Samenstellende materialen van de wanden en onderlinge verbinding van de wanden

Alle wanden van het model moeten zeer nauwkeurig aansluiten om parasitaire lichttoetreding te voorkomen. De afbeelding hieronder toont een maquette die gebouwd werd met schuimkarton (minimum 1 cm dik).
Het voordeel van dit materiaal is dat het gemakkelijk kan versneden worden en dat men inkepingen in de hoeken kan maken, door gebruik te maken van de verschillende lagen, waaruit het is samengesteld. Dankzij een uitgekiende bevestiging van de verschillende elementen en wanden kunnen onomkeerbare bevestigingswijzen, zoals lijm, op plaatsen die men nog wil kunnen aanpassen, vermeden worden. De praktijk heeft uitgewezen dat dankzij het gebruik van spelden  het aanbrengen van wijzigingen veel soepeler kan verlopen.
Afb. 1 Bevestiging van schuimkarton
Afb. 1 Bevestiging van schuimkarton
Afb. 1 Bevestiging van schuimkarton

Afb. 1 Bevestiging van schuimkarton



Voor het bouwen van schaalmodellen kan men bijna elk materiaal gebruiken dat in de architectuur courant gebruikt wordt om een maquette te maken. Het nadeel van schuimkarton, dat meerdere voordelen biedt bij de creatie van een schaalmodel voor verlichtingsstudies, is dat het lichtdoorlatend is.

In het verleden werd schuimkarton vaak gebruikt in platen van meer dan 1 cm dik, maar tegenwoordig verkiest men hout omwille van de lichtdichtheid. Balsahout is niet lichtdicht en kan dus niet gebruikt worden voor daglichtstudies. Het kan echter wel als bekleding gebruikt worden en wordt dan op de wanden gelijmd.
 
Afb. 2 Constructie uit balsahout
Afb. 2 Constructie uit balsahout
 

Er bestaan meerdere methoden om de transmissie van ondoorschijnende wanden te meten.
Om te controleren of er al dan niet sprake is van transmissie, volstaat het het schaalmodel in volle zon te plaatsen en na te gaan of er geen enkele lichtstraal door de wanden, die lichtdicht zouden moeten zijn, komt.
Als er licht doorheen de wanden komt, moeten deze zwart geschilderd worden.

Omgekeerd kan ook de lichtdichtheid van het schaalmodel worden nagegaan. Hiervoor volstaat het in een donkere ruimte te gaan staan en in het schaalmodel een lichtbron aan te steken. Als er geen enkele lichtstraal zichtbaar is, wordt het model als lichtdicht beschouwd.

De lichtlekken (licht ontsnapt ter hoogte van de verbinding of slechte opaciteit van de wanden) die hier aangehaald worden, kunnen leiden tot niet verwaarloosbare fouten in het geval van kamers met een zwakke daglichtfactor. Afbeelding 4 hieronder toont een maquette waarin de wanden niet goed verbonden zijn.

 
Afb. 3 Lichtdicht model
Afb. 3 Lichtdicht model
 
Afb. 4 Niet lichtdicht model
Afb. 4 Niet lichtdicht model