiger te verwijderen is. Daarbij kunnen we denken aan bitumineuze lagen, verflagen, graffiti, kauwgom, maar evenzeer resten van planten (hechtwortels van klimop of andere klimplanten).


Men kan het ‘verbrossende’ karakter van het droogijsstralen bovendien combineren met een ander abrasief. Zo is het mogelijk om bij het stralen zowel droogijspoeder als een klassiek granulaat aan de persluchtstroom toe te voegen. Het droogijs verbrost de vervuiling, waardoor het klassieke granulaat deze vervuiling vervolgens verwijdert. Het toepassen van een ‘gewone’ straalmethode op biologische vervuiling of verfverwijdering, leidt dikwijls vaak tot een frustrerende inefficiëntie, en soms tot grote schade aan de ondergrond. Met toepassing van droogijspoeder kan hierin een grote winst worden geboekt.


Het gegeven van de thermische schok heeft evenwel een belangrijk potentieel nadeel. Met thermocamera’s kan aangetoond worden dat de oppervlaktetemperatuur lokaal een dertigtal graden kan dalen. En hoewel dit nog niet gronding in reële omstandigheden onderzocht kon worden, lijkt het ook belangrijk om te vermelden dat deze methode met de grootste omzichtigheid op vochtige ondergronden toegepast moet worden teneinde vorstschade te voorkomen. 





Gelijkaardige artikels
Biblio
Auteur
Liesbeth Dekeyser (Labo Renovatie)
  T +32 (0)2 655 77 11
Contact
WTCB
Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf
www.wtcb.be
Dit artikel is tot stand gekomen binnen de Technologische Dienstverlening Duurzaam Bouwen en Duurzame Ontwikkeling met de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en InnovIRIS, het Brussels Instituut voor Onderzoek en Innovatie.
DISCLAIMER : WTCB biedt de "C-Watch", samen met zijn partnerorganisaties, aan als een innovatieondersteunende dienst, waarbij innovatieve ideeën en producten gepubliceerd worden als inspiratiebron in een eerste stap in het innovatieproces van bouwbedrijven.

De "C-Watch" is geen oplijsting van producten of methodes die hun nut of kwaliteit bewezen hebben, en een publicatie op de "C-Watch" website kan geenszins gezien worden als een kwaliteitsoordeel van WTCB of zijn partnerorganisaties over het desbetreffende product of methode, noch voor producten of methodes in ontwikkelingsfase noch voor deze die reeds op de markt aangeboden worden. Voor meer informatie, klik hier.