Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie


EMERISDA

Doeltreffendheid van methodes tegen opstijgend grondvocht in gebouwen: Europese praktijk en perspectief
Project
Met de steun van:

belspo


In samenwerking met:

Technische Universiteit Delft UNIVE CNR ISAC RCE


Startdatum: 01.12.2013
Einddatum: 28.02.2017

Verantwoordelijke :
Yves Vanhellemont

Contact:
WTCB
Lombardstraat 42
B-1000 Brussel
tel. +32 (0)2 502 66 90
research@bbri.be

Omschrijving

Historische gebouwen hebben frequent te maken met opstijgend grondvocht. De afgelopen decennia werden diverse oplossingen voor dit probleem gevonden, en innovaties worden nog steeds voorgesteld. De veelheid aan oplossingen, de ene al efficiënter dan de andere, leidt vooral tot verwarring over de beste manier van aanpak van opstijgend vocht.

Doelstellingen

Eenvormigheid in de behandeling van opstijgend grondvocht is er vooralsnog niet. De benadering verschilt van land tot land, en meerdere methodes bestaan vaak naast mekaar. Het doel van het project is om te komen tot een vergelijking van verschillende, in Europa toegepaste methoden. Tevens wordt een universele manier tot beoordelen van interventies, en uitvoeren van vochtdiagnose, uitgewerkt.

Resultaten en Publicaties

In de eerste fase van het project werd een inventaris opgemaakt van diverse interventies tegen opstijgend grondvocht die in Europa worden toegepast, en van de manieren tot evaluatie van de efficiëntie van deze methoden. Op basis van deze gegevens werden vervolgens evaluatiemethoden voor interventies tegen opstijgend grondvocht op punt gesteld. De basismethode is de gravimetrie, aangevuld met de bepaling van hygroscopisch vocht. Voor de gangbare praktijk is dit een omslachtige en langdurige methode. In het kader van een onderzoeksproject, waar de duur van de tests een minder grote rol speelt, is het wel dit type van vochtdiagnosemethode die de meeste zekerheid geeft betreffende de evolutie van het vochtprobleem. De geselecteerde interventiemethodes worden geëvalueerd aan de hand van diverse in situ tests, waaronder het Felixpakhuis te Antwerpen en de San Marcobasiliek in Venetië. Momenteel wordt de initiële situatie nauwkeurig in kaart gebracht, waarna in elk gebouw zes typebehandelingen worden toegepast. Deze praktijkgevallen worden beïnvloed door oncontroleerbare parameters, zoals de aanwezigheid van zouten, materiaalinhomogeniteiten en veranderende omgevingsomstandigheden. Daarom worden de in situ proeven aangevuld met schaalmodellen in gecontroleerde omstandigheden in het laboratorium. Teneinde de representativiteit van de tests te vergroten, worden de resultaten aangevuld met onderzoeken van diverse behandelingen die in het verleden op gebouwen werden toegepast.

Terug