Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie


GELA VIA

Criteria voor de vorst-dooiweerstand van wegenbeton in aanwezigheid van dooizouten
Project
Met de steun van:

FOD Economie Z NBN


In samenwerking met:

CRIC - OCCN OCW


Startdatum: 01.12.2016
Einddatum: 30.11.2018

Verantwoordelijke n :
Bram Dooms , Julie Piérard , Valérie Pollet

Contact:
WTCB
Lombardstraat 42
B-1000 Brussel
tel. +32 (0)2 502 66 90
research@bbri.be

Omschrijving

De duurzaamheid van betonnen wegen en buitenvloeren hangt sterk af van de vorst-dooiweerstand van het beton in aanwezigheid van dooizouten. In principe is dit beton op basis van zijn hoge cementgehalte en zijn lage water-cementfactor bestand tegen strooizouten. Het is niettemin bekend dat manueel aangelegd beton (zonder het gebruik van specifieke uitrustingen voor de uitvoering in de wegensector) vaak snel beschadigd geraakt. Een goed voorbeeld hiervan zijn fietspaden in gekleurd beton en betonnen buitenvloeren, die dikwijls afschilferen. Deze lage weerstand in vergelijking met wegenbeton is vaak te wijten aan hun uitvoeringsspecificiteiten (verpompen van het beton, vlinderen met vlindermachine) en het niet gebruiken van luchtbelvormers voor gevlinderd en gepolijst beton. In het geval van betonnen buitenvloeren is het gebruik van luchtbelvormers immers incompatibel met vlinderen en polijsten.

Het standaardbestek SB 250 versie 3.1 stelt dat manueel aangelegd beton wordt behandeld met impregneermiddel. In het standaardbestek Qualiroutes is het impregneermiddel verplicht bij kaal beton 0/6,3, gekleurd-gewassen beton en bedrukt beton. Om de duurzaamheid van deze bijzondere betonsoorten te garanderen, dient men dus de doeltreffendheid van de impregneermiddelen en ook hun duurzaamheid in de tijd te controleren, rekening houdend met het verkeer en de blootstelling aan UV-stralen. Bij betonnen buitenvloeren worden er zelden (nochtans veelbelovende) waterwerende middelen gebruikt, vermits de standaardbestekken zich slechts zelden richten op deze toepassing.

Voor de controle van de doeltreffendheid wordt verwezen naar de norm NBN 1504-2. De samenstelling van het referentiebeton wijkt sterk af van dat van klassiek wegenbeton of van een beton voor buitenvloeren. De doeltreffendheid ten opzichte van de weerstand tegen vorst en strooizouten wordt in deze norm niet onderzocht. Bovendien wordt de duurzaamheid van het waterwerend middel niet in aanmerking genomen. Een aangepaste proefmethode dringt zich dus op.

Doelstellingen

Dit onderzoeksproject heeft de volgende doelstellingen:
- Opstelling van de criteria voor de weerstand tegen afschilfering voor verschillende soorten buitenbekledingen in beton en wegenbeton, rekening houdend met de verkeersdichtheid, de afwerking van het oppervlak en de uitvoeringswijze.
- Aanpassing van de evaluatieproef voor de doeltreffendheid van een waterwerend middel (volgens NBN EN 1504-2) en uitbreiding van de proefmethode voor het controleren van de invloed ten opzichte van de weerstand tegen vorst en dooizouten en de duurzaamheid voor wegentoepassingen en andere betonnen bekledingen. Niet enkel de klassieke impregneermiddelen (silaan, siloxaan), maar ook de nieuwe producten (impregnering in de massa) zullen onderzocht worden.
- Modellering van het aantastingsmechanisme door afschilfering op langere termijn, rekening houdend met carbonatatie.
- Validering van de resultaten op monsternames op de bouwplaats.

Resultaten en Publicaties

Tijdens een eerder onderzoeksproject (‘Criteria voor de vorst-dooi- weerstand van beton II’) werd een eerste stap gezet naar de modellering van het aantastingsproces door vorst-dooicycli in aanwezigheid van dooizouten. De invloed van de omstandigheden tijdens de verhardingsfase werd in beeld gebracht. Carbonatatie kan de proefresultaten sterk beïnvloeden. In het kader van de evaluatie van de resterende levensduur van beton, dient men deze modellering te verfijnen en de invloed van verschillende parameters na te gaan, zoals de verhardingsomstandigheden en versnelde carbonatatie.

Ten slotte zal men de bekomen resultaten valideren. De fabricatieomstandigheden van laboratoriumproefstukken (met schoktafel, onder ideale behandeling) kunnen immers sterk verschillen van de omstandigheden op echte bouwplaatsen wegens verschillende verhardingsomstandigheden en behandelingomstandigheden van variabele oppervlakken.

Men zal de doeltreffendheid van waterwerende middelen ter verbetering van de weerstand van beton tegen vorst en dooizouten onderzoeken op betonnen buitenvloeren die gevlinderd moeten worden. De norm NBN EN 1504-2 zal aangepast worden om die nieuwe functie van dit type waterwerende bekleding op te nemen.

Vorstschade aan betonnen buitenverhardingen: rol van de cementsoort

Terug