Voorbeeldstudie

Simulatie 2 : 21 maart – 12u00 (hetzij 12u50' wettelijk uur)

Simulatie 1 : 21 december - 12h00 (hetzij 12h41' wettelijk uur)
Simulatie 3 : 21 juni – 12u00 (hetzij 13u41' wettelijk uur)
Simulatie 4 : 21 maart – 9u00 (hetzij 9u41' wettelijk uur)
Simulatie 5 : 21 juni – 9u00 (hetzij 10u41' wettelijk uur)
Simulatie 6 : 21 juni – 10u30 (hetzij 12u11' wettelijk uur)
De simulaties van 21 maart om 12u00 laten een zonnestraal zien die tussen de bovenste lamel en het dakelement schijnt en die hinderlijk zou kunnen zijn voor het visuele comfort binnen. De pijl in Afbeelding 1 geeft de plaats aan waarlangs het licht het gebouw binnendringt en op de muur een lichtstraal aftekent die zich in het gebouw verplaatst volgens het uur en de datum.

Fig. 2 Vue latérale.
Afb. 1 Zijaanzicht
Fig. 2 Vue latérale.
Afb. 2 Zijaanzicht
Fig. 2 Vue latérale.
Afb. 3 Binnenzicht: verticale lamellen
Fig. 2 Vue latérale.
Afb. 4 Binnenzicht: horizontale lamellen

Uit de afbeeldingen 1 en 2 blijkt dat de variatie van de helling geen invloed heeft op de lichtstraal. Die lichtstraal zou kunnen vermeden worden door achter de bovenste lamel een verticaal element, dat verbonden is met het plafond, te plaatsen (zie Afbeelding 2).
De binnenzichten (cfr Afb. 3 en Afb. 4) die verder in het lokaal genomen zijn, tonen het volgende aan:
  • de geringe invloed van de helling van de lamellen op de directe interne verlichtingssterkte op 21/3 om 12u00;
  • de grotere rol van de lamellen als visueel obstakel (zoals eerder verondersteld).
Labo_LB_3_3_6_2_05.jpg
Afb. 5 Binnenzicht:
verticale lamellen
Labo_LB_3_3_6_2_06.jpg
Afb. 6 Binnenzicht:
horizontale lamellen
Labo_LB_3_3_6_2_07.jpg
Afb. 7 Binnenzicht:
45° hellende lamellen

Afb. 5 en Afb. 6 tonen opnieuw aan dat de helling van de lamellen weinig invloed heeft op de beschaduwing van de vloer. De meeste rechtstreekse zonnestralen op de vloer van de ruimte komen het gebouw binnen via de zijwand, wanneer de zon pal in het zuiden staat. De plaatsing van een verticale zonnewering op het bovenste deel van die wand beperkt de directe bezonning binnenin, zoals aangetoond in Afb. 7.

Fig. 2 Vue latérale.
Fig. 8 Ombre portée sur les lamelles
(vue extérieure).
Afb. 8 toont de onderlinge beschaduwing van de lamellen, wanneer ze dezelfde hoek met de verticale maken. Uit de waarnemingen blijkt dat de afstand tussen het dak en de bovenste lamel voldoende is om problemen te voorkomen, maar dat de afstand tussen de lamellen onderling onvoldoende is om onderlinge beschaduwing te vermijden. Vermits men op die lamellen fotovoltaïsche cellen wil plaatsen, moet er rekening gehouden worden met het mogelijk nadelige effect van die parasitaire schaduwen.