Interview met Thomas Vandenbergh, voorzitter van het nieuwe Technische Comité BIM & ICT

Langzaam maar zeker maakt de bouwsector zich klaar om een ware revolutie te ondergaan in zijn manier van werken. Dit is een digitale revolutie met de ‘i’ van informatie, die terug te vinden is in BIM (Building Information Modeling) en in ICT (Information & Communication Technology). Diegenen die erin meestappen, krijgen er tijdswinst en een efficiëntere werkmethode voor in de plaats. Het WTCB neemt hier het voortouw met de oprichting van het nieuwe Technische Comité BIM & ICT, een horizontaal comité aangezien alle beroepen betrokken zijn. Aan het hoofd van dit nieuwe TC, Thomas Vandenbergh, die we konden strikken voor een interview.
Thomas Vandenbergh
Thomas Vandenbergh, doctor in de ingenieurswetenschappen en BIM-manager bij Besix.
Wat zijn uw doelstellingen als voorzitter van het gloednieuwe Technische Comité BIM & ICT?

T.V. De uitdaging bestaat erin om de verschillende bouwpartners beter te laten samenwerken. De fragmentatie tussen de bouwpartners in België – zoals in Duitsland, maar minder in Frankrijk of Groot-Brittannië – mag men echter niet zien als een eigenheid van de sector. Wat wel karakteristiek is aan de bouwsector is dat er bij elk nieuw project een nieuwe organisatie opgesteld moet worden, met nieuwe partners die voor één of twee jaar samen moeten werken. Dit vraagt van iedereen in het team een grote flexibiliteit.

De technologie geeft ons de mogelijkheid om zeer veel informatie te produceren. De opdracht is om in die overdaad de informatie te filteren die we echt nodig hebben. Het doel van BIM is dan ook niet om informatie te produceren, zoals 3D-modeling, maar om ze juist te beheren: wie moet welke informatie wanneer krijgen? Welke informatie gaan we uitsturen en welke niet?

Heeft u een concreet voorbeeld?

T.V. De kwaliteit van de informatie wordt bepaald door de projectfase: ontwerp, bouw, onderhoud … bij elke fase waakt BIM erover dat er relevante informatie gedeeld wordt. Zo is het bijvoorbeeld in de eerste ontwerpfasen belangrijk om de hoogte en het materiaal te kennen van een vals plafond en niet zozeer de schikking. De aannemers speciale technieken moeten de hoogte waarover ze beschikken kennen om de buizen te kunnen plaatsen. Vroeger kregen we alle informatie in één pakket of druppelsgewijs, maar nooit de juiste informatie op het juiste moment. Met BIM zal men kunnen zeggen: Ik heb die drie gegevens nodig dan en daarna die vier en vervolgens ….

Dat is inderdaad het droomscenario, maar kent u zelf veel bedrijven die nu al zo werken?

T.V. Vandaag werkt een minderheid van de bedrijven op deze manier, maar die enkelen staan concurrentieel wel al veel sterker. De markt zelf zal ons in die richting duwen. Deze manier van werken zal niet langer een luxe zijn, maar een verplichting. Ons bedrijf is verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van een voetbalstadion in Qatar voor de Wereldbeker. Op die werf is BIM geen keuze, maar een verplichting die ons opgelegd is geweest. Op het einde moet er immers een digitale as build-maquette afgeleverd worden. Deze zal de basis vormen voor het beheer van het gebouw. De BIM-cultuur, hoewel een Europees product, is in andere landen veel sneller aangenomen geweest dan bij ons met pioniers zoals de Verenigde Arabische Emiraten en Singapore.

Zijn de klanten, zowel publiek als privé, bij ons vragende partij voor BIM?

T.V. In België staan de ontwerpers en bouwondernemers, op dit vlak, al iets verder dan hun klanten, maar dat is niet erg. In andere landen is het net omgekeerd. De oprichting van het TC BIM & ICT door het WTCB zal een manier zijn om zowel de aannemers als hun klanten te sensibiliseren. Wat men niet mag ontkennen, is dat er een reëel probleem van efficiëntie en informatie is in onze manier van bouwen. Het meermaals opvragen van dezelfde informatie is een bron van fouten en onregelmatigheden. Als men spreekt over digitale integratie denkt men automatisch aan hulpmiddelen, terwijl het niet de hulpmiddelen zijn die het probleem veroorzaken. Het is het proces van beheer van informatie dat herzien en geïntegreerd moet worden. De hulpmiddelen zijn al langer beschikbaar, nu moeten we ze nog correct inzetten…

Dient er geen gecoördineerde aanpak te komen tussen de Leanaanpak die al in verschillende bedrijven toegepast wordt en BIM?

T.V. Lean management sluit inderdaad aan bij BIM door zijn doel om de kwaliteit, de prestaties, de flexibiliteit en de inzet van competenties te verbeteren en zo niet alleen verspilling tegen te gaan, maar ook de kosten te drukken. Zo bestaat er binnen de Leanaanpak een gezamenlijke ‘post-it planning’ waarbij op een groot bord geschreven wordt wat iedereen moet doen en wanneer. Een rondetafelgesprek waar de werkwijze besproken wordt, moet ervoor zorgen dat teamleden elkaar niet in de weg lopen. Die planning is zeer nuttig en niet duur én toepasbaar binnen het BIM-protocol om de informatiebehoeften te stroomlijnen. In omgekeerde richting kan binnen de Leanaanpak dan weer gebruikgemaakt worden van numerieke maquettes en andere visualisaties die met BIM opgesteld zijn geweest bij het nemen van een technische beslissing.

Zowel binnen de Leanaanpak, als binnen de BIM-aanpak zijn er bepaalde commando’s, een ervan is first time right: als alles op voorhand goed gepland is en alle problemen al van bij de start onderzocht werden, zal de eerste keer de goede zijn: er zullen geen verrassingen meer zijn wanneer de eigenlijke arbeid start. Het is immers het wegwerken van deze verrassingen dat veel geld kost. Als er echter rekening wordt mee gehouden en de opstart van de bouwplaats vertraagd wordt en de nodige tijd besteed wordt aan de planning, is het geld en tijd gewonnen.

Zijn we op weg naar een planning die meer tijd in beslag zal nemen dan de uitvoering?

T.V. In bepaalde gevallen zal dit het geval zijn, ja. Bij de renovatie van stadstunnels kan de boete voor het overschrijden van de termijnen zeer hoog zijn. Bij zo’n renovatie is er een voorbereiding van zes maanden voor werken die vijftien weken in beslag nemen. Het gebruik van BIM bij een renovatie is van onschatbare waarde. Het gaat immers om bestaande gebouwen die nog in gebruik zijn, waardoor alles sneller moet gaan en, liefst, zonder fouten. Bij nieuwe gebouwen telt dit uiteraard ook denk maar aan het geld dat verloren gaat aan huur als de afgesproken termijnen niet gehaald worden.

Zal het TC BIM & ICT zelf met BIM werken?

T.V. Het opzet is niet om zelf te gaan modeleren, maar aangezien dit TC transversaal zal werken en van toepassing is op meerdere beroepen, zijn er vijf heterogene werkgroepen opgericht, zodat via alle 70 leden van het TC alle actoren vertegenwoordigd zijn: universiteiten, algemene aannemers, producenten en verdelers van materiaal, architecten en studiebureaus, net als opdrachtgevers en projectontwikkelaars. De digitalisering moet immers doorheen de volledige keten gebeuren. De werkgroepen zullen tien keer per jaar samenkomen om de grote lijnen uit te tekenen, waarbij ze zich baseren op de best practices uit het buitenland. Het is immers niet nodig om opnieuw het wiel uit te vinden. Zo wordt er niet verwacht van de werkgroep ‘classificatie en codificatie van objecten’ om een nieuw systeem uit te denken, maar eerder om bestaande systemen te vergelijken. Mocht er echter toch een nieuw systeem ontwikkeld worden, zal dit geleid worden door het WTCB met zijn ervaring in de materie. De werkgroepen zullen een of twee jaar een bepaald onderwerp behandelen om vervolgens vervangen te worden door andere.

Hoe zal het nieuwe TC de resultaten van zijn werk kenbaar maken?

T.V. Alle informatie zal toegankelijk zijn via een nieuwe portaalwebsite opgericht door het WTCB, die in rechtstreekse verbinding zal staan met www.wtcb.be. Er zullen immers ook WTCB-publicaties uitgebracht worden voor de Belgische aannemers die geïnteresseerd zijn in BIM, meer bepaald voor de kleine en middelgrote ondernemingen die nu nog wat aarzelend zijn. Er zullen binnenkort hoogstwaarschijnlijk ook officiële normen voor BIM vastgelegd worden, wat overigens al het geval is in Groot-Brittannië. Deze WTCB-publicaties zullen voornamelijk, met een zeer praktische insteek, werkmethodieken voorstellen, zonder exacte eindresultaten op te leggen. Volledig in de gedachte van ‘open BIM’.

Het nieuwe TC concentreert zich niet enkel op BIM, maar ook op ICT en gaat eigenlijk nog verder met nieuwe technologieën zoals drones, 3D-printing, Internet of things?

T.V. Ja. Deze nieuwe technologieën zijn het gevolg van grote macro-economische tendensen. De groeiende verstedelijking zorgt ervoor dat twee derde of meer van de wereldbevolking in een stedelijke omgeving zal wonen. Wat een logistiek probleem inhoudt voor de aannemers. Bovendien is superfast building een andere nieuwe tendens: het moet snel vooruitgaan op de bouwplaats. In deze context passen prefabricatie, automatisering en robots. En om de robots te kunnen sturen, is er informatie nodig, die beheerd moet worden via … BIM uiteraard!

Zo kan een drone perfect geïntegreerd worden in een nieuwe manier van bouwen. Er loopt momenteel een onderzoek aan UCL en ECAM naar het digitaal sturen van drones voor de uitvoering van metselwerk. Ze zouden blokken (tot 35 kilo) naar boven kunnen brengen in een ontwerp waarbij ze tot op de millimeter geplaatst moeten worden met voor de drone een tolerantie van 5 cm bij het loslaten! Naast deze meer futuristische toepassing, kan een drone ook al veel sneller ingezet worden voor alles wat de inspuiting van gevels en daken aanbelangt in zake ontmossing, vochtbestendigheid …

Een andere tendens is de vraag naar geïntegreerde domoticasystemen: de zon die de ventilatie en de sluiting van de gordijnen regelt, controle op afstand, telebeveiliging … Objecten beginnen m.a.w. met elkaar te communiceren en hierbij moeten ze uiteraard de juist informatie gebruiken. Volgens het BIM-protocol kan de lamp die aanspringt, bijvoorbeeld aan de gordijnen doorgeven dat ze zich moeten sluiten. Het protocol houdt ook rekening met het uitvoeringsniveau, de verwachte levensduur of het energieverbruik. De bouw, een levende sector, is gedoemd om zich aan te passen als het niet wilt dat andere sectoren zijn taken overnemen. Onze kosten, in vergelijking met de kosten in andere landen, gaan onhoudbaar worden indien we geen toegevoegde waarde aanbieden die deze kosten rechtvaardigen. Deze toegevoegde waarde is terug te vinden in nieuwe processen die performanter zijn met ook winst op het gebied van veiligheid.

Er is echter nog werk aan de winkel …

T.V. Ja, zo is er op contractniveau al een rem. Ik heb het dan over de artificiële grenzen die opgelegd worden tussen de partijen door de clausules die opgenomen worden in ontwerp-, bouw- en onderhoudscontracten. Er zijn ook nog steeds de beslissingsnemers die weigeren om naar een digitaal model te kijken en alles op papier verkiezen. En de digitale achterstand van enkele aannemers, maar voor andere redenen: de investering bij de start. En dan zijn er ook nog de negatievelingen die zeggen dat het doodsteek zal zijn voor de sector. Een natuurlijke en dynamische evolutie creëert juist werk! Het zijn alleen andere jobs. Mijn bedrijf heeft bijvoorbeeld de nieuwe job van BIM-managers gecreëerd op grote projecten in het buitenland.

Is er in deze context nog toekomst voor de kleine aannemer?

T.V. Ja zeker! Niemand moet zijn core business aanpassen. De schrijnwerker, loodgieter of algemene aannemer … moet niets aan zijn beroep veranderen door de nieuwe technologieën. Er bestaat voor hem immers een BIM op maat die hem zal bijstaan in zijn dagelijks werk. BIM is echt aanpasbaar voor iedereen. Zo kan de kleine aannemer een probleem dat hij vaststelt bij zijn dagelijks werk invoeren in een digitale maquette om zo misschien een oplossing te vinden aan de hand van ICT-toepassingen. Deze groep van vakmannen maakt bovendien unieke stukken, die bv. geprint en gemodelleerd kunnen worden in 3D (handig voor prototypes). Maar ze moeten uiteraard eerst op de hoogte zijn dat het bestaat. Het WTCB en zijn nieuwe TC staan voor hun klaar om hun te informeren en bij te staan.