Proeven en ontwikkeling

Proeven in situ

Luchtdichtheid van gebouwen (EN 13829, EN ISO 9972, STS-P 71-3, BELAC-accreditatie)

Luchtdichtheidsmeting van een industriële ruimte.
Luchtdichtheidsmeting van een industriële ruimte.

Andere benamingen: blower door, infiltrometrie, luchtdoorlatendheid van gebouwen.

De meting wordt uitgevoerd met behulp van een of meerdere ventilatoren die het gebouw onder druk brengen. Dankzij de luchtdebietmeting kan de luchtdichtheid van het gebouw gekarakteriseerd worden.


Luchtdichtheid van ventilatiekanalen (EN 12237, EN 1507)

Luchtdichtheidsmeting van de ventilatiekanalen.
Luchtdichtheidsmeting van de ventilatiekanalen.

De meting wordt uitgevoerd met behulp van een ventilator die de kanalen onder druk brengt. Dankzij de luchtdebietmeting kan de luchtdichtheid van de kanalen gekarakteriseerd worden.

De metingen worden uitgevoerd in het labo of in situ.


Luchtdebiet ter hoogte van luchtopeningen (EN 12599, EN 14134)

Toestel voor de meting van het luchtdebiet ter hoogte van een ventilatieopening.
Toestel voor de meting van het luchtdebiet ter hoogte van een ventilatieopening.

Het luchtdebiet ter hoogte van een ventilatieopening wordt gemeten door middel van een debietmeter met compensatie, die toelaat om rekening te houden met storingen veroorzaakt door het meettoestel.


Aerodynamische eigenschappen van luchtroosters (EN 13141-1)

Nominale-debietmeting van een doorstroomopening.
Nominale-debietmeting van een doorstroomopening.

De meting wordt uitgevoerd met behulp van een ventilator en een proefkast waarin het luchtrooster aangebracht wordt (ventilatierooster, doorstroomopening). Dankzij de luchtdebietmeting kan het nominale debiet van de luchtroosters gekarakteriseerd worden (bv. 2 of 10 Pa).


Luchtdichtheid van de schil van een demper of afsluiter (EN 1751)

Luchtdichtheidsmeting van de schil van een demper of afsluiter.
Luchtdichtheidsmeting van de schil van een demper of afsluiter.

De meting wordt uitgevoerd met behulp van een ventilator die de componenten onder druk brengt. Dankzij de luchtdebietmeting kan de luchtdichtheid van de dempers of de afsluiters gekarakteriseerd worden.


Drukverlies van een dakafvoer (EN 13141-5)

Drukverliesmeting van een dakafvoer.
Drukverliesmeting van een dakafvoer.

De meting wordt uitgevoerd met behulp van een ventilator en een proefkast waarop de dakafvoer aangebracht wordt. Dankzij de meting van het luchtdebiet en van het drukverlies kan het nominale debiet van de dakafvoeren gekarakteriseerd worden (bv. 2 of 10 Pa).


Afvoerdebiet van afvoerputten voor gebouwen (EN 1253-2)

Meting van het afvoerdebiet van een afvoerput.
Meting van het afvoerdebiet van een afvoerput.

Het testobject wordt in een waterreservoir geplaatst en aangesloten op een stortkanaal. Dankzij de testopstelling kunnen het waterdebiet en de drukverliescoëfficiënt gemeten worden.


Toren voor sanitaire proeven met een hoogte van 22,5 m.
Toren voor sanitaire proeven met een hoogte van 22,5 m.

Het laboratorium beschikt over een toren van 22,5 m hoog en een wateraanvoervoorziening onder constante druk waarmee talrijke metingen in verband met de waterafvoer op grote hoogte uitgevoerd kunnen worden.


Thermische onregelmatigheden in de gebouwschil (infraroodmethode) (EN 13187)

Thermische weergave van een gebouw.
Thermische weergave van een gebouw.

Andere benaming: infraroodthermografie.

De meting wordt uitgevoerd met behulp van een infraroodcamera (thermische camera). Hierdoor is het mogelijk om de verdeling van de oppervlaktetemperatuur te bepalen door de dichtheid van de infraroodstraling van de gebouwwanden te meten. Dankzij deze meting kunnen eveneens onregelmatigheden in de gebouwschil opgespoord worden (bv. een gebrek aan isolatie of een luchtlek).