Proeven

Proeven in het laboratorium

Bepaling van de dynamische stijfheid van materialen gebruikt onder zwevende vloeren in woongebouwen EN 29052-1
(geaccrediteerde proef door BELAC NBN EN ISO/IEC 17025)

Deze norm beschrijft de testmethode om de dynamische stijfheid te bepalen van de resiliënte materialen die onder zwevende vloeren worden gebruikt. De dynamische stijfheid is een van de parameters die de akoestische isolatie van deze vloeren in woongebouwen bepalen. Deze norm is voornamelijk bestemd voor gebruik bij de vergelijking van stalen. De dynamischetesthamer (Bruel&Kjaer, 0.97pC/N), de accelerometer (Deltatron, 10 mV/m/s²) en het ijkingstoestel (Bruel&Kjaer) vormen het meetmateriaal. Dit wordt jaarlijks geijkt door een erkende organisatie.

Testopstelling voor het meten van dynamische stijfheid.
Testopstelling voor het meten van dynamische stijfheid.

Laboratoriummeting van trillingsakoestische overdrachtseigenschappen van verende elementen EN ISO 10846-1 tot 5

Deze internationale normen beschrijven de laboratoriummethodes om de belangrijkste grootheden te meten die bepalend zijn voor de overdracht van trillingen door isolerende materialen, zoals de dynamische stijfheid in functie van de frequentie. De resultaten van deze methodes worden gebruikt voor de isolatiematerialen die laagfrequente trillingsproblemen moeten voorkomen en de geluidsoverdracht door vaste stoffen beperken.

De materialen om te isoleren tegen trillingen die het voorwerp uitmaken van het onderhavige gedeelte van EN ISO 10846 zijn bedoeld voor het beperken van:

  • de overdracht van trillingen met een hoorbare frequentie (geluidsoverdracht door vaste stoffen, 20 Hz tot 20 kHz) op een structuur die, bijvoorbeeld, een geluid dat door een niet-vaste stof wordt overgedragen (via de lucht, het water of een ander medium) uitstraalt
  • de overdracht van laagfrequente trillingen (over het algemeen 1 Hz tot 80 Hz) die, bijvoorbeeld, het comfort van personen kan aantasten of schade (barsten) kan veroorzaken in structuren of structuurelementen wanneer de trillingen te sterk zijn.

Meting van de mechanische impedantie van gelamineerd glas ISO/PAS 16940 (MIM)

Deze norm beschrijft een meetmethode van de verliesfactor en van de overeenstemmende stijfheidsmodulus bij buiging op stalen gelaagd glas. Het is de bedoeling om de eigenschappen van de tussenlagen te vergelijken. Beide parameters (samen met andere, zoals de densiteit en de dikte van de bestanddelen in glas) kunnen in verband worden gebracht met de akoestische verzwakkingsindex R van de ruit.

Meetmethode voor de trillingsdempende eigenschappen van materialen ASTM E 756-05

Deze methode meet de trillingsdempende eigenschappen van materialen, zoals de verliesfactor η, de modulus van Young E of de glijdingsmodulus G in een frequentiebereik tussen 50 en 5000 Hz. Deze gegevens zijn noodzakelijk voor predictieve berekeningen of digitale modellen. Deze methode is ook nuttig voor de beoordeling van materialen die gebruikt worden bij structuurtrillingen en akoestiek van gebouwen. Het kan gaan om diverse materialen: keramiek, rubber, kunststof, hout … Voor deze proefopstelling wordt zeer specifieke apparatuur gebruikt, zoals een elektrodynamische exciter, een impedantiekop (Bruel&Kjaer, 3.77pC/m/s²) en een miniatuur accelerometer (DJB, 0.33 mV/m/s²).

Laboratoriummetingen van de flankerende overdracht van lucht- en contactgeluid tussen aangrenzende ruimten EN ISO 10848

ISO 10848 beschrijft de meetmethodes die in een testlaboratorium moeten worden gebruikt om de verzwakking van de structurele golven te bepalen doorheen een verbinding die bestaat uit bouwelementen (vloer/wand, wand/wand). Deze verzwakking wordt meestal uitgedrukt in de trillingsdempingsindex Kij en wordt gebruikt om verschillende soorten verbindingen te vergelijken of het effect van akoestische strips te bepalen. Deze index wordt ook als invoer gebruikt in schattingsmethodes zoals EN 12354-1 en EN 12354-2. Voor metingen van dit type worden 8 accelerometers gebruikt en een 8-kanaals analysetoestel (Orchestra, 01dB).

Proeven in situ

Monitoring van trillingen veroorzaakt door verkeer of bouwwerken

Monitoring van trillingen mag niet alleen beschouwd worden als een controle, maar ook als een hulpmiddel:

  • bij klachten wegens hinder kan door monitoring objectief worden vastgesteld of de klacht gegrond is
  • monitoring kan vaststellen of de kritische drempels voor beschadiging van gebouwen al dan niet worden overschreden
  • bij monitoring op een bouwterrein kan men interactief de trillingsniveaus controleren, terwijl de bouwwerken gegarandeerd in alle veiligheid kunnen vorderen en wanneer drempels worden overschreden kan men aantonen dat het noodzakelijk is om op een alternatieve uitvoeringstechniek over te schakelen
  • de evolutie in de tijd van trillingen is natuurlijk een efficiënt onderzoeksmiddel: door interpretatie kan men zich uitspreken over de oorzaak.

De monitoring wordt beheerd met een 6-kanaals trillingsmeter-analysetoestel (SV 106, Svantek).

Monitoring van trillingen op een bouwterrein.
Monitoring van trillingen op een bouwterrein.
Controle van trillingen bij ontmijning.
Controle van trillingen bij ontmijning.

Niet destructieve metingen van de integriteit van bouwelementen met behulp van trillingstechnieken

Verschillende niet-destructieve methodes om met behulp van trillingstechnieken in situ te bepalen of een bouwelement geschikt is voor gebruik. Dit geldt onder andere voor geschiktheidstests van vloeren onderworpen aan trillingen, het in situ bepalen van de spanning van tuidraden, integriteitstests van palen volgens de methode van de mechanische admittantie.

Numerieke simulaties en software

Met digitale simulaties bestudeert men de trillingsakoestische prestaties van een bouwelement (of van een bouwsysteem) en evalueert men het effect van de variatie van bepaalde parameters op deze prestaties. Men noemt dit een parametrische studie.

Het laboratorium MODA gebruikt hiervoor de Actran-software. Dit programma steunt op de eindige-elemententheorie. Het wordt gebruikt voor de berekening van modellen in verband met geluidsverspreiding, -overdracht en -absorptie in een akoestisch midden en in een trillingsakoestische of luchtakoestische context.

Actran wordt onder andere gekenmerkt door:

  • de grote variëteit in de mogelijke materialen (visco-elastische vaste stoffen, niet-samendrukbare vaste stoffen, composietmaterialen, veren, poreuze materialen …)
  • een compleet assortiment discretisatie-elementen (lineaire, kwadratische, 2D, 3D, speciale elementen, oneindige elementen ...)
  • uitgebreide randvoorwaarden
  • gevarieerde bronnen (punt, gedistribueerd ...).