Kleuren en reflectiecoëfficiënten

Bij het maken van schaalmodellen voor een studie onder een daglichtsimulator is het belangrijk dat de beste overeenkomst gevonden wordt tussen het te modelleren materiaal en het materiaal in het model: de reflectiecoëfficiënten van de materialen evenals de aard van de reflectie (speculair of diffuus) moeten nauwkeurig overeenkomen met die van de werkelijke materialen.

Laten we veronderstellen dat de binnenwanden van de ruimte die gemodelleerd wordt, een lichte kleur hebben (ρ=50 %) en dat de wanden van het schaalmodel wit zijn (ρ=85 %).
De metingen die uitgevoerd werden op het schaalmodel zouden dan de gemiddelde daglichtfactor 150 à 200 % te hoog kunnen inschatten.

Als de ruimte witte wanden heeft, kunnen stof, vuil en de textuur van de oppervlakte de gemiddelde reflectiefactor tot 70 % verminderen.
In dit laatste geval zal de overschatting van de gemiddelde daglichtfactor nog 80 à 100 % bedragen.

Men dient ook voorzichtig te zijn bij het modelleren van weerspiegelende oppervlakken, zoals spiegels: stof kan hierop een aanzienlijke invloed hebben (vooral bij light-shelfs).

De materiaalkeuze hangt ook af van de fotografische analyse die kan gebeuren aan de hand van kleuren- of zwart-witfoto’s. Om een realistisch beeld van de ruimte te krijgen, moeten de oppervlakken in het model voor kleurenfoto’s dezelfde kleur hebben als de werkelijke oppervlakken, terwijl voor een analyse van zwart-witfoto’s slechts de reflectiecoëfficiënt van de wanden overeen moet komen.

De databank 'Materialen' werd ontwikkeld in samenwerking met de afdeling Architecture et Climat (UCL) en heeft als doel de gebruiker te helpen bij het kiezen van de geschikte materialen voor een schaalmodel.

Fig. 1 Combinaison de couleur 1
Afb. 1 Combinatie van kleur 1
Fig. 1 Combinaison de couleur 1
Afb. 2 Combinatie van kleur 2
Fig. 1 Combinaison de couleur 1
Afb. 3 Combinatie van kleur 3
Fig. 1 Combinaison de couleur 1
Afb. 4 Combinatie van kleur 4